Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:808

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-02-2017
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
16/02889
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2016:1961, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 februari 2017

Strafkamer

nr. S 16/02889

CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 mei 2016, nummer 23/003566-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. Velthorst, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 februari 2017.

Middel 1

Schending van het recht en / of verzuim van vormen, waarvan de niet naleving met nietigheid is bedreigd of zodanige nietigheid voortvloeit uit de aard van de niet in acht genomen vormen, doordat de bewezenverklaring ten aanzien van het ophouden op de weg, 'terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om op middelen als bedoeld in art 2 van de Opiumweg gelijkende waar te koop aan te bieden.’ ontoereikend is gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is.

Toelichting

Het Hof heeft overwogen dat het door de verbalisanten opgemaakte proces-verbaal voldoende concreet en specifiek is om, in samenhang met de plaats waar en het tijdstip waarop rekwirant het waargenomen gedrag vertoonde, alsmede met de bij de verdachte aangetroffen op verdovende middelen gelijkende waar, rechtens aannemelijk te achten dat rekwirant zich op de Herengracht heeft opgehouden om toen en daar die waar te koop aan te bieden.

Deze overweging is naar het oordeel van rekwirant onbegrijpelijk, omdat uit het proces-verbaal niet voldoende blijkt met welke reden rekwirant zich op de Herengracht ophield.

Middel 2

Schending van het recht en / of verzuim van vormen, waarvan de niet naleving met nietigheid is bedreigd of zodanige nietigheid voortvloeit uit de aard van de niet in acht genomen vormen, doordat de bewezenverklaring ten aanzien van het ophouden op de weg, 'terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om op middelen als bedoeld in art 2 van de Opiumwet gelijkende waar te koop aan te bieden’ niet uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt, dan wel onbegrijpelijk is, althans onvoldoende met redenen is omkleed.

Toelichting

Uit het proces-verbaal blijkt niet of de bij rekwirant aangetroffen drie brokjes met op cocaïne gelijkende waar daadwerkelijk cocaïne bevatten of dat dit ‘op middelen als bedoeld in art 2 van de Opiumwet gelijkende waar' betrof. Het is heel wel mogelijk dat rekwirant cocaïne bij zich droeg, hetgeen geen 'op middelen als bedoeld in art 2 van de Opiumwet gelijkende waar’ (nepdope) betreft maar een middel als bedoeld in art 2 van de Opiumwet In het laatste geval had het Hof rekwirant niet kunnen veroordelen voor overtreding van art. 2.7 van de APV.

Naar het oordeel van rekwirant kan het bestreden arrest dan ook geen stand houden.