Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:695

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-04-2017
Datum publicatie
14-04-2017
Zaaknummer
16/00767
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:85, Gevolgd
In sprongcassatie op: ECLI:NL:RBZWB:2015:8669, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Schadeloosstelling na onteigening. Eliminatieregel van art. 40c Onteigeningswet. Verrekening van voor- en nadeel ook ten aanzien van waardevermeerdering overblijvende? Waarde van vrijkomende bodembestanddelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2017/151
RvdW 2017/486
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 april 2017

Eerste Kamer

16/00767

TT/JS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. P.J.L.J. Duijsens en thans mr. D.Th.J. van der Klei,

t e g e n

de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat),
zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Staat.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/02/249530/HA ZA 12-358 van de rechtbank Breda van 20 juni 2012 en de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 december 2015.

Het vonnis van de rechtbank van 16 december 2015 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank van 16 december 2015 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal J.C. van Oven strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 3 maart 2017 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 14 april 2017.