Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:71

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-01-2017
Datum publicatie
24-01-2017
Zaaknummer
15/05060
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1420, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag. Art. 552a Sv. Rb heeft geoordeeld dat o.g.v. art. 552a Sv niet kan worden geklaagd over de kennisneming of het gebruik van uitgelezen gegevens die in de onder klager inbeslaggenomen telefoons waren opgeslagen, en dat het beklag dan ook in zoverre n-o moet worden verklaard. Art. 552a.1 Sv voorziet evenwel in het doen van beklag over de kennisneming of het gebruik van gegevens, opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd bij een onderzoek in zodanig werk. Anders dan de Rb heeft overwogen leidt ECLI:NL:HR:2012:BX5510 niet tot een ander oordeel aangezien het in die zaak ging om de inbeslagneming van externe harde schijven en het klaagschrift strekte tot vernietiging van de gegevens die op die harde schijven waren opgeslagen. In die zaak was dus geen sprake van gegevens die waren vastgelegd "bij een onderzoek in zodanig werk". In het licht van het vorenoverwogene is voormeld oordeel van de Rb niet zonder meer begrijpelijk. De HR heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat de Rb zich niet heeft uitgelaten over de (technische) aard van de telefoons en evenmin over de vraag of daadwerkelijk is kennisgenomen of gebruik gemaakt van uitgelezen gegevens die in de telefoons waren opgeslagen en die bij een onderzoek daarin zijn vastgelegd. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 552a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2017/228 met annotatie van Redactie
RvdW 2017/170
NJB 2017/322
JOW 2017/14
JIN 2017/41 met annotatie van M.L.C.C. de Bruijn-Lückers
NBSTRAF 2017/58 met annotatie van mr. G.M. Boezelman en mr. M. Coenen
SR-Updates.nl 2017-0080
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 januari 2017

Strafkamer

nr. S 15/05060 B

MD/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 8 oktober 2015, nummer RK 15/4004, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring door de Rechtbank van het beklag voor zover dat is gericht tegen de kennisneming of het gebruik van de "(waarschijnlijk) uitgelezen" gegevens die in de onder de klager inbeslaggenomen telefoons waren opgeslagen.

2.2.

De bestreden beschikking houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

"2. Inhoud klaagschrift

Het klaagschrift strekt primair tot teruggave van de onder klager inbeslaggenomen voorwerpen, te weten drie mobiele telefoons. Subsidiair richt het klaagschrift tegen het gebruik van de inbeslaggenomen telefoons.

3 Beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.

In de nacht van 3 op 4 maart 2015 is klager aangehouden en zijn onder klager voornoemde voorwerpen inbeslaggenomen. Op 22 maart 2015 is het beslag opgeheven en zijn de telefoons aan klager geretourneerd.

De raadsman van klager heeft in raadkamer ter aanvulling op het klaagschrift aangevoerd dat het Openbaar Ministerie weigert om opheldering te geven over de vraag of de telefoons van klager zijn uitgelezen en op grond waarvan dat is geschied. Als de telefoons zijn uitgelezen dan richt het beklag zich daartegen. Op grond van artikel 552a Sv kun je het beklag richten tegen het gebruik van bepaalde gegevens. Het Openbaar Ministerie dient aan te tonen dat de inbeslagname van de telefoons relevant is voor de waarheidsvinding in het lopend onderzoek en dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave. Echter, de rollen worden omgedraaid en klager dient nu aan te tonen dat zijn telefoons niet relevant zijn voor het onderzoek. De raadsman verzet zich tegen de werkwijze van het Openbaar Ministerie waarbij voorwerpen van een ieder zomaar in beslag kunnen worden genomen. De raadsman heeft verzocht het beklag gegrond te verklaren en het Openbaar Ministerie opdracht te geven de verdediging te informeren of de telefoons al dan niet zijn uitgelezen.

De officier van justitie heeft verklaard dat het in het kader van deze procedure niet relevant is of de telefoons al dan niet zijn uitgelezen. De telefoons zijn inbeslaggenomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek, waarbij de telefoons kunnen worden uitgelezen. De inbeslagneming is rechtmatig geschied. Het Openbaar Ministerie kan geen antwoord geven op de vragen van de verdediging in het belang van het onderzoek. De officier van justitie heeft verzocht het beklag ongegrond te verklaren, nu de verdediging onvoldoende heeft onderbouwd welke belangen van klager in het geding zijn dat de gegevens op zijn telefoon niet gebruikt mogen worden.

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank constateert dat de drie onder klager inbeslaggenomen telefoons op 22 maart 2015 aan klager zijn teruggegeven. Nu de telefoons reeds zijn teruggegeven kan klager niet worden ontvangen in zijn klacht over de inbeslagname en het gebruik van de telefoons. De onderhavige procedure kan slechts worden aangewend om te klagen over beslag dat nog voortduurt en niet om een oordeel te verkrijgen over de rechtmatigheid van in het verleden gelegd, maar reeds beëindigd beslag of het gebruik daarvan (zie o.a. HR 3 juni 2003, LJN AF6594).

De procedure van artikel 552a Sv voorziet evenmin in het doen van beklag tegen kennisneming en gebruik van gegevens die zijn ontleend aan inbeslaggenomen voorwerpen. De (waarschijnlijk) van de drie telefoons uitgelezen gegevens zijn ook geen gegevens "vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt" en ook niet "opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd bij een onderzoek in zodanig werk" als bedoeld in artikel 552a Sv (vgl. HR 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012: BX5510).

Het beklag dient op grond van het voorgaande niet ontvankelijk te worden verklaard."

2.3.

Blijkens haar hiervoor onder 2.2 weergegeven overwegingen heeft de Rechtbank geoordeeld dat op grond van art. 552a Sv niet kan worden geklaagd over de kennisneming of het gebruik van uitgelezen gegevens die in de onder de klager inbeslaggenomen telefoons waren opgeslagen, en dat het beklag dan ook in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Art. 552a, eerste lid, Sv voorziet evenwel in het doen van beklag over de kennisneming of het gebruik van gegevens, opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd bij een onderzoek in zodanig werk. Anders dan de Rechtbank heeft overwogen leidt HR 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5510, NJ 2012/598 niet tot een ander oordeel aangezien het in die zaak ging om de inbeslagneming van externe harde schijven en het klaagschrift strekte tot vernietiging van de gegevens die op die harde schijven waren opgeslagen. In die zaak was dus geen sprake van gegevens die waren vastgelegd "bij een onderzoek in zodanig werk".

In het licht van het vorenoverwogene is voormeld oordeel van de Rechtbank niet zonder meer begrijpelijk. De Hoge Raad heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat de Rechtbank zich niet heeft uitgelaten over de (technische) aard van de telefoons en evenmin over de vraag of daadwerkelijk is kennisgenomen of gebruik gemaakt van uitgelezen gegevens die in de telefoons waren opgeslagen en die zijn vastgelegd bij een onderzoek daarin.

2.4.

Het middel slaagt.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2017.