Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1015

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-06-2018
Datum publicatie
27-06-2018
Zaaknummer
17/04008
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:684
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2016:5093, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Cassatieberoep tijdig ingesteld, nu handgeschreven brief verdachte in Engelse taal is gedateerd vóór arrest Hof en latere herstelakte bijna jaar na arrest is opgemaakt? 2. Ontbreken stukken betekening oproeping nadere tz. in h.b.

Ad 1. HR gaat voorbij aan de akte rechtsmiddel inhoudende dat verdachte aan de griffiemedewerker een schriftelijke volmacht heeft gegeven om beroep in cassatie in te stellen, nu de aan die akte gehechte brief van verdachte d.d. 26 oktober 2016 niet kan worden verstaan als een volmacht tot het instellen van beroep in cassatie tegen ’s Hofs arrest van 11 november 2016. Voorts bevindt zich bij de stukken een “Herstel Akte rechtsmiddel” van 7 november 2017 inhoudende dat de raadsman als bepaaldelijk gevolmachtigde van verdachte verklaart beroep in cassatie in te stellen tegen voormeld arrest van het Hof. Nu de stukken geen aanwijzingen bevatten dat het beroep o.g.v. art. 432 Sv te laat is ingesteld, kan verdachte worden ontvangen in het beroep.

Ad 2. Het p-v van de nadere tz. in h.b. houdt in dat verdachte aldaar niet is verschenen en dat voorzitter heeft medegedeeld dat verdachte overeenkomstig de voorschriften van het WvSv is opgeroepen. Het houdt voorts in dat het onderzoek ttz. heeft plaatsgevonden en dat meteen na de sluiting van het onderzoek uitspraak is gedaan. De in het middel bedoelde stukken inzake de betekening van de oproeping van verdachte voor die tz. bevinden zich niet in het aan de HR gezonden dossier. O.g.v. de in CAG verstrekte informatie moet worden aangenomen dat die stukken niet meer beschikbaar zullen komen. Dat brengt mee dat niet kan worden onderzocht of de oproeping van verdachte voor voormelde tz. tijdig en op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2018-0273
RvdW 2018/822
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 juni 2018

Strafkamer

nr. S 17/04008

JHO/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 november 2016, nummer 23/004094-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.

Bij de op de voet van art. 434 Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich een akte rechtsmiddel inhoudende dat een griffiemedewerker van het Hof, die blijkens de aan de akte gehechte volmacht door de verdachte daartoe was gemachtigd, verklaart namens deze beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest van het Hof van 11 november 2016. De Hoge Raad gaat aan deze akte voorbij nu op de gronden die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 en 5 zijn vermeld, de aan die akte gehechte brief van 26 oktober 2016 van de verdachte niet kan worden verstaan als een volmacht tot het instellen van beroep in cassatie tegen 's Hofs arrest van 11 november 2016.

2.2.

Voorts bevindt zich bij die stukken een "Herstel Akte rechtsmiddel" van 7 november 2017, inhoudende - naar de Hoge Raad begrijpt - dat de raadsman als bepaaldelijk gevolmachtigde van de verdachte verklaart beroep in cassatie in te stellen tegen voormeld arrest van het Hof. Nu de stukken geen aanwijzingen bevatten dat het beroep, gelet op art. 432 Sv, te laat is ingesteld, kan de verdachte worden ontvangen in het beroep.

3 Beoordeling van het eerste middel

3.1.

Het middel klaagt over het ontbreken van de stukken inzake de betekening van de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting van het Hof van 11 november 2016.

3.2.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 11 november 2016, mede naar aanleiding waarvan het bestreden arrest is gewezen, houdt in dat de verdachte aldaar niet is verschenen en dat de voorzitter heeft medegedeeld dat de verdachte overeenkomstig de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering is opgeroepen. Het houdt voorts in dat het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden en dat meteen na de sluiting van het onderzoek uitspraak is gedaan.

3.3.

De in het middel bedoelde stukken bevinden zich niet in het op de voet van art. 434 Sv aan de Hoge Raad gezonden dossier. Op grond van de door de Advocaat-Generaal in diens conclusie onder 17 verstrekte informatie moet worden aangenomen dat die stukken niet meer beschikbaar zullen komen. Dat brengt mee dat niet kan worden onderzocht of de oproeping van de verdachte voor voormelde terechtzitting tijdig en op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. Het middel klaagt daarover terecht.

4 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2018.