Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:724

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-04-2017
Datum publicatie
21-04-2017
Zaaknummer
16/00732
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:300, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Verduistering, unus testis nullus testis, art. 342.2 Sv. 2. Slagende bewijsklacht oplichting. Ad 1: Verduistering gehuurd gereedschap en materieel. De bewezenverklaarde feiten steunen slechts op de verklaring van telkens één aangever. De bewezenverklaring is niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Ad 2: Oplichting, bewegen tot afgifte van vier kerstpakketten door het aannemen van een valse hoedanigheid. Uit de gebezigde b.m. – aangifte slachtoffer en verklaring verdachte dat hij kerstpakketten heeft opgehaald en de rekening niet heeft betaald – kan de bewezenverklaring niet zonder meer worden afgeleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/554
SR-Updates.nl 2017-0207
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 april 2017

Strafkamer

nr. S 16/00732

EC/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2015, nummer 23/000687-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de beslissingen over zaak A met parketnummer 15-670525-05 feit 2 en zaak B met parketnummer 15-661380-08 feit 1 en 2 en de strafoplegging, behoudens voor zover het Hof schadevergoedingsmaatregelen heeft opgelegd aan de door zaak A feit 1 benadeelde partijen, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt onder meer dat het Hof het in de zaken A met parketnummer 15-670525-05 onder 2 en B met parketnummer 15-661380-08 onder 1 bewezenverklaarde uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van telkens één getuige.

3.2.1.

Het Hof heeft ten laste van de verdachte onder meer bewezenverklaard dat:

"Zaak A (parketnummer 15-670525-05)

(...)

2 subsidiair:

hij in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 31 maart 2005 te Purmerend en/of Alkmaar en/of Amsterdam opzettelijk de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen bedrijven:

(zaak 3)

- machines toebehorende aan [A] en

(zaak 7)

- een boormachine en boren toebehorend aan [B] B.V. en

(zaak 24)

- een glasbok toebehorend aan [C] , welke goederen verdachte anders dan door misdrijf, te weten huur, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(...)

Zaak B (parketnummer 15-661380-08)

1

hij in de periode van 30 december 2005 tot en met 9 maart 2006 te Schagen opzettelijk een verwarmingselement van het merk Remko, toebehorende aan [D] B.V., welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als huurder van dat verwarmingselement, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend."

3.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"Ten aanzien van feit 2 subsidiair in zaak A:

24. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL9999/05-013951 van 24 februari 2005, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (dossierpagina's 53-54).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 24 februari 2005 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :

Ik doe hierbij aangifte. Ik ben shopmanager van het bedrijf [A] te Alkmaar. Op 22 oktober 2004 heeft [verdachte] een rekening bij ons geopend. Dezelfde dag heeft hij een aantal machines bij ons gehuurd. Tot op de dag van vandaag hebben wij nog niets van het verhuurde materiaal teruggezien. Er is ook geen factuur betaald.

25. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL9999/05-020363 van 23 maart 2005, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (dossierpagina's 119-120).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 maart 2005 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 2] :

Ik doe hierbij aangifte tegen [verdachte] . Ik ben werkzaam op de afdeling boekhouding bij het bedrijf [B] B.V., gevestigd te Amsterdam. Ik ben bevoegd tot het doen van aangifte.

[verdachte] is bij ons bedrijf sedert 3 januari 2005 ingeschreven als ' [E] '. Op 12 januari jl. heeft [verdachte] bij ons een boormachine en diverse boren gehuurd. Hij heeft deze boormachine en boren tot op heden nog niet bij ons retour gebracht, ondanks de laatste huurdag van 28 februari 2005. Ook de factuur, inzake de huur, is tot op heden nog niet voldaan.

26. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL9999/05-060905 van 4 september 2005, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , inclusief de daaraan gehechte bijlagen (voorin het dossier, dossierpagina's ongenummerd).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Pleegplaats Amsterdam

Benadeelde [C]

Bijlage:

Schrijven d.d. 26 augustus 2005 van [betrokkene 3] , namens [C] Amsterdam aan de Recherche, t.a.v. [verbalisant 2] .

Hierbij willen wij aangifte doen tegen [E] .

Dit bedrijf is nog steeds in het bezit van een glasbok waarvoor de huur (€ 2,-/dag) nog doorloopt.

(...)

Ten aanzien van feit 1 in zaak B:

30. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL 1030/06-142394 van 23 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (doorgenummerde pagina's 16-18)

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 maart 2006 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 4] :

Ik doe aangifte van verduistering. Op 30 december 2006 heb ik een verwarming verhuurd aan een persoon die zich als eigenaar uitgaf van [E] . De verhuurperiode was van 30 december 2006 tot 9 maart 2006 (het hof begrijpt: van 30 december 2005 tot 9 maart 2006).

Ik heb op 9 maart 2006 geen bericht van dit bedrijf gekregen over een eventuele verlenging van het verhuurcontract. De kachel was ook niet op 9 maart 2006 terug.

De kachel was op 30 december 2005 opgehaald door iemand die zich legitimeerde als [verdachte] , [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] .

Benadeelde: [D] te Schagen

Goederenbijlage

Benadeelde : [D] B.V.

Soort : verwarmingselement

Merk : Remko

Hoeveelheid : 1 stuk

Bijlage bij de aangifte:

Een schriftelijk stuk, namelijk een kopie van het paspoort van [verdachte] , nr [001] ."

3.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende overwogen:

"De hiervoor vermelde bewijsmiddelen zijn - ook in hun onderdelen - telkens gebezigd tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben (...)"

3.3.

Volgens het tweede lid van art. 342 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de in de zaken A met parketnummer 15-670525-05 onder 2 en B met parketnummer 15-661380-08 onder 1 bewezenverklaarde feiten slechts steunen op de verklaring van telkens één aangever, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

3.4.

Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.

4 Beoordeling van het derde middel

4.1.

Het middel klaagt dat het in de zaak B met parketnummer 15-661380-08 onder 2 bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

4.2.

Ten laste van de verdachte is onder meer bewezenverklaard dat:

"hij op 20 december 2005 te gemeente Schagen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid [F] heeft bewogen tot de afgifte van vier kerstpakketten ter waarde van totaal 214,62 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

- naar het pand van [F] B.V. gegaan,

- zich bij een aldaar werkzaam personeelslid gemeld

- aan deze verkoopster gemeld dat hij nog vier kerstpakketten wilde hebben,

- aan deze verkoopster verklaard dat hij geen geld bij zich had maar wel een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel

- aan haar dit inschrijvingsbewijs heeft getoond

- een kopie van dat inschrijvingsbewijs aan de verkoopster heeft overhandigd

- en zich daarmee heeft voorgedaan als vertegenwoordiger van [E] gevestigd aan de [a-straat 1] te Tuitjenhorn,

waardoor [F] BV werd bewogen tot bovenomschreven afgifte."

4.3.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"31. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL 1030/06-144211 van 27 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (doorgenummerde pagina's 23-24)

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 27 maart 2006 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 5] :

Ik ben boekhouder van [F] B.V., gevestigd te Schagen. Ik doe namens dit bedrijf aangifte. Op 20 december 2005 meldde zich een persoon bij een verkoopster. Hij zei dat hij nog vier kerstpakketten wilde hebben. Hij verklaarde dat hij geen geld bij zich had, maar wel een bewijs dat hij ingeschreven stond bij de Kamer van Koophandel. Dit liet hij aan haar zien en daar heeft de verkoopster een kopie van gekregen. De magazijnmedewerker heeft vier kerstpakketten afgegeven. De kerstpakketten werden echter niet betaald. Ik heb toen namens [F] aanmaningen gestuurd naar het adres dat was opgegeven bij afgifte van de kerstpakketten. Dit adres was van [E] , [a-straat 1] (het hof begrijpt [...] ) te Tuitjenhorn.

32. Een proces-verbaal van verhoor met nummer PL10DH/06-144211 van 12 oktober 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] (doorgenummerde pagina 28).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 12 oktober 2007 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van de verdachte:

Ik ben eigenaar geweest van een klusbedrijf ' [E] ' gevestigd [b-straat 1] te Volendam. Ik heb in december 2005 ooit wel kerstpakketten gehaald, waar weet ik niet meer. De rekening heb ik niet betaald."

4.4.

Aangezien de bewezenverklaring van het in de zaak B met parketnummer 15-661380-08 onder 2 tenlastegelegde, voor zover inhoudende dat de verdachte "door het aannemen van een valse hoedanigheid [F] heeft bewogen tot de afgifte van vier kerstpakketten ter waarde van totaal 214,62 euro", niet zonder meer kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel is terecht voorgesteld.

5 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

6 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het in zaak A met parketnummer 15-670525-05 onder 2 en het in zaak B met parketnummer 15-661380-08 onder 1 en 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, daaronder in dit geval niet begrepen de oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen alsmede de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen voor zover betrekking hebbend op feit 1 in de zaak A met parketnummer 15-670525-05;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2017.