Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1007

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-06-2018
Datum publicatie
26-06-2018
Zaaknummer
17/04912
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:352
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:1540, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Poging doodslag op 12-jarige stiefdochter A in Roelofarendsveen, door haar in een koude en onverwarmde ruimte de nacht te laten doorbrengen, zonder mogelijkheden zich voldoende tegen de kou te beschermen, terwijl het buiten vroor, art. 287 Sr. 1. Opzet verdachte op dood, nu verdachte na constatering van de toestand van A medische hulp heeft ingeroepen door 112 te bellen? 2. Vrijwillige terugtred, art. 46b Sr. Ambtshalve cassatie?

Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2003:AE9049 m.b.t. voorwaardelijk opzet op de dood. Hof heeft vastgesteld dat verdachte, de stiefmoeder van het meisje, ermee bekend was dat de gezondheidstoestand van A vanaf 7-2-2015 verslechterde en in de avond van 15-2-2015 zorgwekkend was en dat verdachte, wetende dat het die nacht zou gaan vriezen, A zonder voldoende kleding of beddengoed om zich te verwarmen heeft laten verblijven in een koude en onverwarmde ruimte. Deze ruimte was zo koud dat A zodanig onderkoeld is geraakt dat haar temperatuur na meting in het ziekenhuis 23° C bedroeg. Voorts heeft Hof aangenomen dat verdachte niet in de loop van de nacht heeft gecontroleerd of het goed ging met A. Volgens Hof was onder deze omstandigheden sprake van een aanmerkelijke kans dat A zou komen te overlijden en was verdachte zich van die kans bewust. De gedragingen van verdachte, waaronder begrepen het nalaten zich in die nacht te vergewissen van het welzijn van A, kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer op de dood van A gericht dat het niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg op de koop toe heeft genomen en daarmee bewust heeft aanvaard. ’s Hofs oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De omstandigheid dat verdachte na afloop van die nacht om 9.27 uur telefonisch medische hulp heeft ingeroepen door 112 te bellen, waarna A dankzij langdurige reanimatie en een operatieve ingreep met aansluiting aan een hart-longmachine niet is overleden, doet daaraan niet af.

Ad 2. N.a.v. opmerking CAG betreffende toepassing van ambtshalve cassatie i.v.m. "rechtstreeks en ernstig vermoeden (...) dat artikel 46b Sr hier van toepassing is" merkt HR op dat hij in ECLI:NL:HR:2012:BX0146 en ECLI:NL:HR:2012:BX0129 heeft overwogen dat ambtshalve cassatie bijzonder spaarzaam wordt toegepast. Daar komt in dit geval bij dat de beoordeling van eventuele vrijwillige terugtred a.b.i. art. 46b Sr o.m. afhankelijk is van de bijzondere omstandigheden van het geval en daarmee verband houdende feitelijke vaststellingen en waarderingen, in een geval als het onderhavige o.m. m.b.t. de vraag of, en zo ja, in welke mate het waarschijnlijk is dat het gevolg zou zijn ingetreden ná de uitvoeringshandelingen van verdachte maar vóór de gedragingen waarop een beroep op vrijwillige terugtred is gebaseerd (vgl. ECLI:NL:HR:2009:BF8844, rov. 2.5). Deze beoordeling kan niet voor het eerst in cassatie aan de orde komen.

CAG: anders t.a.v. toepassing van ambtshalve cassatie en vrijwillige terugtred.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2018/1376
RvdW 2018/796
TPWS 2018/89
NJ 2018/337 met annotatie van J.M. Reijntjes
NBSTRAF 2018/269 met annotatie van mr. dr. J.S. Nan
SR-Updates.nl 2018-0266
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 juni 2018

Strafkamer

nr. S 17/04912

ARA/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 31 mei 2017, nummer 22/001505-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.A. Groenendijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het betreft de beslissingen ten aanzien van feit 1 en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het vijfde middel

2.1.

Het middel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 1 tenlastegelegde poging tot doodslag. Het klaagt onder meer dat de bewezenverklaring van het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op de dood van [slachtoffer 1] onvoldoende met redenen is omkleed nu de verdachte na de constatering van de toestand van [slachtoffer 1] medische hulp heeft ingeroepen door 112 te bellen.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder meer bewezenverklaard dat:

"feit 1.

zij in de periode van 15 februari 2015 tot en met 16 februari 2015 te Roelofarendsveen, gemeente Kaag en Braassem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] 2002) van het leven te beroven, met dat opzet [slachtoffer 1] (terwijl [slachtoffer 1] (reeds) een fysiek slechte conditie had) - in een koude en onverwarmde ruimte, heeft laten verblijven, terwijl het buiten vroor, zonder voldoende kleding en/of beddengoed en/of dekens om zich te kunnen verwarmen, waardoor zij, [slachtoffer 1] , in een toestand van ernstige en levensbedreigende onderkoeling en een comateuze toestand is gekomen en zij een hartstilstand heeft gekregen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Een proces-verbaal van bevindingen (uitluisteren meldkamer gesprek) d.d. 22 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 62, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 136 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Ik, verbalisant, heb het gesprek tussen de verdachte [verdachte] en de centrale post ambulance uitgeluisterd. Het telefoongesprek begint op 16 februari 2015 te 09:27 uur.

Centraliste: Meldkamer. Wat is het adres van het ongeval of uw adres?

[verdachte] : [a-straat 1] Roelofarendsveen. Mijn dochter van 12, [slachtoffer 1] , ademt bijna niet meer. Ze reageert gewoon bijna niet.

2. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 21, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 155 e.v.):

als de op 16 februari 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :

Ik ben werkzaam als ambulanceverpleegkundige. Ik was samen met een collega toevallig al in Roelofarendsveen (het hof begrijpt: in de gemeente Kaag en Braassem) in verband met een andere melding. Wij zagen een melding binnenkomen voor de [a-straat 1] te Roelofarendsveen. Het bleek te gaan om een reanimatie van een kind van 12 jaar oud. Een man leidde ons het huis binnen. Ik zag dat de moeder met het kind op de grond zat. Ik zag dat het kind op een dekbed lag. Het viel mij op dat het kind er levenloos uitzag. Ik ben direct met mijn collega de reanimatie op gaan starten. We hebben het kind, al reanimerend, met de ambulance overgebracht naar het LUMC (Hof: Leids Universitair Medisch Centrum). In het LUMC werd de reanimatie overgenomen door het team van het LUMC. Het meisje was opvallend koud. Er was geen hartactiviteit waarneembaar en ik zag enkel een streep op de monitor verschijnen.

3. Een proces-verbaal van bevindingen (omtrent lichaamstemperatuur [slachtoffer 1] ) d.d. 24 juni 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 269, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1469 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Uit het medisch dossier van het LUMC blijkt dat de gemeten temperatuur van [slachtoffer 1] op 16 februari 2015 23 graden was.

Naar aanleiding van een vordering werd van het LUMC schriftelijk via de mail de onderstaande informatie ontvangen:

Patiënte [slachtoffer 1] werd om 10.24 uur ingeschreven op de spoedeisende hulp. Deze tijd komt in de praktijk nagenoeg overeen met het tijdstip van binnenkomst op de spoedeisende hulp. De eerste temperatuurmeting gaf 23 graden Celsius aan en zal gemeten zijn tussen 10.24 uur en 10.40 uur. In het protocol (kinder)reanimatie wordt altijd de temperatuur gemeten in een vroeg stadium. Om deze reden is betrouwbaar in te schatten dat dit zeker binnen de eerste 10 tot 15 minuten na binnenkomst is verricht.

4. Een proces-verbaal van bevindingen (voorlopige bevindingen NFI) d.d. 9 juli 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 287, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1466 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

[slachtoffer 1] werd op 16 februari 2015 al reanimerend opgenomen op de intensive care afdeling van het LUMC. Na één uur en drie kwartier reanimeren was nog geen herstel van de hartslag opgetreden. Gezien de meting van een zeer lage temperatuur van 23 graden (rectaal gemeten, zowel op de spoedeisende hulp als op de operatie kamer met meerdere metingen) is besloten om [slachtoffer 1] aan een hart-longmachine te leggen om haar langzaam, met behoud van kunstmatig rondpompen van het bloed en in comateuze toestand, op te kunnen warmen. Op CT-scans werd een kleine klaplong geconstateerd, als gevolg van de operatieve ingreep bij het aansluiten op de hart-longmachine. [slachtoffer 1] werd drie dagen buiten bewustzijn gehouden met een lichaamstemperatuur van 35 graden. In deze periode herstelden de neurologische functies snel. Op 24 februari 2015 verliet [slachtoffer 1] de intensive care en werd ze verder behandeld op de kinderafdeling. [slachtoffer 1] is (vermoedelijk) op 23 maart 2015 ontslagen uit het ziekenhuis.

5. Een proces-verbaal van bevindingen (Tijdlijn gebeurtenissen gezin [van verdachte] ) d.d. 19 oktober 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 316, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2027 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:

2 oktober 2014: Gesprek [A] over thuissituatie (leerlingvolgsysteem RKBS [de school]) [A] gaf aan dat vader en moeder heel vaak tegen [slachtoffer 1] (en [slachtoffer 2] ) zeiden dat ze hier niet hoort. Hij gaf aan dat dit tegen haar geschreeuwd werd.

9 februari 2015: [slachtoffer 1] geeft op school aan dat ze duizelig is.

12 februari 2015: [slachtoffer 1] wordt ziekgemeld op school. [verdachte] meldde de school dat [slachtoffer 1] helemaal is ingestort. Ze kan niet meer op haar benen staan.

Nacht van 15 op 16 februari 2016 (site KNMI):

Tussen 23.00 uur en 09.00 uur (weerstation Voorschoten om 08.00 uur) vorst.

Gegevens over de minimumtemperatuur in de afgelopen 6 uur,

om 06.00 uur: -6,6 graden Celsius.

Om 24.00 uur op 10 cm hoogte (gemeten tussen 18.00 en 24.00 uur): -5,0 graden.

Betreft gemiddelden van de 3 stations (het hof begrijpt: rondom Roelofarendsveen, te weten Schiphol, Voorschoten en Valkenburg).

16 februari 2015: [verdachte] brengt de jongens naar school. Rond 08:50 uur is [verdachte] weer thuis. [verdachte] voert een telefoongesprek tot 09:19 uur.

Om 09:27:06 uur belt [verdachte] 112 en wordt ze doorverbonden met de ambulancedienst.

6. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 110, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 689 e.v.):

als de op 4 maart 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 2] :

Op zondag 8 februari 2015 was ik aan het werk in de tuin. Ineens stond [slachtoffer 1] voor me met de fiets aan de hand. Ik hoorde haar vragen met een heel zacht stemmetje "Meneer kunt u mij alstublieft helpen, want ik ben gevallen". Ik zag dat ze aan een kant helemaal onder de modder zat. Een dikke laag. Kersvers. Ze was nat en koud. Het was op dat moment vijf graden buiten. Het was koud. Wind erbij. Ik heb haar schoongepoetst en vervolgens binnen bij de verwarming gezet omdat ze zo koud was. Ze was door en door koud. Ze zei dat ze brood moest halen bij de supermarkt. Ze hadden geen brood meer en zij at glutenvrij brood. Ze heeft zeker een uur bij ons gezeten en twee bekers warme chocolademelk gedronken. Ze heeft in dat uur wel tien keer gezegd "Meneer, ik ben zo duizelig". Toen ze bij ons wegging viel ze vijf meter verder weer van de fiets. Aan het einde van de middag heb ik melding gedaan bij Veilig Thuis.

7. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 22 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 59, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 265 e.v.):

als de op 21 februari 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 3]:

Ik werk bij de Plusmarkt te Roelofarendsveen. Op 8 februari 2015 moest ik werken. Rond 16.15 uur stond er een meisje bij mijn kassa. Het meisje wilde brood afrekenen. Ik zag dat het meisje stond te trillen. Ik hoorde het meisje zeggen dat ze duizelig was en dat zij al twee keer was gevallen. Ik heb haar meegenomen naar de kantine en haar een kop thee gegeven. Ik vroeg aan het meisje waar ze woonde, dan kon ik zo een telefoonnummer opzoeken. Tijdens het zoeken wist het meisje het telefoonnummer. Ik heb het telefoonnummer dat het meisje mij gaf gebeld. Ik kreeg een vrouw aan de lijn die zich [verdachte] noemde. Ik heb tegen [verdachte] gezegd dat ik met haar dochter zat en dat zij hevig aan het trillen was. Ik vroeg [verdachte] of zij haar dochter kon komen ophalen. [verdachte] kwam na ongeveer 15 minuten de kantine binnenlopen. [verdachte] begon gelijk iets tegen haar dochter te zeggen. [verdachte] zei tegen mij: "[betrokkene 3], ik zal het uitleggen. Dit is een manier van aandacht trekken. Ze heeft een IQ van 86". Ik zag dat het meisje nog steeds aan het trillen was. Ik hoorde dat [verdachte] tegen het meisje zei "Kom we gaan". Het meisje stond op en ze zijn weggegaan. Ik zag dat het meisje alleen moest lopen. Ik hoorde aan de toon van [verdachte] dat het meisje moest opschieten.

8. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 43, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 261 e.v.):

als de op 20 februari 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 4]:

Ik werk bij supermarkt Plus in Roelofarendsveen. Op 8 februari 2015 werkte ik. Ik werd gewaarschuwd dat een jong meisje de winkel was binnengelopen dat zich niet goed voelde. Ik ben naar de kantine gelopen. Ik zag dat het meisje een bekertje thee in haar handen had en hevig trilde. [betrokkene 3] is gaan bellen waarna haar moeder, later hoorde ik dat het haar stiefmoeder was, haar kwam ophalen. Ik hoorde haar tegen het meisje zeggen "Je moest alleen maar brood halen en nu doe je dit, je aanstellen".

De stiefmoeder vertelde dat ze dit vaker deed om aandacht te trekken. Ik hoorde de stiefmoeder zeggen "Kom mee". Ik zag dat het meisje niet mee wilde. Ik zag dat het meisje bleef zitten. Pas nadat de stiefmoeder vier keer had geroepen stond het meisje op en liep ze met haar stiefmoeder mee. Vervolgens liepen beiden de winkel uit. Even later zag ik de moeder en een man met twee kleine kinderen richting de auto lopen.

9. Het proces-verbaal van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in het gerechtshof Den Haag, van 4 januari 2017. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als de op 4 januari 2017 tegenover deze raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van [betrokkene 3]:

Ze (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ) kwam bij mij aan de kassa. Ze kon bijna niet meer op haar benen staan. Ze beefde best wel. Toen ze mee liep was ze erg hangerig, alsof ze weg was gevallen. Ik omarmde haar om haar te ondersteunen richting de kantine.

10. Het proces-verbaal van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in het gerechtshof Den Haag, van 4 januari 2017. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als de op 4 januari 2017 tegenover deze raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van [betrokkene 4]:

[slachtoffer 1] was hevig aan het trillen. Ze leek het heel erg koud te hebben.

11. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 25 mei 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer BVH 2015051423, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1935 e.v.):

als de op 25 mei 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 5]:

Notitie van 10 februari 2015: leerkracht geeft weer aan dat ze zich veel zorgen maakt om de gezondheid van [slachtoffer 1] en haar eetproblemen.

V: Waarom maakte je je daar op dat moment zorgen om?

A: Ze was zo mager en wit. Ze was duizelig. Het ging echt niet goed. Ik ging een gesprek aan met [verdachte] dat ik me zorgen maakte. Ik vroeg aan [verdachte] of ik zelf met de arts zou gaan bellen. [verdachte] zei dat dit niet nodig was omdat ze mogelijk de week daarna bij de kliniek terecht kon.

V: Wat zag je toen verder aan haar (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] )?

A: Ze liep voorover gebogen. Ze trilde en was duizelig. Dit was volgens [verdachte] allemaal nep.

Op vrijdagochtend kwam [verdachte] op gesprek in het ondersteuningsteam. Ze gaf toen aan dat ze van de artsen een soort eetpatroon had gekregen, een soort planning.

V: Wie heeft haar ziek gemeld?

A: [verdachte] . Ze gaf aan dat [slachtoffer 1] ingestort is en dat ze de komende weken met [slachtoffer 1] aan de slag wil met betrekking tot het eten.

De bijlage bij dit verhoor (blz. 1948), voor zover inhoudende:

RKBS [de school]

Notities van: [slachtoffer 1]

Onderwerp: Zorgen over [slachtoffer 1]

Dinsdag 10 februari: Oudergesprek [verdachte] en [medeverdachte]. Leerkracht geeft weer aan dat ze zich veel zorgen maakt om de gezondheid van [slachtoffer 1] en haar eetproblemen. Ouders geven aan dat de 'duizeligheid' vooral aandacht vragen is. Ze hebben contact met de kinderarts.

12. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 juni 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 230, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1949 e.v.):

als de op 2 juni 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 6]:

Ik ben leerkracht van basisschool [de school]. Op woensdag 11 februari 2015 kwam ik [slachtoffer 1] op de gang tegen. Ze zag er slecht uit, mager, wit. Ze leek heel afwezig, apathisch.

13. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 109, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 980 e.v.):

als de op 3 maart 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 7]:

Ik werk als kinderarts.

Ik heb [slachtoffer 1] onder meer in januari 2015 gezien. Ik zou regelen dat [slachtoffer 1] naar Cardea zou gaan.

Een paar dagen voor de opname van [slachtoffer 1] , op 12 februari 2015, belde de stiefmoeder op en heeft de assistente gesproken. Ze belde met de vraag of er wat bekend was over de verwijzing naar Cardea. Ze zei dat het steeds slechter ging met [slachtoffer 1] .

Als de assistente een dergelijk telefoontje krijgt muteert zij dit in het systeem. In de mutatie staat dat er gevraagd werd over de verwijzing naar Cardea. Er is gezegd dat ik terug zou bellen. Er is verder niets gevraagd en er is niets gezegd.

14. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 87, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 371 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Vraag: Ik heb begrepen dat je een nicht bent van

[verdachte] . Hoe is het contact tussen jullie?

Antwoord: Goed heel intensief zelfs.

Vraag: Wat is er besproken over [slachtoffer 1] ?

Antwoord: Ik heb begrepen dat [verdachte] donderdag, voor de opname van [slachtoffer 1] , de kinderarts gebeld heeft omdat het slecht ging met [slachtoffer 1] . Zij vertelde mij dat zij het advies had gehad van de doktersassistent om haar te laten bewegen en vaak op een dag te laten eten. Dus dan deed ze dat. Verder heeft ze mij een filmpje laten zien, waarop [slachtoffer 1] van [verdachte] broodpap moest eten.

Vraag: Wat zag u op dat filmpje?

Antwoord: Een meisje wat heel erg aan het rillen was. Die gewoon eigenlijk niet in orde was.

Vraag: Wat zei [verdachte] hier dan over?

Antwoord: Ja dat ze de assistent van de kinderarts had gesproken, wat het advies was en ze zei dat dit niet normaal was. Geen gewoon meisje en dat ze er heel erg aan toe was.

15. Een proces-verbaal van bevindingen van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 90, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 378):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op 26 februari 2015 heeft de getuige [betrokkene 8] op telefonische vragen onder meer geantwoord dat het filmpje dat [verdachte] aan de getuige heeft laten zien, gemaakt was op de donderdag of vrijdag voor de opname van [slachtoffer 1] , dus vermoedelijk donderdag 12 of vrijdag 13 februari 2015.

16. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 123, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 602 e.v.):

als de op 6 maart 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 9]:

[verdachte] is een goede vriendin van mij.

Die vrijdag (het hof begrijpt: 13 februari 2015) kreeg ik eerst appjes van haar van het gaat niet goed met [slachtoffer 1] . Het ging steeds slechter met [slachtoffer 1] en ze werd steeds wankelender.

Ze heeft een foto gestuurd van hoe [slachtoffer 1] eruit zag met van dit is toch niet meer gezond.

[verdachte] heeft de kinderarts gebeld. Dat was die donderdag of die vrijdag voor de opname van [slachtoffer 1] .

Ik zei bel 112 en kijk het niet te lang aan als het niet gaat.

(Het hof begrijpt: dat kwam) door die foto van [slachtoffer 1] . Ze zag er grauw uit. Er zat geen leven meer in. Een zielloos iets.

[verdachte] had met de kinderarts besproken dat ze het even moest bekijken dat weekend. Dat ze moest proberen er eten in te krijgen.

17. Een proces-verbaal van bevindingen (uitwerken filmpjes [slachtoffer 1] 2 en 3) d.d. 12 oktober 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 345, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2470 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:

Wij hebben de filmpjes " [slachtoffer 1] 2" en " [slachtoffer 1] 3" uitgewerkt. De filmpjes werden aangetroffen op de computer uit de woning van de verdachten [verdachte] en [medeverdachte]. Uit onderzoek was gebleken dat de filmpjes zeer waarschijnlijk op 26 februari 2014 te 07:35:52 en te 07:37:17 uur waren opgenomen.

De filmpjes werden opgenomen in de bijkeuken van het perceel gelegen aan de [a-straat 1] te Roelofarendsveen. Wij zagen dat [slachtoffer 1] in de bijkeuken stond. Op de film zijn de stemmen van [slachtoffer 1] en [verdachte] te horen. [verdachte] komt niet in beeld.

Wij zijn sinds 16 februari 2015 betrokken bij het onderzoek en herkenden de locatie, de personen en hun stemmen ambtshalve.

Na het bekijken van de filmpjes leek het er zeer waarschijnlijk op dat die waren gefilmd door

[verdachte] .

[slachtoffer 1] 2

Het filmpje duurt één minuut en 14 seconden.

[slachtoffer 1] staat met haar handen op haar rug en haar mond open. In haar mond is een witachtige substantie, gelijkend op pap, te zien. [slachtoffer 1] kreunt/kermt. [slachtoffer 1] staat stil.

[verdachte] schreeuwt: Houd je bek dicht!

[slachtoffer 1] doet al kokhalzend een stap naar voren richting de camera. Hierop wordt het beeld blauw. Kennelijk wordt de camera op tafel neergelegd en is enkel nog het geluid te horen.

[slachtoffer 1] zegt huilend: Hij is zo warm!

[verdachte] schreeuwt: Bek dicht!

[slachtoffer 1] zegt huilend: Hij is zo warm! Auww...

[verdachte] schreeuwt: D'r zit helemaal niks in jouw

hele smoelwerk. Open!

[slachtoffer 1] zegt huilend: Ik wil niet meer.

[verdachte] zegt: Godverdomme

[slachtoffer 1] zegt huilend: huummmh

[verdachte] schreeuwt: Kan je nou! Je bent echt niet

leuk of zo he!

[verdachte] schreeuwt: Denk jij nou gewoon dat je echt hier de boel gaat bepalen wat er in jouw bek gaat?

[slachtoffer 1] blijft huilen.

[verdachte] schreeuwt: Open!

[slachtoffer 1] zegt huilend: Aaahhhh

[verdachte] schreeuwt: Open!

[slachtoffer 1] zegt huilend: Auw.

[verdachte] zegt: Gatver

[slachtoffer 1] zegt huilend: Nee

[verdachte] schreeuwt: Gatver, gatver, gatver.

[slachtoffer 1] schreeuwt: Nee.

[verdachte] schreeuwt: Ik hoef die kutkots van jou niet in mijn handen, het zit overal.

[slachtoffer 1] zegt huilend: Auwwww.

[verdachte] schreeuwt: Open! Met je d'r uit gooien.

[slachtoffer 1] kermt: hummmmm

[verdachte] schreeuwt: En luisteren!

[slachtoffer 1] 3

Dit filmpje duurt 48 seconden. Nadat filmpje [slachtoffer 1] 2 is beëindigd duurt het 11 seconden voordat filmpje [slachtoffer 1] 3 wordt opgenomen.

[slachtoffer 1] staat in de bijkeuken. Ze staat te huilen en heeft wederom een witte substantie in haar mond. De substantie zit tevens op haar linkerwang en haar rechter bovenbeen. [slachtoffer 1] kreunt/kermt en maakt kauwende/etende bewegingen met haar mond. Haar buik gaat door het huilen heen en weer. [slachtoffer 1] kijkt in de richting van de camera en schudt nee met haar hoofd.

[slachtoffer 1] zegt: Nee!

De witte substantie loopt uit haar mond langs haar kin.

[slachtoffer 1] zegt huilend: Nee, doe niet.

[slachtoffer 1] blijft kermen en huilen.

18. Een proces-verbaal van bevindingen (uitwerken filmpje [slachtoffer 1] 5) d.d. 15 oktober 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 348, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2475 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:

Wij hebben het filmpje " [slachtoffer 1] 5" uitgewerkt. Het filmpje werd aangetroffen op de computer van de verdachten [verdachte] en [medeverdachte]. Uit onderzoek was gebleken dat het filmpje zeer waarschijnlijk op 2 maart 2014 te 18:06:00 uur was opgenomen.

Het filmpje werd opgenomen in de garage van het perceel gelegen aan de [a-straat 1] te Roelofarendsveen. [slachtoffer 1] heeft een groene beker vast met daarin een witte vloeistof. Op de film zijn de stemmen van [verdachte] , [medeverdachte] en [slachtoffer 1] te horen. Alleen [slachtoffer 1] is in beeld te zien.

Wij zijn sinds 16 februari 2015 betrokken bij het onderzoek en herkenden de locatie, de personen en hun stemmen ambtshalve.

Na het bekijken van het filmpje leek het er zeer waarschijnlijk op dat deze was gefilmd door [verdachte] .

[slachtoffer 1] 5

Het filmpje duurt drie minuten en 0 seconden.

[verdachte] zegt: Effe lekker filmen.

[slachtoffer 1] kreunt en doet af en toe haar mond open. In haar mond zit een forse hoeveelheid van de witte substantie, gelijkend op pap. [slachtoffer 1] kauwt.

[slachtoffer 1] roept: Heet, heet, heet, heet.

[slachtoffer 1] kreunt en kokhalst. De witte substantie, gelijkend op pap, komt deels uit de mond van [slachtoffer 1] en komt in haar haren en op haar jasje.

[verdachte] zegt: Ja, het staat er allemaal mooi op effe een keertje. Dat kunnen we dus aan iedereen laten zien

[slachtoffer 1] schreeuwt: Nee.

[slachtoffer 1] schudt nee en kreunt.

[verdachte] zegt: Dan weet iedereen waarmee we te maken hebben, zuipen nou!!

[slachtoffer 1] schreeuwt: Nee, is heet.

[verdachte] zegt: Nee, je kan niks.

[slachtoffer 1] schreeuwt: Nee. ( [slachtoffer 1] huilt)

[verdachte] zegt: Nee.

[verdachte] roept: Houd het in je mond!

[slachtoffer 1] schreeuwt: Ik kan niet.

De mond van [slachtoffer 1] gaat open en ze houdt haar hand er voor en stopt met haar vingers de witte substantie in haar mond.

[verdachte] zegt lacherig: Zo smerig dit. Het staat er lekker op.

[verdachte] zegt: Hou die beker maar effe naar beneden, laat maar die mooie mond eens zien. Ja, beker weg, beker weg.

[slachtoffer 1] kreunt en kermt en al nee schuddend doet [slachtoffer 1] de beker naar beneden. Op de kin van [slachtoffer 1] zit witte substantie, gelijkend op pap.

[verdachte] zegt: Beker weg, lager. Kijk eens hoe mooi ze is.

[slachtoffer 1] huilt met haar mond vol.

[verdachte] roept: Nee, uhhhhh uhhhhhh. Doe jij eens effe met je vinger uhhh je mond schoonmaken. Met je vinger, je kin. Je hele bek zit onder weer met vreten.

19. Een proces-verbaal van bevindingen (uitwerken filmpje [slachtoffer 1] 4) d.d. 12 oktober 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 346, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2473 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Ik heb het filmpje " [slachtoffer 1] 4" uitgewerkt. Het filmpje werd aangetroffen op de mobiele telefoon van verdachte [verdachte] . Uit onderzoek is gebleken dat het filmpje zeer waarschijnlijk is opgenomen op 13 februari 2015 te 09:10:12 uur. Op de film zijn de stemmen van [verdachte] en [slachtoffer 1] te horen. Na het bekijken van het filmpje leek het mij zeer waarschijnlijk dat het filmpje is gemaakt door [verdachte]. Het filmpje duurt 49 seconden.

Ik zag dat [slachtoffer 1] onvast ter been was, tevens zag ik dat [slachtoffer 1] een steelpan in haar linkerhand had. Ik zag dat er in deze steelpan een witte substantie zat. Ik zag dat [slachtoffer 1] de steelpan een aantal keer ondersteunde met haar rechterhand, waarbij ze de zij- en onderkant van de pan vastpakte.

[verdachte] zegt: Happen.

Ik zag dat [slachtoffer 1] de lepel, gevuld met de witte substantie, uit de pan pakte. Ik zag dat de rechterarm van [slachtoffer 1] hierbij hevig trilde. Tevens zag ik dat haar linkerarm, welke nog steeds de pan vasthield, ook hevig trilde. Tevens zag ik dat het lichaam van [slachtoffer 1] tijdens het uitvoeren van deze handelingen in zijn geheel trilde.

(...)

22. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 16 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 141, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1070 e.v.):

als de op 16 maart 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 10]:

Op zondagavond 15 februari 2015 waren we bij [medeverdachte] en [verdachte] . Ik gok dat we rond acht uur daar aankwamen. Ik ben naar [slachtoffer 1] gegaan in de douche. Ik zag dat [slachtoffer 1] in de douche stond met de handen tegen de muur. Ze zag er beroerd uit. Ik kon zien dat ze herstellend was, ze was daarvoor van de trap gevallen. Ze maakte weinig geluid. Ze kon haar evenwicht niet houden. Ze kon niet blijven staan. Er kwam geen woord uit bij [slachtoffer 1] . Het duurde een uur voordat er een woord uit kwam. Ze was voornamelijk stil met af en toe een klein kreungeluidje.

V: Hoe zijn jullie de trap afgegaan?

A: Ik ben voor gegaan, dan [slachtoffer 1] en dan [verdachte] . [verdachte] zei dat [slachtoffer 1] altijd zittend de trap afging. Dit was de eerste keer dat ik [slachtoffer 1] dat zag doen. Dit was ook erg logisch want ze kon niet normaal staan.

Ik kreeg een flesje astronautenvoedsel aangereikt door [verdachte] . De inhoud van het flesje werd in een glas gedaan en ik liet [slachtoffer 1] haar handjes om het glas doen zodat ze het zelf naar haar mond kon brengen. Alles ging in vertraging. Ze deed het een soort van zelf maar ik heb wel meegestuurd. Mijn hand onder het glas en haar handjes er omheen. De inhoud van het glas is er op een gegeven moment wel ingekomen bij [slachtoffer 1] . Ze knapte op een bepaalde manier op. Ze was niet meer zo ver weg als hoe ik haar aantrof.

V: Trilde ze?

A: Op het moment van aankleden.

V: Wanneer hield het op?

A: Halverwege het drinken van dat glas ging het wat beter.

V: Je vertelde ook over een gebakje. Hoeveel heeft [slachtoffer 1] hiervan op?

A: Toen wij weggingen was de helft van het gebakje op. Het was een rond hazelnootgebakje.

Tegen tien uur zijn we weggegaan.

23. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d.

19 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 33, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 216 e.v.):

als de op 19 februari 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 10]:

Zondagavond. Ik ben de badkamer ingestapt en daar stond [slachtoffer 1] tegen de muur te bibberen. Ik heb [slachtoffer 1] aangepakt en heb haar handdoeken omgedaan. Ik heb [slachtoffer 1] bij de handjes gepakt en die voelden koud aan. Ze stond onstabiel op haar benen. Het was een wezentje. Ze zag er vreselijk uit.

24. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 37, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 207 e.v.):

als de op 19 februari 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 11] :

Ik heb [slachtoffer 1] zondag (het hof begrijpt: 15 februari 2015) in de badkamer gezien. Op haar rug bont en blauw. Grote schaafwond die al aan het helen was met korsten. Die zat op haar rug. Over haar hele lichaam zaten blauwe plekken. Het verhaal hebben we van [verdachte] gehoord: ze was van de trap gevallen.

25. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 22 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 160, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1093 e.v.):

als de op 22 maart 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 12] :

Ik heb nu drie keer opgepast bij [slachtoffer 1] . Dat was ergens in december en januari 2014 en 2015 (het hof begrijpt: december 2014 en januari 2015).

De eerste keer was [slachtoffer 2] in zijn kamer, de zolderkamer. [slachtoffer 1] was toen op het eerste kleine kamertje op de eerste verdieping.

Er stond een bed in. Een lattenbodem een laag bed van hout. Toen ik er was heb ik geen matras gezien. Ze vertelde dat het matras in de vrachtwagen lag te drogen. [slachtoffer 1] lag op een handdoekje. Er lagen geen dekens of een dekbed. Ik heb geen kussen gezien. Ik heb toen nog tegen [slachtoffer 1] gezegd gebruik dan je kleren als kussen.

Dat [slachtoffer 1] opgesloten zat dat vond ik wel een beetje vreemd. Dat was altijd, de drie keer dat ik oppaste. [slachtoffer 2] zat eigenlijk ook een soort opgesloten. Die had een grote plank voor de trap van de zolder.

[slachtoffer 2] was maar een keer aanwezig, in januari was hij uit huis. Die ene keer dat hij er was, was ergens in december.

De deur van [slachtoffer 1] moest geopend worden met de sleutel, de sleutel zat er aan de buitenkant in. Er was een tijd dat ze opgesloten zat omdat ze 's nachts door het huis liep en snoep stal. Daarom was ze opgesloten zodat ze dat niet meer kon doen. Dat hoorde ik een tijdje terug van [verdachte] , dus ze zaten al langer opgesloten.

Ik heb de deur geopend, met [slachtoffer 1] gesproken en de deur weer op slot gedaan. [slachtoffer 1] zei dat het moest.

De andere twee keer sliep [slachtoffer 1] ook in dat kamertje. Ik wist eigenlijk gewoon dat de andere twee keren de deur ook op slot was, de sleutel zat er in.

Hij kon niet open.

26. Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, zaaknummer 2015.02.18.081, aanvraagnummer 004, d.d. 28 oktober 2015, opgemaakt en ondertekend door de deskundige W.A. Karst, forensisch arts KNMG. Dit rapport houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als relaas van deze deskundige:

Nu een medische oorzaak niet gevonden is, tevens wetende dat geen enkele medische bevinding een solitaire oorzaak van de lage lichaamstemperatuur kan zijn, moet een langdurige blootstelling aan koude nodig zijn geweest voor het ontwikkelen van een lichaamstemperatuur van 23 graden Celsius. Zelfs met blootstelling aan temperaturen juist boven het vriespunt met geen of weinig beschermende lagen, moet het een afkoelingsproces van vele uren zijn geweest. (uitzonderlijke situaties als naakt opsluiten in een vrieskist of onderdompelen in stromend ijskoud water buiten beschouwing latend). Het is daarbij opvallend dat [slachtoffer 1] kennelijk niet in staat geweest is om zich te beschermen tegen de kou, op het moment dat haar lichaamstemperatuur nog wel (enigszins) adequaat was maar het afkoelingsproces gaande was.

Als ondergetekende mag uitgaan van communicatie tijdens het douchen op 15 februari 2015 in de avond, dan valt uit te sluiten dat [slachtoffer 1] vervolgens de gehele nacht van 15 op 16 februari 2015 in pyjama onder minimaal één dekbed heeft gelegen.

Zonder medisch ingrijpen met een langdurige reanimatie en de operatieve ingreep met aansluiting aan een hart-longmachine, zou [slachtoffer 1] op 16 februari 2015 zijn overleden.

Gezien de gemeten en bevestigde lichaamstemperatuur van 23 graden Celsius vlak na aankomst in het LUMC omstreeks 10:24 uur, is het zeer onwaarschijnlijk dat er op 16 februari 2015 tussen 8 en 9 uur 's ochtends inhoudelijke communicatie heeft kunnen plaatsvinden tussen stiefmoeder en [slachtoffer 1] . Er moet sprake zijn geweest van een afkoelingsproces van minimaal vele uren.

V: Wat kan of mag je nog verwachten van een persoon bij de aangegeven minimale tempratuur?

A: Bij een lichaamstemperatuur van 22,6 graden Celsius is een persoon buiten bewustzijn. Gerichte communicatie is niet mogelijk.

V: In welke tijdsbestek kun je een dergelijke minimum temperatuur bereiken?

A: Als geen sprake is geweest van onderdompeling of plaatsing in een zeer koude vloeistof, substantie of omgeving, moet sprake zijn geweest van een afkoelingsproces van minimaal vele uren.

V: Bestaat de mogelijkheid dat een verzwakt, mogelijk ondervoed meisje, op een klein inpandig slaapkamertje, een dergelijke lage lichaamstemperatuur bereikt?

A: Ja, mits sprake is van een langdurige (urenlange) blootstelling aan koude zonder mogelijkheid om voor bedekkende warmtelagen te zorgen.

27. Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, zaaknummer 2015.02.18.081, aanvraagnummer 006, d.d. 12 april 2017, opgemaakt en ondertekend door de deskundige W.A. Karst, forensisch arts KNMG. Dit rapport houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als relaas van deze deskundige:

Bij kinderen met ernstige onderkoeling (gedefinieerd als een lichaamstemperatuur van minder dan 28 graden) is er inadequate ademhaling en is er sprake van problemen in het bewustzijn. Er is sprake van een diepe slaap. Het kind voelt erg koud aan. Uiteindelijk raakt het kind comateus, waarbij het kind niet reageert op prikkels.

28. Het proces-verbaal van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof van 18 april 2017. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als de op 18 april 2017 tegenover deze raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van W.A. Karst:

U houdt mij voor dat de lichaamstemperatuur van [slachtoffer 1] is blijven dalen naar 23 graden, de temperatuur die in het ziekenhuis is gemeten. Wat mij betreft ligt het in de lijn der verwachting dat de laagste temperatuur lager is dan 23 graden, maar dat was de eerste geobjectiveerde temperatuur die beschikbaar was.

29. Een rapport van TNO, nr. TNO 2015 R11246, van september 2015, opgemaakt en ondertekend door de deskundige prof. dr. H.A.M. Daanen. Dit rapport houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als relaas van deze deskundige:

Uit de modelstudie van Fiala op basis van de gemaakte aannames, kan worden geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat [slachtoffer 1] gedurende de nacht met één of meerdere dekbedden is bedekt.

30. Een rapportage inzake onderzoek naar [slachtoffer 1] , d.d. 17 augustus 2015, opgemaakt en ondertekend door de deskundige dr. T.A.W. van der Schoot, klinisch psycholoog. Dit rapport houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als relaas van deze deskundige:

De beelden geven weer hoe stiefmoeder [slachtoffer 1] een papachtige substantie toedient, haar telkens confronteert en straft voor het niet volledig voldoen aan de eis die haar daarbij wordt gesteld, namelijk alles op te eten. De kreten [slachtoffer 1] laat horen bij het ondergaan hiervan getuigen van angst en grote psychische bedreiging en nood. De stem op de beelden (van naar mag worden aangenomen de stiefmoeder) klinkt uiterst intrusief en aversief en getuigt van haatdragendheid en een obsessioneel machtsvertoon. Voor de waarnemer (ondergetekende) doen ze denken aan martelpraktijken en zijn ze zeer schokkend om te zien. Op een van de filmpjes blijkt ook vader aanwezig. Hij grijpt niet in, neemt zijn dochter niet in bescherming en ondersteunt het gedrag van de agressor. De bejegening zoals wordt vertoond op het beeldmateriaal kan niet anders worden geïnterpreteerd dan als een ernstige vorm van fysieke en emotionele mishandeling, waaraan [slachtoffer 1] op geen enkele wijze lijkt te kunnen ontkomen.

De situatie van bejegening die zich in de thuissituatie van [slachtoffer 1] in relatie tot vader en stiefmoeder heeft voorgedaan kan het beste worden getypeerd als emotionele en fysieke verwaarlozing waaruit een subjectief ervaren instabiliteit van emotionele banden met de voor [slachtoffer 1] belangrijke anderen kan ontstaan en in zekere mate is ontstaan. Dit leidt gemakkelijk tot de verwachting dat je verlangen naar emotionele binding onvoldoende zal worden vervuld. Ook ontstaat hieruit het gevoel dat je gebrekkig, slecht, minderwaardig of waardeloos bent en dat, als dat zichtbaar wordt, anderen niet om je zullen geven. Ook het gevoel dat je anders bent dan anderen en daar niet bij past kan een gevolg daarvan zijn, met het gevoel niet bij een groep of gemeenschap te horen.

De bijdrage van de bejegening van de ouders [medeverdachte] en [verdachte] op de beschreven huidige sociaal emotionele toestand en persoonlijkheidsontwikkeling van [slachtoffer 1] is naar alle waarschijnlijkheid zeer groot.

(...)

35. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 166, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1139 e.v.):

als de op 24 maart 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 13]:

Sinds maart 2013 werk ik voor [medeverdachte].

Ik kwam in de woning van [medeverdachte] en [verdachte] .

Ik had wel puntjes van dat klopt niet helemaal dat gaan die kinderen hun leven lang meedragen. Ze werden gekleineerd.

Ze werden afgezeken, gekleineerd en voor gek gezet. Er was sprake van intimidatie tegenover [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Het was allemaal onredelijk. Allemaal kleine dingetjes maar wel structureel.

36. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 105, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 694 e.v.):

als de op 3 maart 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 14]:

Ik ben samen met mijn vriendin, [betrokkene 15], getuige geweest van een incident op 4 januari 2015 in Duinrell te Wassenaar.

Aan de zijkant van het park was een uitkijktoren. Terwijl wij daar stonden kwam er een gezin met drie drukke jongetjes naar de toren gelopen.

Die jongetjes kwamen direct naar boven gerend.

Terwijl wij naar beneden liepen waren de ouders van de jongetjes ook al boven gekomen.

Op de onderste trap passeerden wij een meisje. Ze was wat snikkerig, het viel mij op dat ze een holle lege blik in haar ogen had. Wij zagen het meisje op het eerste platform staan. Mijn vriendin en ik hoorden op dat moment het meisje huilen. Ook hoorden wij dat de moeder door het rooster van de toren naar beneden schreeuwde. Ik hoorde haar schreeuwen dat het meisje naar boven moest komen. Op het bovenste platform zag ik de moeder achter het meisje aan rennen. Ik hoorde de moeder hierbij alleen maar lachen. Ik hoorde het meisje hierbij huilen. Ik zag dat het meisje al weer naar beneden gelopen was en vervolgens ook de laatste trap naar beneden wilde nemen. Ik hoorde de moeder toen schreeuwen "terug". Ik zag dat het meisje toen ook weer terug naar boven liep. Ik hoorde het meisje hierbij huilen. Hierna liep de rest van het gezin al helemaal naar beneden. Ik zag de moeder en het meisje op het eerste platform staan. Ik zag en hoorde dat de moeder tegen het meisje schreeuwde. Ik weet nog dat ik de moeder hoorde zeggen, wat ben je toch een kleuter, de hele dag al aan het janken. Ik hoorde de moeder het geluid maken van een baby "weee weee". Volgend weekend laten wij je thuis hoorde ik de moeder zeggen. Ik zag dat het meisje alleen maar in elkaar gedoken stond. Ze had haar hoofd en schouders naar beneden toe. Ik zag dat de moeder heel dicht met haar hoofd bij het hoofd van het meisje was terwijl ze aan het schreeuwen was tegen het meisje. Ik zag dat het meisje opzij keek onze richting op. Ik hoorde het meisje zeggen "er staan mensen". Ik hoorde de moeder zeggen "dat kan mij niet schelen". De moeder liep hierna weg zonder om te kijken naar het meisje. Ik dacht op dat moment al, wat moet ik hier mee. Ik vond de moeder er erg agressief overkomen, een grote bully, dus dat was voor ons ook een reden om niet direct wat te zeggen tegen de moeder, wij waren bang voor haar eventuele reactie. De moeder liep verder naar beneden en achter de man en de jongetjes aan. Ik zag dat het meisje er zo'n twintig meter achteraan liep. Niemand van het gezin keek naar haar om. Er was een jongetje van het gezin iets verder op gevallen en die werd nog door de vader op getild. Die was ook een beetje aan het jammeren, daar werd wel naar omgekeken. Wij zijn bewust achter dit gezin aangelopen om te kijken of wij iets konden doen. Ik zag dat het meisje moeilijk liep, ze hinkte wat. We liepen ter hoogte van het meisje, dat zo'n twintig meter achter de rest van het gezin liep. We kwamen bij een volgende attractie aan, het was een soort partytent, open aan de zijkanten. In het midden was een tafel met iets daarop. Die jongetjes stoven daar direct op af. Ik zag dat het meisje bij een boom bleef staan, op zo'n tien a twintig meter afstand. Ze bleef daar een beetje naar beneden staren. Er werd daar totaal geen aandacht besteed aan het meisje, ze werd niet aangesproken of wat dan ook, door de vader of de moeder. Ongeveer een week geleden zag mijn vriendin [betrokkene 15] een nieuwsbericht op haar telefoon. Het ging over een mishandeld meisje. Ik ben vervolgens verder gaan zoeken op internet. Ik zocht met de zoekterm "meisje mishandeld" en "Roelofarendsveen" ik kwam toen een aantal berichten tegen waarin ik de vrouw waarover ik hier verklaar herkende. Ik las dat haar naam [verdachte] was. De vrouw op de foto's bij het artikel herkende ik als de vrouw die ik in Duinrell Wassenaar gezien heb.

37. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 108, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 700 e.v.):

als de op 3 maart 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 15]:

Ik ben op 4 januari 2015 in Duinrell Wassenaar geweest met mijn vriendin [betrokkene 14] en haar twee kinderen.

Op een gegeven moment kwamen wij bij een uitkijktoren. Terwijl wij nog boven stonden kwam er een gezin aangelopen dat ook de toren op kwam. Terwijl wij naar beneden liepen kwamen wij onderaan bij de laatste trap een meisje tegen. Ik weet nu dat dit meisje [slachtoffer 1] heet. Ik keek in het gezicht en de ogen van het meisje. Ik schrok van wat ik zag, de blik van [slachtoffer 1] was leeg, er zat niets in, het voelde gelijk niet goed. Ik hoorde de moeder van [slachtoffer 1] schreeuwen dat zij naar boven moest komen. Ik hoorde [slachtoffer 1] toen roepen "ik durf niet". Ik hoorde de moeder van [slachtoffer 1] schreeuwen naar [slachtoffer 1] dat zij naar boven moest komen, dat ze moest ophouden met janken. Het klonk grof. Ik zag dat de moeder achter [slachtoffer 1] aan begon te rennen terwijl ze net boven gekomen was. Ze duwde [slachtoffer 1] voor zich uit op dat moment. Ik zag dat [slachtoffer 1] dit niet leuk vond. Ik herinner mij dat ik [slachtoffer 1] alleen maar heb horen huilen. Ik hoorde de moeder zeggen dat ze alleen maar aan het janken is en dat ze daar mee moest ophouden. Ik hoorde de moeder [slachtoffer 1] nadoen met huilgeluiden. [slachtoffer 1] wilde als eerste weer naar beneden lopen. Ze werd echter door haar moeder terug geroepen en moest weer de bovenste trap oplopen. Vervolgens zijn de vader en de drie kinderen naar beneden gegaan. Ik kan mij niet alles meer herinneren maar wel dat die moeder nog steeds aan het schreeuwen was tegen [slachtoffer 1] . Ik herinner mij dat ik de moeder hoorde schreeuwen dat [slachtoffer 1] het volgende weekend niet meer mee mocht, dat ze moest ophouden met janken. Op een geven moment hoorde ik [slachtoffer 1] zeggen dat er mensen aan het kijken waren naar hen. Hiermee bedoelde [slachtoffer 1] ons. Ik hoorde de moeder hierop schreeuwen dat dit haar niks kon schelen. Ik zag vervolgens dat de moeder wegliep samen met haar man en de andere drie kinderen. [slachtoffer 1] slenterde er achter aan. Op een gegeven moment hielp de vader een van zijn kinderen. Ik zag dat [slachtoffer 1] ook inhield en een afstand hield van haar vader. Zij naderde op ongeveer een meter of vijf maar hield daarna in. Pas toen de vader weer ging lopen met een van zijn kinderen liep [slachtoffer 1] ook weer verder. De afstand tussen [slachtoffer 1] en het gezin werd daarna alleen maar groter. Wij liepen daar vervolgens weer achteraan. Wij zagen het gezin verderop in Duinrell weer bij een kraampje of iets dergelijks. Wij zagen dat [slachtoffer 1] op een afstand van het gezin bleef staan. Ze stond alleen en keek naar beneden. Ze stond wel een meter of vijftien à twintig verderop. Het was zichtbaar dat ze er niet bij hoorde.

Wij, [betrokkene 14], ik en de kinderen, allemaal waren we onder de indruk van wat wij gezien hebben.

Ik heb eerst gegoogled hoe ik hierover iets kon melden. Ik kwam uit bij de raad voor de kinderbescherming. Ik heb deze vervolgens een mailtje gestuurd. Ik deed dit de dag er na omdat het mij niet los liet. Ik zat min of meer bij toeval naar het nieuws te kijken op mijn mobiele telefoon, toen mijn aandacht werd getrokken naar een bericht op het AD. De kop was iets van "gezin twaalf jarig mishandeld meisje al jaren bekend bij jeugdzorg" of iets dergelijks. Vervolgens heeft [betrokkene 14] gegoogled op dit bericht en een aantal artikelen gevonden die betrekking hebben op het gezin waarover ik zojuist verklaard heb. Ik herkende gelijk op de foto's de vrouw die wij op vier januari 2015 in Duinrell zagen met het meisje waarvan wij ondertussen weten dat zij [slachtoffer 1] heet.

38. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 28 december 2016 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 372, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als de op 28 december 2016 afgelegde verklaring van [slachtoffer 1]:

Voornamen: [voornamen slachtoffer 1]

Achternaam: [slachtoffer 1]

Geboortedatum: [geboortedatum] 2002

Geboorteplaats: [geboorteplaats].

V: Wie was er jarig die week ervoor?

A: (...) Volgens mij ben ik daar niet geweest. Ik was naar de winkel en toen moest ik mee naar een kamer en kwam [verdachte] mij ophalen.

V: Hoe weet je dat nog?

A: (...) Ik weet nog dat ik bij die mensen was. Die mensen op het midden van de weg daar wonen ze.

(...) Ik was eerst gevallen en daarna nogmaals op de weg gevallen. Toen ben ik naar die mensen gegaan.

V: Hoe kwam je daar?

A: Ik had geen evenwicht en ik was moe denk ik.

V: Hoe kwam het dat je geen evenwicht had?

A: Ik was heel moe en had het koud omdat ik in de schuur enzo moest slapen.

V: Hoe lang heb je in de schuur geslapen?

A: Die nacht heb ik nog in de schuur geslapen. Dat was van zaterdag op zondag.

V: Maar je zei dat je in de schuur moest slapen? (...) Van wie moest dat?

A: Van Papa en [verdachte] . (...) Ik moest daar van 's avonds laat tot 's ochtends. (...) Als ik heel brutaal was moest ik in de schuur.

V: Waar sliep je dan op?

A: Op de grond.

V: Wat had je over je heen?

A: Niks.

V: Wat bedoel je met niks?

A: Geen deken en ik mocht ook geen stoelkussen gebruiken.

V: Je sliep dus op de grond. Wat lag daar?

A: Niets. Ik sliep op het beton.

V: Je sliep op de kale vloer en had geen deken. Wat droeg je voor kleding?

A: Volgens mij alleen een onderbroek en hemd. Ik weet het niet precies meer.

V: Hoe vond je dat in het schuurtje?

A: Ik vind het ijskoud. Het was ook winter. (...) Ik moest ook af en toe in de garage bij het huis slapen en af en toe in de schuur. (...) Het schuurtje was open en daar was een raam uit.

V: Hoe gaat het dan als je slaapt in dat schuurtje?

A: Ik sliep vrij weinig omdat het zo koud was. Ik probeerde mezelf warm te maken.

A: Hoe deed je dat dan?

A: In een hoekje kruipen. Dat klinkt dom.

V: Hoe vaak moest jij plassen als je in bed lag?

A: Ik denk wel twee keer zoiets denk ik.

V: Waar ging je dan naar de w.c.?

A: We kregen in bed een emmer omdat ze niet wilde dat we naar de wc gingen.

V: Waar stond die emmer?

A: In mijn kamer. Ik sliep nog op zolder toen en hij (het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ) in het kleine kamertje.

V: Jij bent ook daar gaan slapen dat kleine kamertje?

A: Ja (...) Ik kreeg een emmer en de deur ging op slot.

V: En in dat kamertje hoe was het beddengoed daar?

A: Ik sliep meestal op de grond op de houten planken.

V: En het beddengoed?

A: Niks. En het raam stond ook open die mocht ik niet dicht doen.

V: En de verwarming?

A: Die stond de hele tijd uit. Dat ding waar je aan kon draaien hadden ze eraf gehaald. Ik kon dus niet meer draaien.

V: Hoe voelde die verwarming?

A: Ja, koud.

V: Op zolder lag op enig moment een plank op de trap, zodat je niet naar de wc kon. Hoe ging het als je moest plassen?

A: Dat was zodat ik niet naar beneden kon. Vroeger mocht ik al niet naar de wc. Ze hadden dat bedacht zodat ik niet de trap af kon komen die plank. Als ik de plank om zou gooien zou het hele huis wakker worden.

V: Maar als je dan moest plassen?

A: Dan moest ik het ophouden. Dan sliep ik heel de nacht niet.

V: Wat gebeurde er dan als je moest plassen?

A: Dan plaste ik op de vloer en dat moest ik dan schoonmaken

V: Op dat kleine kamertje had je een emmer?

A: Nee, die werd ook weg gehaald op een gegeven moment. Ik kon niet naar de wc de deur zat op slot. Ik poepte dan gewoon op de kamer.

V: Je bent op 7 februari van de trap gevallen. Vertel daar eens over.

(...) A: [verdachte] stond volgens mij pal naast me maar dat weet ik niet zeker. Ik weet dat ze me heel hard gingen uitlachen.

V: Jullie zijn ook in Duinrell geweest. Hoe was het daar?

A: Ik moest alleen in het park lopen. Ik mocht niet bij hun lopen. Ze wilden net doen alsof ik niets van hun was.

V: Hoezo dat?

A: Dat vertelde ze. Ik moest alleen lopen zodat het leek dat ik niet één van hun was.

(...)

40. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 17 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 2, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 269 e.v.):

als de op 17 februari 2015 afgelegde verklaring van [medeverdachte]:

Donderdag 12 februari. Donderdagmiddag heb ik haar mee naar buiten genomen. Ik liet haar rondjes lopen om de vrachtwagen. Ze liep niet hard. Stapje voor stapje. Aan de achterkant van de vrachtwagen lag wat puin. Ik hoorde haar vallen en ze zei dat ze geen puf had om op te staan. Ik heb haar overeind gezet en ze heeft nog wat voetje voor voetje gelopen.

Vrijdag 13 februari liet ik [slachtoffer 1] weer lopen rondom de vrachtwagen. Op een gegeven moment is ze toch weer gevallen. Ze heeft ongeveer 15 à 20 minuten gelopen.

Zondag was een beetje hetzelfde. Toen heeft ze een beetje hardgelopen, maar is ze ook wel weer gevallen.

(...)

42. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 122, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 512 e.v.):

als de op 6 maart 2015 afgelegde verklaring van [medeverdachte]:

Vrijdag is ze over het heuveltje gevallen. Ze kon niet meer zelf overeind komen. Ik zei tegen haar dat ze ruimer om de vrachtwagen moest lopen.

De slaapkamer van [slachtoffer 1] is beneden, op de eerste etage. De kleine kamer.

V: Hoe werd dat kleine kamertje dicht gedaan?

A: Die kon op slot. Dat deed [verdachte] voordat zij naar bed ging.

V: Als [slachtoffer 1] daar moest slapen, moet ik dat dan als straf zien?

A: Ja.

V: Hoe vaak was dat dan?

A: Twee keer in de maand. Ik weet het niet.

V: En over welke periode gaat dat?

A: Laatste drie, vier maanden. Na de zomervakantie.

V: Wanneer ging de deur dan op slot?

A: Voordat [verdachte] naar bed ging.

43. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 april 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 191, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 838 e.v.):

als de op 8 april 2015 afgelegde verklaring van [medeverdachte]:

Zondagochtend. Volgens mij heeft ze zich na een paar rondjes vastgehouden aan een stoel.

O: de verdachte doet het voor.

Ik denk dat ik zondagavond twee keer thuis ben geweest. [slachtoffer 1] heeft een gebakje gegeten. Ik kan me herinneren dat één keer [2 betrokkenen] er waren. De tweede keer zat [slachtoffer 1] alleen aan tafel met [verdachte] . Dat was misschien half elf.

Ik ging rond half drie naar bed.

44. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 17 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 1, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 49 e.v.):

als de op 17 februari 2015 afgelegde verklaring van de verdachte:

Op zaterdag 7 februari 2015 is [slachtoffer 1] van de eerste verdieping naar de begane grond van de trap gevallen. [slachtoffer 1] vertelde mij dat ze dizzy werd, de muur probeerde te pakken en vervolgens van de trap viel. Ik zag dat [slachtoffer 1] huilde en een wondje aan haar teen had. Haar linker teen begon te bloeden. [slachtoffer 1] bleef klagen dat alles pijn deed.

Op donderdag kon [slachtoffer 1] niet op haar benen staan. Ze is niet naar school gegaan.

Op vrijdag kon [slachtoffer 1] met ondersteuning staan. Ze kon niet zelfstandig naar beneden. Ze ging de trap af zittend op haar kont.

45. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 55, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 70 e.v.):

als de op 21 februari 2015 afgelegde verklaring van de verdachte:

Afgelopen zondag, toen had [slachtoffer 1] een ongeluk met haar ontlasting. Haar bed en kleren zaten onder.

46. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 februari 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 63, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 93 e.v.):

als de op 22 februari 2015 afgelegde verklaring van de verdachte:

ten aanzien van [slachtoffer 1] :

[slachtoffer 1] is zondag 8 februari om een uur of drie naar de Plusmarkt vertrokken. Ik werd gebeld door iemand van de supermarkt.

Toen ik haar daar ophaalde was ze een beetje aan het bibberen. Ze voelde zich niet helemaal lekker. Ze zei dat ze thuis op het pad was gevallen en nog een keer onderweg.

Zondag 15 februari 2015.

Die ochtend hebben we buiten door de tuin rondjes gelopen. (Het hof begrijpt: dat moest ze) Van ons. Ik liep met haar mee.

Die afgelopen donderdag bij [medeverdachte] moest ze om de vrachtwagen heen lopen en is ze vaker gevallen.

Na het avondeten is [slachtoffer 1] naar boven gegaan, met mij achter zich zodat ze niet kon vallen. Ze was bang met haar evenwicht.

Ik was beneden, toen ik haar hoorde roepen. Ik ben naar boven gegaan. Ze had gepoept. Ze zat onder de ontlasting. Ik heb haar uitgekleed en onder de douche gezet. Ze was rillerig en koud en een beetje afwezig. Na het douchen voelde ze ook nog koud. Ze zat te rillen en had het koud.

Hoe ze zondagavond was... zo kenden we haar wel, zo hadden we haar donderdag ook gezien. We zagen wel dat het zo niet meer ging.

Om half twaalf ben ik naar boven gegaan, dan loop ik altijd alle kamers langs.

De dop van de verwarming in de kamer van [slachtoffer 1] is eraf.

Maandagochtend ging ik (het hof begrijpt: voor de eerste keer) rond acht uur naar [slachtoffer 1] toe.

Ten aanzien van [slachtoffer 2] :

O: de foto van de tape wordt getoond.

Dat heeft [medeverdachte] gedaan, z'n mond afgeplakt.

V: wat vind je precies verschrikkelijk?

Ik denk dat het één of twee keer is gebeurd.

V: Het is maar één of twee keer gebeurd met die tape en [slachtoffer 2] ?

Ja ik was het er niet meer mee eens op een gegeven moment.

V: Hoe kan het dat de buren [de buren] verklaarden:

De laatste keer met [slachtoffer 2] , dat het misging is hij blijkbaar in huis met poep bezig geweest. (...) De volgende dag stond [slachtoffer 2] op een veilingkar op zijn sokken met blote handen de dakgoot leeg te halen.

A: Ja, dat klopt.

V: Waarom ging hij niet naar de wc?

A: Dat kon niet, zijn deur zat op slot. (...) Hij sliep in een afgesloten kamer.

V: Hoe zat zijn kamer op slot?

A: Met een sleutel.

V: Vanaf hoe laat tot hoe laat zat hij opgesloten?

A: Van bedtijd tot 's morgens. Negen uur 's avonds tot zeven uur 's ochtends.

47. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 106, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 736 e.v.):

als de op 3 maart 2015 afgelegde verklaring van de verdachte:

[slachtoffer 2] heeft verklaard, over de tape: Dat tape plakken is een paar keer gebeurd. Op de vraag wie dat tape dan op zijn mond deed zei hij " [verdachte] of Pappa". Dus dat jij ook tape plakte.

V: Wat kun je daarover zeggen?

A: Het is helemaal niet zo vaak gebeurd.

V: Maar?

A: Het kan zijn dat ik het ook een keer gedaan heb. Toen was de tape los gegaan.

(...) Ik weet dat dit is gebeurd. Ik denk dat [medeverdachte] het heeft gedaan en dat ik het daarna weer vast gemaakt heb.

48. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 april 2015 van de politie Eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer 190, onderzoek Bravo15/DHRAB15401. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 790 e.v.):

als de op 8 april 2015 afgelegde verklaring van de verdachte:

Ze was zondag niet zoals ze gewoon was. Ze was zwakker dan normaal.

49. De Verklaring van de verdachte.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 10 en 11 januari 2017 verklaard - zakelijk weergegeven -:

's Ochtends (het hof begrijpt: de ochtend van 8 februari 2015) voor het eten zei [slachtoffer 1] wel dat ze ietsje duizelig was, maar na het eten voelde zij zich goed. Ik denk dat ik [slachtoffer 1] in sommige gevallen inderdaad heb gekleineerd. [medeverdachte] was vaker kleinerend naar de kinderen toe. Het was vooral ook naar [slachtoffer 2] toe. Het klopt dat ik ook wel eens tekeer ben gegaan in een filmpje. Ik weet dat de kamer bij [slachtoffer 2] op slot ging."

2.2.3.

Het Hof heeft met betrekking tot het bewezenverklaarde opzet voorts het volgende overwogen:

"Het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op de dood van [slachtoffer 1]

Het hof is van oordeel dat geen bewijs voorhanden is dat de verdachte met haar gedragingen de dood van [slachtoffer 1] heeft beoogd. Gelet hierop kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte opzet, in onvoorwaardelijke zin, heeft gehad op de dood van [slachtoffer 1] .

Ten aanzien van de vraag of de verdachte voorwaardelijk opzet op haar dood heeft gehad, overweegt het hof als volgt.

Het hof stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals hier de dood van [slachtoffer 1] - aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.

Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zo'n kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat zij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen).

Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van voorwaardelijk opzet, zal, indien de verklaringen van de verdachte geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg, dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

Uit de eerder in dit arrest weergegeven feiten en omstandigheden leidt het hof af dat de gezondheidstoestand van [slachtoffer 1] vanaf 7 februari 2015 verslechterde en in de avond van 15 februari 2015 zorgwekkend was. Dat de verdachte op de hoogte was van de slechte gezondheidstoestand van [slachtoffer 1] staat eveneens vast en is overigens ook niet betwist. Voorts kan ervan worden uitgegaan dat de verdachte heeft geweten dat het in de nacht van 15 op 16 februari 2015 zou vriezen. Desondanks heeft de verdachte [slachtoffer 1] in die nacht, terwijl het buiten vroor, in een koude en onverwarmde ruimte laten verblijven terwijl zij onvoldoende kleding en/of beddengoed had om zich te verwarmen. De ruimte moet zodanig koud zijn geweest dat [slachtoffer 1] ernstig onderkoeld heeft kunnen raken.

Niet blijkt dat de verdachte in de loop van de nacht gecontroleerd heeft of het met [slachtoffer 1] goed ging. Het hof acht aannemelijk dat de verdachte dat niet heeft gedaan, nu zij alleen heeft verklaard dat zij 's avonds rond half twaalf en de volgende ochtend voor het eerst rond een uur of acht bij [slachtoffer 1] gekeken zou hebben.

Het hof is van oordeel dat er onder deze omstandigheden sprake was van een aanmerkelijke kans dat [slachtoffer 1] zou komen te overlijden. De verdachte moet zich daarvan bewust zijn geweest.

De gedragingen van de verdachte, waaronder begrepen het nalaten zich van het welzijn van [slachtoffer 1] in die nacht te vergewissen, kunnen naar het oordeel van het hof naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer op de dood van [slachtoffer 1] gericht dat het niet anders kan zijn geweest dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg op de koop toe heeft genomen. Van aanwijzingen voor het tegendeel is het hof niet gebleken."

2.3.

Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals hier de dood van [slachtoffer 1] - is aanwezig indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten. Wat betreft de vraag of sprake is van bewuste aanvaarding van zo een kans heeft te gelden dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, niet zonder meer kan worden afgeleid dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg bewust heeft aanvaard, omdat ook sprake kan zijn van bewuste schuld. Bepaalde gedragingen kunnen echter naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg bewust heeft aanvaard (vgl. HR 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9049, NJ 2003/552).

2.4.

Het Hof heeft onder meer vastgesteld dat de verdachte, de stiefmoeder van [slachtoffer 1] , ermee bekend was dat de gezondheidstoestand van [slachtoffer 1] vanaf 7 februari 2015 verslechterde en in de avond van 15 februari 2015 zorgwekkend was. Voorts heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte, wetende dat het die nacht van 15 op 16 februari zou gaan vriezen, [slachtoffer 1] zonder voldoende kleding of beddengoed om zich te verwarmen heeft laten verblijven in een koude en onverwarmde ruimte. Deze ruimte was zo koud dat [slachtoffer 1] zodanig onderkoeld is geraakt dat haar temperatuur na meting in het ziekenhuis 23º C bedroeg. Voorts heeft het Hof aangenomen dat de verdachte niet in de loop van de nacht heeft gecontroleerd of het goed ging met [slachtoffer 1] . Volgens het Hof was onder deze omstandigheden sprake van een aanmerkelijke kans dat [slachtoffer 1] zou komen te overlijden en was de verdachte zich van die kans bewust. De gedragingen van de verdachte, waaronder begrepen het nalaten zich in die nacht te vergewissen van het welzijn van [slachtoffer 1] , kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer op de dood van [slachtoffer 1] gericht dat het niet anders kan zijn geweest dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg op de koop toe heeft genomen en daarmee bewust heeft aanvaard. Dit oordeel van het Hof geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De omstandigheid dat de verdachte na afloop van die nacht om 9.27 uur telefonisch medische hulp heeft ingeroepen door 112 te bellen, waarna [slachtoffer 1] dankzij langdurige reanimatie en een operatieve ingreep met aansluiting aan een hart-longmachine niet is overleden, doet daaraan niet af.

2.5.

In zoverre faalt middel.

3 Beoordeling van de middelen voor het overige

3.1.

De middelen - die met betrekking tot de onder 1 bewezenverklaarde poging tot doodslag niet klagen dat sprake is van vrijwillige terugtred als bedoeld in art. 46b Sr - kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.2.

Naar aanleiding van het gestelde in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 8 betreffende de toepassing van ambtshalve cassatie in verband met een "rechtstreeks en ernstig vermoeden (...) dat artikel 46b Sr hier van toepassing is", merkt de Hoge Raad op dat hij in zijn arresten van 11 september 2012 (zie onder andere HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146, NJ 2013/241 en ECLI:NL:HR:2012:BX0129, NJ 2013/242) heeft overwogen dat ambtshalve cassatie bijzonder spaarzaam wordt toegepast. Daar komt in dit geval bij dat, kort gezegd, de beoordeling van eventuele vrijwillige terugtred als bedoeld in art. 46b Sr onder meer afhankelijk is van de bijzondere omstandigheden van het geval en daarmee verband houdende feitelijke vaststellingen en waarderingen, in een geval als het onderhavige onder meer met betrekking tot de vraag of, en zo ja, in welke mate het waarschijnlijk is dat het gevolg zou zijn ingetreden ná de uitvoeringshandelingen van de verdachte maar vóór de gedragingen waarop een beroep op vrijwillige terugtred is gebaseerd (vgl. HR 3 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF8844, NJ 2009/236, rov. 2.5). Deze beoordeling kan niet voor het eerst in cassatie aan de orde komen.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink, A.L.J. van Strien, M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2018.