Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1060

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-07-2018
Datum publicatie
03-07-2018
Zaaknummer
16/06109
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:724
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen poging woninginbraak. Falende bewijsklacht medeplegen. HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de handelingen van verdachte en diens medeverdachten het karakter droegen van een gezamenlijk ondernomen poging en daarmee van een gezamenlijke uitvoering. Dat oordeel is gelet op hetgeen Hof m.b.t. de gedragingen van verdachte heeft vastgesteld en gezien zijn proceshouding niet onbegrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/868
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 juli 2018

Strafkamer

nr. S 16/06109

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 12 december 2016, nummer 22/004181-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2018.