Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:92

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-01-2017
Datum publicatie
27-01-2017
Zaaknummer
16/01885
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Herstelarrest. HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2017/495 met annotatie van Mr. P.T. van Arnhem
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 januari 2017

Nr. 16/01885

Arrest

gewezen tot herroeping van het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2016, nr. 16/01885, ECLI:NL:HR:2016:2278, gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 26 februari 2016, nr. HAA 15/4079 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende de boetebeschikking, gegeven bij de aan belanghebbende over het tijdvak 1 maart 2015 tot en met 31 maart 2015 opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Het arrest in het geding

1.1.

Op 18 juli 2016 heeft de Staatssecretaris van Financiën in deze zaak een verweerschrift ingediend.

1.2.

De Hoge Raad heeft op 7 oktober 2016 arrest gewezen, zonder belanghebbende de gelegenheid te bieden op dat verweerschrift te repliceren.

1.3.

Bij brief van 24 oktober 2016 heeft de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende alsnog de gelegenheid geboden binnen vier weken na dagtekening van die brief een conclusie van repliek in te dienen bij de Hoge Raad.

1.4.

Belanghebbende heeft tijdig een conclusie van repliek ingediend.

1.5.

De Staatssecretaris heeft laten weten dat zijnerzijds geen conclusie van dupliek zal worden ingediend.

2. Gelet op hetgeen hiervoor in onderdeel 1 is overwogen is het arrest van 7 oktober 2016, nr. 16/01885, voortijdig gewezen en dient dat arrest te worden herroepen.

3 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

herroept het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2016, nr. 16/01885, en

verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2017.