Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:9

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-01-2017
Datum publicatie
06-01-2017
Zaaknummer
15/03158
Formele relaties
Herstelde arrest: ECLI:NL:HR:2016:2725
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Herstel foutieve verwijzing naar kamerstukken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2017/44
FutD 2017-0076
NTFR 2017/92
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 januari 2017

Nr. 15/03158

Arrest

gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 2 december 2016, nr. 15/03158, ECLI:NL:HR:2016:2725, V-N 2016/66.21, gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juni 2015, nr. 13/00247, betreffende een ten aanzien van gemeente Nijkerk te Nijkerk voor het jaar 2008 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 9, lid 3, van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

1 Het arrest in het geding

1.1.

De Hoge Raad heeft in deze zaak op 2 december 2016 arrest gewezen.

1.2.

De Hoge Raad heeft nadien bevonden dat het arrest een misslag bevat. In rechtsoverweging 2.4.3 van het arrest is als vindplaats van de aldaar aangehaalde passage uit de parlementaire behandeling van de Wet BCF per abuis vermeld Kamerstukken II 2001/02, 27 293, nr. 3, blz. 19 in plaats van Kamerstukken II 2001/02, 28 496, nr. 3, p. 2-3.

1.3.

Herstel van deze misslag brengt mee dat in rechtsoverweging 2.4.3 van het arrest de zinsnede "Kamerstukken II 2001/02, 27 293, nr. 3, blz. 19" wordt vervangen door: "Kamerstukken II 2001/02, 28 496, nr. 3, blz. 2-3".

2 Beslissing

De Hoge Raad:

verbetert de hierboven vermelde fout in het arrest van 2 december 2016, nr. 15/03158, en

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, E.N. Punt, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2017.