Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1025

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-06-2018
Datum publicatie
29-06-2018
Zaaknummer
17/01231
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:431, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2016:4376, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Strafrecht. Schadevergoeding na vrijspraak van verdachte, die vergoeding ex art. 89 Sv en art. 591a Sv heeft ontvangen; (volledige) schadevergoeding? Norm Begaclaim-arrest. Onschuld niet gebleken. Ten onrechte als verdachte aangemerkt? Gevolgen van het bestaan van drie uiteenlopende versies van de schriftelijke uitwerking van een telefoontap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/788
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 juni 2018

Eerste Kamer

17/01231

LZ/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiser 1],

2. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

advocaten: mr. K. Teuben en mr. G.C. Nieuwland.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als eisers en de Staat.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak 242204/HA ZA 05-1469 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 januari 2010;

b. de beschikking in de zaak 200.065.022/03 van het gerechtshof Den haag van 21 april 2015;

c. het arrest in de zaak 200.065.022/04 van het gerechtshof Den Haag van 22 november 2016.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben eisers beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van eisers heeft bij brief van 4 mei 2018 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de vice-president W.A.M. van Schendel en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, V. van den Brink en A.L.J. van Strien, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 29 juni 2018.