Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:786

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-01-2017
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
16/00746
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2016:301, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

31 januari 2017

Strafkamer

nr. S 16/00746

LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 februari 2016, nummer 23/000928-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.I.R. Rabatileva, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 januari 2017.

Geeft eerbiedig te kennen,

[verdachte] , wonende te [woonplaats] aan de [a-straat 1] , te deze zake domicilie kiezende te 2521 AD ‘'s-Gravenhage te Calandstraat 1-35 , unit 4.33, ten kantore van de advocaat en procureur mr. G.I. Rabatileva, die door appellant tot raadsman wordt gesteld en uitdrukkelijk is gemachtigd dit beroepschrift in te dienen.

1. [verdachte] , hierna te noemen appellant, veroordeeld door het Gerechtshof te ‘s- Gravenhage. Deze uitspraak is van 1 februari 2016. Appellant is veroordeeld ter zake van het (de) volgende strafbare feit(en).

1. Primair:

Hij in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 31 december 2010 te Amsterdam en/of Alkmaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon, te weten [betrokkene 1] , door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of dreiging met een of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van [betrokkene 1] en/of [betrokkene 4] (lid 1 sub)

en/of

voornoemde [betrokkene 1] heeft aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk [betrokkene 1] in een ander land, te weten in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling(lid 1 sub 3) en/of

voornoemde [betrokkene 1] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten: prostitutiewerkzaamheden) en/of

met één of meer van de voornoemde middelen en/of omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat [betrokkene 1] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten: prostitutiewerkzaamheden) (lid 1 sub 4)

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [betrokkene 1] (lid 1 sub 6) en/of

[betrokkene 1] met één of meer van de voornoemde middelen en/of omstandigheden heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) te bevorderen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [betrokkene 1] met of voor een derde,

immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- [betrokkene 1] naar Nederland laten komen en/of

- de reis van Bulgarije naar Nederland voor de [betrokkene 1] geregeld en/o betaald en/of

- [betrokkene 1] bij aankomst in Nederland opgehaald/op laten halen van vliegveld Schiphol en naar Amsterdam gebracht/laten brengen en/of

- [betrokkene 1] gehuisvest (in Amsterdam) en/of

- [betrokkene 1] (meermalen) onder druk gezet en/of er (zodoende) toe aangezet en/of gebracht om in de prostitutie te werken en/of te blijven werken en/of

- voor [betrokkene 1] bemiddeld en/of assistentie verleend (bijvoorbeeld door betalingen) bij de huur van een raam en/of kamer en/of

- voor [betrokkene 1] papieren/formulieren geregeld (welke formulieren/papieren nodig zijn om als prostituee te kunnen werken) en/of

- [betrokkene 1] meerdere malen naar Alkmaar gebracht/laten brengen (zodat [betrokkene 1] in Alkmaar kon werken) en/of

- ( terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat [betrokkene 1] in Nederland nergens naartoe kon en/of in Nederland geen vrienden had en/of de taal niet sprak) [betrokkene 1] ertoe aangezet (een gedeelte van) haar verdiensten uit de (prostitutie-) werkzaamheden aan verdachte en/of zijn mededader(s) te laten afstaan en/of

- [betrokkene 1] (gedurende vele uren per dag en/of zeven dagen per week) in de prostitutie laten werken en/of

- er zorg voor gedragen dat [betrokkene 1] niet vrijelijk kon beschikken over een eigen inkomen en/of

- de werktijden voor [betrokkene 1] bepaald en/of

- [betrokkene 1] (telkens) tijdens haar/hun prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of laten controleren (onder meer door [betrokkene 1] weg te (laten) brengen en/of op te (laten) halen en/of [betrokkene 1] te zeggen dat ze moet handelen volgens de instructies en/of door in de straat waar [betrokkene 1] werkte te lopen en/of door via de telefoon te informeren naar het aantal klanten) en/of

- [betrokkene 1] mishandeld door een asbak en/of een afstandsbediening en/of een stuk fruit, althans een of meer hard(e) voorwerp(en) naar haar lichaam te gooien en/of

- een of meermalen het haar van de [betrokkene 1] afgeknipt en/of het haar geverfd (waardoor [betrokkene 1] zich vernederd voelde) en/of

- [betrokkene 1] gedwongen en/of aangemoedigd te (blijven) werken ondanks vermoeidheid en/of fysieke problemen en/of ziekte (waardoor vlak na een abortus en/of terwijl zij (39 graden) koorts had) en/of

- voor [betrokkene 1] en/of een of meer andere vrouwen een borstvergroting geregeld en/of betaald en/of

- [betrokkene 1] gedwongen tot seksuele handelingen met hem en/of een van zijn mededader(s).

1. Subsidiair:

Voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden,

[betrokkene 2] en/of diens mededader(s) op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 29 maart 2012 te Amsterdam en/of Alkmaar, in elk geval in Nederland,

een ander, een persoon, te weten [betrokkene 1] ,

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één o meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of dreiging met één of meer feitelijkheden en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van [betrokkene 1] ,

(artikel 273f sub 1 Sr)

en/of

voornoemde [betrokkene 1] heeft/hebben aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk [betrokkene 1] in een ander land, te weten in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (artikel 273 lid 1 sub 3 Sr)

en/of

voornoemde [betrokkene 1] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten: prostitutiewerkzaamheden)

(artikel 273f lid 1 sub 4 Sr)

en/of

met één of meer van de voornoemde middelen en/of omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan hij, [betrokkene 2] en/of één van zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat [betrokkene 1] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten: prostitutiewerkzaamheden)

(artikel 273f lid 1 sub 4 Sr)

en/of

opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van [betrokkene 1] (artikel 273f lid 1 sub 6 Sr)

en/of

[betrokkene 1] met één of meer van de voornoemde middelen en/of omstandigheden heeft/hebben gedwongen en/of bewogen hem. [betrokkene 2] en/of één of meer van zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [betrokkene 1] met of voor een derde,

(artikel 273f lid 1 sub 9 Sr)

immers hebbende [betrokkene 2] en/of diens mededader(s) (telkens) ten aanzien van voornoemde [betrokkene 1]

- [betrokkene 1] naar Nederland laten komen en/of

- de reis van Bulgarije naar Nederland voor [betrokkene 1] geregeld en/of betaald en/of

- [betrokkene 1] bij aankomst in Nederland opgehaald/op laten halen van vliegveld Schiphol en naar Amsterdam gebracht/laten brengen en/of

- [betrokkene 1] gehuisvest (in Amsterdam) en/of

- dei [betrokkene 1] (meermalen) onder druk gezet en/of er (zodoende) toe aangezet en/of gebracht om in de prostitutie te werken en/of te blijven werken en/of

- voor [betrokkene 1] bemiddeld en/of assistentie verleend (bijvoorbeeld door betalingen) bij de huur van een raam en/of kamer en/of

- voor [betrokkene 1] papieren/formulieren geregeld/laten regelen (welke formulieren/papieren nodig zijn om als prostituee te kunnen werken) en/of

- [betrokkene 1] meerdere malen naar Alkmaar gebracht/laten brengen (zodat [betrokkene 1] in Alkmaar kon werken) en/of

- ( terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat [betrokkene 1] in Nederland nergens naartoe kon en/of in Nederland geen vrienden had en/of de taal niet sprak) [betrokkene 1] ertoe aangezet (een gedeelte van) haar verdiensten uit de (prostitutie)werkzaamheden aan verdachte en/of zijn mededader(s) af te laten staan en/of

- [betrokkene 1] (gedurende vele uren per dag en/of zeven dagen per week) in de prostitutie laten werken en/of

- er zorg voor gedragen dat [betrokkene 1] niet vrijelijk kon beschikken over een eigen inkomen en/of

- de werktijden voor [betrokkene 1] bepaald en/of

- [betrokkene 1] (telkens) tijdens haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of laten conroleren (onder meer door [betrokkene 1] weg te (laten) brengen en/of op te (laten) halen en/of door tegen [betrokkene 1] te zeggen dat ze moet handelen volgens de instructies en/of door in de straat waar [betrokkene 1] werkte te lopen en/of door via de telefoon te informeren naar het aantal klanten en/of

- [betrokkene 1] mishandeld door een asbak en/of een afstandsbediening en/of een stuk fruit, althans een of meer hard(e) voorwerp(en) naar het lichaam te gooien en/of

- een of meermalen het haar van [betrokkene 1] afgeknipt en/of het haar geverfd (waardoor [betrokkene 1] zich vernederd voelde) en/of

- [betrokkene 1] gedwongen en/of aangemoedigd te (blijven) werken ondanks vermoeidheid en/of fysieke problemen en/of ziekte (waaronder vlak na een abortus en/of terwijl zij (39 graden) koorts had) en/of

- voor [betrokkene 1] een borstvergroting geregeld en/of betaald en/of

- [betrokkene 1] gedwongen tot seksuele handelingen met hem en/of een van zijn mededader(s)

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte, [verdachte] , op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 september 2009 tot en met 31 december 2010, te Amsterdam en/of Alkmaaar, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest door voornoemde [betrokkene 1] van het vliegveld Schiphol te halen en/of haar een of meermalen naar haar (prostitutie)werk in Alkmaar te brengen en/of haar naar Amsterdam te brengen alwaar zij papieren moest ophalen die zij nodig had voor haar prostitutiewerkzaamheden en/of samen met [betrokkene 2] en/of [betrokkene 1] in één huis te wonen en/of [betrokkene 1] te controleren en/of de verdiensten van [betrokkene 1] op te schrijven in een schrift en/of een afspraak te maken bij een abortuskliniek alwaar [betrokkene 1] een abortus onderging en/of [betrokkene 1] te vergezellen naar die abortuskliniek en/of bij [betrokkene 1] te informeren naar haar verdiensten en/of haar verdiensten te controleren tijdens haar (prostitutie)werkzaamheden.

2. Appellant is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden. Vordering van de benadeelde partij

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 140.000,00 ( honderd veertigduizend euro) bestaande uit 120.000,00 (honderdtwintigduizend euro) materiële schade en 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte - die evenals [betrokkene 2] hoofdelijk voor dat gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd- om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 1] , ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 140.000,00 ( honderd veertigduizend euro) bestaande uit 120.000,00 (honderdtwintigduizend euro) materiële schade en 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

3. Appellant heeft van deze veroordeling wel beroep in cassatie ingesteld.

4. Appellant is van mening dat het Gerechtshof te Amsterdam blijk geeft van een kennelijke onredelijke dan wel onjuist rechtsopvatting en wel op grond van het navolgend.

Middel I

5. De ten laste gelegde feiten zijn voor de periode vanaf 1 september 2009 tot en met 31 december 2010. Uit Proces-verbaal met nummer: 2011109561 van 12 februari 2013 op pagina's F01 98-102 blijkt uit vluchtgegevens dat slachtoffer [betrokkene 1] (hierna [betrokkene 1] ) op 22 oktober 2009 uit Bulgarije vertrokken is. De ten laste gelegde periode komt dus niet overeen met de feiten. Met betrekking tot de ten laste gelegde periode zijn ook onderbrekingen geweest zoals dat uit de feiten blijkt bijvoorbeeld omdat [betrokkene 1] voor een bepaalde periode naar Bulgarije is geweest. Uit Proces-verbaal met nummer: 2011109561 van 12 februari 2013, doorgenummerde pag. F01 98-102 blijkt dat [betrokkene 1] op 30 december 2009 naar Bulgarije is vertrokken. Van de gemaakte tijdlijn, proces-verbaal van bevindingen met nummer: 2011106561, doorgenummerde pag. F01, 95- 97 blijkt dat [betrokkene 1] vanaf 30 december 2009 tot en met 23 januari 2010 in Bulgarije verbleef. Vanaf 2 mei 2010 was [betrokkene 1] weer in Bulgarije voor de periode van ongeveer 1 maand voor een borstvergroting en dat wordt door haar bevestigd in haar verklaringen (Proces-verbaal van verhoor met nummer: 2011106561, doorgenummerde pag. BI, 98-102). Tijdens deze periodes (onderbrekingen) heeft appellant geen contact gehad met [betrokkene 1] . Bovendien blijkt uit de verklaringen van de getuigen dat medeverdachte [betrokkene 2] (hierna [betrokkene 2] ) bepaalde wanneer [betrokkene 1] naar Bulgarije zou gaan. Deze periodes dienen dus te worden verwijderd van de tenlastelegging.

6. Artikel 273f.

- Door dwang een of meer andere feitelijkheden en door dreiging met geweld en drieging met een of meer andere feitelijkheden en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van [betrokkene 1]

Het Hof heeft de tot vrijspraak strekkende verworpen op grond van de verklaringen van de getuigen en de verdachte. Echter heeft het Hof nagelaten om alle feiten in aanmerking te nemen rondom handelingen van appellant ten opzichte van [betrokkene 1] . Appellant heeft [betrokkene 1] niet uitgebuit of gedwongen door gebruik te maken van dwangmiddelen. Het Hof zegt dat appellant [betrokkene 1] elke dag naar haar werk bracht en vervolgens haalde in Alkmaar. Echter werkte [betrokkene 1] een klein aantal dagen in Alkmaar en kende ze de weg en de taal niet, dat is de reden dat [verdachte] haar bracht en haalde. Bovendien is het niet bewezen dat appellant dat opzettelijk deed om haar uit te buiten. Hij zag zichzelf niet als onderdeel van de criminele activiteiten van [betrokkene 2] maar als een chauffeur en housekeeper zoals dat uit zijn verklaringen blijkt. Uit de verklaringen van [betrokkene 1] , [betrokkene 4] en [betrokkene 2] wordt duidelijk dat appellant geen beslissingen nam met betrekking tot de werkzaamheden van [betrokkene 1] . Verder blijkt ook uit de verklaringen van [betrokkene 1] dat het Hof niet in aanmerking heeft genomen dat zij en appellant op een redelijke wijze waren bedreigd door [betrokkene 2] . Ook heeft het Hof de verklaringen van [betrokkene 2] niet in aanmerking genomen waarbij hij aangeeft dat hij € 10.000 aan [verdachte] heeft geleend om zijn appartement in Bulgarije te betalen. Uit de verklaringen van de getuige en appelland wordt ook duidelijk dat hij nooit een salaris heeft ontvangen in Nederland. Daarnaast is uit de verklaringen van [betrokkene 2] duidelijk geworden dat hij een eigen onderneming in Bulgarije heeft waarmee hij voldoende verdiende om geld te lenen aan appellant. Het is ook niet bekend uit de verklaringen van de getuigen of de lening in een keer of in meerdere maanden is gegeven. Hieruit kunnen we ook concluderen dat [verdachte] geen profijt heeft gehad van de prostitutiewerkzaamheden. Het Hof komt tot een foutieve conclusie dat het voor de buitenwereld moest lijken dat appellant en [betrokkene 1] een relatie hadden. De gevoelens van [betrokkene 1] voor appellant en vice versa waren echt en dat blijkt uit het feit dat zij geen abortus wilde. Dat wordt ook bevestigd uit het feit dat appellant en [betrokkene 1] allebei tegen het abortus waren. Uit de verklaring van de getuigen wordt duidelijk dat er geen sprake is van dreiging, dwang of misbruik van een kwetsbare positie door appellant. Hiernaast had [betrokkene 1] de mogelijkheid om niet terug te keren vanuit Bulgarije.

- Voornoemde [betrokkene 1] heeft aangeworven en medegenomen met het oogmerk [betrokkene 1] in een ander land, te weten in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor derde tegen betaling

Uit proces-verbaal van aangifte met nummer 2011109561-7 van 10 mei 2012 doorgenummerde pagina F-01,18-23 blijkt dat de reis van [betrokkene 1] van Bulgarije naar Nederland is geregeld door [betrokkene 2] en [betrokkene 3] . Het klopt dat appellant [betrokkene 1] van het vliegveld Schiphol heeft opgehaald maar hij is niet degene die haar reis heeft geregeld zodat zij naar Nederland komt.

" [betrokkene 2] vertelde dat hij wist dat ik was gekomen om geld te verdienen en dat ik gestuurd was door [betrokkene 3] ."

Bovendien is nergens duidelijk geworden of appellant wist waarvoor [betrokkene 1] naar Nederland kwam.

- Voornoemde [betrokkene 1] met een van de voornoemde middelen heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten.

Zoals gezegd heeft appellant op geen enkele manier [betrokkene 1] gedwongen en/of bewogen om zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. In tegendeel heeft appellant [betrokkene 1] beschermd tegen [betrokkene 2] .

- Met een of meer van de voornoemde middelen of omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en zijn mededader wisten dat [betrokkene 1] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten

[verdachte] heeft geen enkele handeling ondernomen. Enige wat hij wilde is zijn taken uitvoeren als chauffeur en housekeeper. Dat deed [betrokkene 1] zelf door steeds terug te keren uit Bulgarije terwijl zij wist dat dat zij hier in Nederland prostitutiewerkzaamheden zou verrichten. Uit haar reis naar Bulgarije voor een borstvergroting bijvoorbeeld blijkt dat [betrokkene 1] zelf wist en wilde werken als een prostituee.

- Opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [betrokkene 1]

Zoals al gezegd heeft appellant nooit geld ontvangen in Nederland en het geld dat de moeder van appellant in Bulgarije kreeg was afkomstig uit de onderneming van [betrokkene 2] . Appellant wist dus dat het geld afkomstig was van de onderneming van [betrokkene 2] in Bulgarije.

- [betrokkene 1] met één of meer van de voornoemde middelen en/of omstandigheden heeft gedwongen en/of bewogen hem. Verdachte, en zijn mededader te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [betrokkene 1] met of voor een derde

In dit geval blijkt uit de getuigenverklaringen dat al het geld dat afkomstig was van prostitutiewerkzaamheden aan [betrokkene 2] werd gegeven. Bovendien beschikte appellant nooit over dat geld.

Uit de proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 1] van 26 september 2013 van de rechter-commissaris blijkt dat verdachte [betrokkene 2] [betrokkene 1] controleerde:

" [betrokkene 2] controleerde mij tijdens mijn werk inderdaad. Dat deed hij met name via [betrokkene 4] ."

" [betrokkene 2] trad op als de baas, als de meester als degene die het altijd bij het rechte eind gaat en die geen tegenspraak dulde. "

" [betrokkene 2] was agressief naar mij en [verdachte] . Ook hem heeft hij bedreigd en beledigd. "

" [betrokkene 2] heeft mij verschillende keren bedreigd. Hij zei dat hij bezoek bij mij moeder zou laten langskomen, dat hij mij zou misvormen en dat hij een mes in mijn siliconen zou steken. "

" Hij schreeuwde eigenlijk ook altijd. "

Verder blijkt uit proces-verbaal van verhoor van verdachte met nummer: 2011109561 van 16 januari 2013 doorgenummerde pagina B01, 22-34 verklaring van [betrokkene 4] dat alleen [betrokkene 2] over het geld beschikte dat afkomstig waren van de prostitutiewerkzaamheden:

" Wij ( [betrokkene 1] en [betrokkene 4] ) gaven elke avond ons geld aan [betrokkene 2] . "

" U vraagt hoe de verhouding tussen [verdachte] en [betrokkene 2] was. [betrokkene 2] was altijd de baas. "

Uit de proces-verbaal van verhoor van verdachte van 19 februari 2013 verklaring van [verdachte] wordt bevestigd dat alleen [betrokkene 2] over het geld beschikte die afkomstig waren van de prostitutiewerkzaamheden.

" Al geld was voor hem ( [betrokkene 2] ) bedoeld."

" Zij ( [betrokkene 4] en [betrokkene 1] ) moesten [betrokkene 2] geld geven."

" Ze ( [betrokkene 4] en [betrokkene 1] ) gaven al het geld aan [betrokkene 2] ."

Uit de proces-verbaal met nummer: 2011109561 van 20 februari 2013 doorgenummerde pagina B02, 21-29 verklaring van [verdachte] moet worden geconcludeerd dat de rol van [verdachte] niet meer was dan een chauffeur en houskeeper.

" Ik nam niet zelf het initiatief, dat kwam van [betrokkene 2] . Ik was een soort housekeeper en chauffeur."

" [betrokkene 1] en [betrokkene 4] moesten dan 's avonds naar [betrokkene 2] komen om het verdiende geld aan hem af te dragen. Er was geen optie dat zij geen geld zouden geven."

Uit het proces-verbaal terechtzittingen Gerechtshof Amsterdam met parketnummer: 23-000843- 14 ( [betrokkene 2] ) en 23-000928-14 ( [verdachte] ) blijkt dat [betrokkene 2] het volgende verklaard:

" [verdachte] heeft in 2010 610.000 geleend."

" [betrokkene 1] en [verdachte] hebben via facebook met elkaar gesproken een aanklacht tegen mij in te dienen."

" U vraagt mij waarom zij dachten dat ik zoveel geld zou hebben. Ik heb al langer dan 10 jaar een zaak in Bulgarije. [verdachte] en [betrokkene 1] wisten dat mij zaken goed liepen en zij hebben besloten daar profijt van te maken."

Verdachte [verdachte] verklaard het volgende:

" Ik verdiende € 1000 per maand. De broer van [betrokkene 2] gaf dit geld elke maand aan mij moeder."

Middel II

Medeplegen en Medeplichtigheid

Om aan de voorwaarden te voldoen van medeplegen moet er sprake zijn van bewuste en nauwe samenwerking. In dit geval kan er geen sprake zijn van bewuste en nauwe samenwerking omdat voor de laatstgenoemden een goede planning, organisatie, takenverdeling en uitvoering en verdeling van het geld nodig is. Appellant is in dit geval geen medepleger omdat hij geen intentie had om voordeel te krijgen van het verdiensten uit de prostitutiewerkzaamheden. Appellant is naar Nederland gekomen met de intentie dat hij als chauffeur van [betrokkene 2] en zijn vriendin gaat werken en als schoonmaker, kok en boodschappenjongen, kort gezegd - als housekeeper. Uit alle gegeven verklaring wordt duidelijk dat appellant kleine opdrachten met betrekking tot het huishouden uitvoerde die hem werden gegeven door [betrokkene 2] . Dat appellant een aantal keer [betrokkene 1] naar haar werk heeft gebracht en opgehaald maakt hem absoluut geen medepleger maar medeplichtig. Uit jurisprudentie blijkt dat samenwonen in een appartement en je vriendin naar haar werk brengen en ophalen op zichzelf onvoldoende redengevend is voor het bewijs ter zake van medeplegen (LJN:BZ7893, 18 april 2013). In dit context is de jurisprudentie van het Hof Amsterdam van 19 maart 2012, LJN:BV 9608 in hetzelfde lijn. Bovendien heeft appellant zoals gezegd geen profijt gehad van de prostitutiewerkzaamheden. Appellant is in dit geval zelf slachtoffer geworden van [betrokkene 2] . De conclusie die in dit geval volgt uit de verklaringen van de getuigen is dat er sprake moet zijn van medeplichtigheid en niet van medeplegen.

Middel III

Het recht - in het bijzonder art. 6 lid 3 onder d EVRM is geschonden en/of naleving is verzuimd van op straffe van nietigheid in acht te nemen vormvoorschriften, doordat de Rechtbank ten onrechte het verzoek van de raadsman van de verdachte om de getuige in de zaak te verhoren niet heeft nageleefd waardoor het recht op een eerlijk proces van de verdachte in de zin van art. 6 lid 1 EVRM is geschonden, hetgeen een vormverzuim oplevert in de zin van art. 359a Sv, en het Openbaar Ministerie dientengevolge niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

De Rechtbank heeft dus verzuimd in haar vonnis bepaaldelijk een beslissing te geven op het door de verdediging uitdrukkelijk voorgedragen verweer om de getuigen ( [betrokkene 1] en [betrokkene 4] ) te verhoren. Verdachte is dus beperkt in zijn mogelijkheden om zich te verdedigen. In het arrest van 30 maart 2004 heeft de Hoge Raad (NJ 2004/376) algemene regels geformuleerd voor de toepassing van art. 359a Sv. Art 359a Sv heeft betrekking op onherstelbare vormverzuimen die zijn begaan tijdens het voorbereidend onderzoek. De Hoge Raad heeft in het arrest van 30 maart 2004 (NJ 2004/376) handreikingen gegeven aan de rechter als het gaat om de keuze van de sanctie op een vormverzuim in de zin van art 359a Sv. In overweging 3.3. van bovengenoemd arrest heeft de Hoge Raad overwogen: “Strafvermindering kan worden toegepast als het door het vormverzuim ontstane nadeel hierdoor redelijkerwijs kan worden vereffend. Bijvoorbeeld de overschrijding van de redelijke termijn. Een ernstige beperking van verdachte zijn mogelijkheden zich te verdedigen zal echter niet goed via strafvermindering kunnen worden gecompenseerd. Bewijsuitsluiting kan worden toegepast als het bewijs rechtstreeks door het verzuim is verkregen. Er moet dus een direct causaal verband zijn tussen het bewijsmateriaal en het geschonden vormvoorschrift. Alleen datgene wat door het vormverzuim wordt gevonden, komt in aanmerking voor uitsluiting”. Verdachte is dus veroordeeld op basis van zijn eigen verklaringen en op basis van de verklaringen van de getuigen die hij niet kon ondervragen.

6. Art. 40 Sv en art. 6 lid 3 onder c EVRM zijn geschonden. Het Europese Gerechtshof heeft in de zaak Murray (EHRM 8 februari 1996, NJ 1996/725) gesteld dat de verdachte reeds tijdens de fase van het politieverhoor aanspraak moet kunnen maken op rechtsbijstand, indien gebeurtenissen tijdens die fase invloed kunnen hebben op de uitkomst van de strafzaak. In de zaak Murray was art. 6 EVRM geschonden omdat verdachte gedurende de eerste 48 uur van zijn aanhouding niet in de gelegenheid was gesteld zijn raadsman te raadplegen, terwijl hij reeds in dat stadium zijn proceshouding moest bepalen: zwijgen of spreken. Het belemmeren van rechtsbijstand tijdens de inverzekeringstelling is een ernstige inbreuk op het recht van appellant op een eerlijk proces en heeft daarnaast een verzwarend effect op het voorarrest, dat vervolgens het pressieverbod van art. 29 Sv kan ondermijnen.

7. Ten onrechte heeft de Rechtbank de belastende verklaringen van appellant niet uitgesloten van het bewijs, hetgeen getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

8. Het Hof heeft ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde "één of meerdere door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt(en) verworpen, terwijl die verwerping niet of niet voldoende is gemotiveerd, althans de motivering van die verwerping die verwerping niet dragen kan.

9. Verdachte is veroordeeld tot het bedrag van € 140.000,00 ( honderd veertigduizend euro) bestaande uit 120.000,00 (honderdtwintigduizend euro) materiële schade en 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte - die evenals [betrokkene 2] hoofdelijk voor dat gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd- om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij. De vordering is in dit geval niet proportioneel, de vordering maakt namelijk geen onderscheid naar daderschap en daarom verzoek ik u de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Er is sprake van duidelijke onrechtvaardigheid van het straf. Hef Hof heeft nagelaten om in dit geval de verzachtende omstandigheden in aanmerking te nemen.

Redenen waarom

Appellant, eerbiedig aan de Hoge Raad der Nederlanden verzoekt bet beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde te bevelen en de zaak op den voet van het bepaalde bij artikel 461 Wetboek van Strafvordering te verwijzen.

Subsidiair, de zaak terug te verwijzen naar de Rechtbank die heeft verzuimd een beslissing te geven op het door de verdediging uitdrukkelijk voorgedragen verweer om de getuigen te verhoren