Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:60

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-01-2017
Datum publicatie
24-01-2017
Zaaknummer
16/00320
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1403, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:9788, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen poging doodslag in het verkeer, inrijden op agenten, art. 287 Sr. Voorwaardelijk opzet. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2003:AE9049 en ECLI:NL:HR:1996:ZD0139. Gelet op de door het Hof gebezigde bewijsvoering waaronder de verklaring van verdachte dat hij "met 'knal die scotoe keihard' bedoelde (...) dat hij (medeverdachte) de politie keihard moest aanrijden", getuigt het oordeel van het Hof dat het gedrag van medeverdachte op aanwijzing van verdachte uitgevoerd naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer is gericht op de dood van de inzittenden van de politieauto dat verdachte in de samenwerking met medeverdachte de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood als gevolg van die handeling heeft aanvaard, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 287
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2017/92
NJ 2017/375 met annotatie van Redactie, Prof. mr. B.F. Keulen
RvdW 2017/171
NJB 2017/319
NBSTRAF 2017/52
SR-Updates.nl 2017-0074
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 januari 2017

Strafkamer

nr. S 16/00320

SG/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 22 december 2015, nummer 21/001031-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde wat betreft het (voorwaardelijk) opzet op de dood van [verbalisant 1] en [verbalisant 2].

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

"hij op 17 oktober 2014 op de N34 richting Zuidlaren en de A28 richting Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [verbalisant 1] (brigadier van politie) en/of [verbalisant 2] (agent van politie) van het leven te beroven, met dat opzet,

- is verdachtes mededader in een personenauto (van het merk Renault Laguna) op de N34 met hoge snelheid in voor hem tegenovergestelde richting op de door [verbalisant 1] bestuurde politieauto ingereden en de door [verbalisant 1] bestuurde politieauto zeer dicht genaderd en waarbij een aanrijding werd voorkomen doordat [verbalisant 1] met kracht remde en zijn dienstvoertuig de berm instuurde en,

- waarbij verdachte telkens via de telefoon aanwijzingen gaf aan verdachtes mededader die zich in de Renault Laguna bevond met als inhoud, zakelijk weergegeven, "dat hij de auto er voor moet knallen en gas gas doorrijden en rij hem nu aan snel draai auto en knallen en ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel en knal ze rij ze blokkeer ze man",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt onder meer op de verklaring die de verdachte heeft afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 8 december 2015. Deze verklaring houdt het volgende in:

"Toen we wegreden, bestuurde [betrokkene 1] het busje en ik zat op de bijrijdersplaats. [betrokkene 2] reed achter ons aan. We gingen richting Groningen. Onderweg kregen wij een stopteken van de politie. We kregen een stopteken met een bordje "Stop politie". Ze reden toen voor ons. Er was paniek en ik zei dat we beter konden doorrijden. Toen ging [betrokkene 1] terug de N-weg op en de politie maakte ongeveer dezelfde manoeuvre en ze kwamen toen achter ons te rijden.

U houdt mij voor wat er blijkens de opgemaakt tapverslagen over de telefoon is gezegd. In die gesprekken ben ik degene die is aangeduid als 'NN-man' en [betrokkene 1] is de 'man op de achtergrond'. Ik heb stomme dingen geroepen. [betrokkene 1] zat achter het stuur, [betrokkene 2] zat in de andere auto en ik had de handen vrij.

[betrokkene 2] heeft ons met hoge snelheid ingehaald en hij is heel hard naar voren gereden. Dit is op de N-weg. [betrokkene 2] kwam daarna weer terugrijden. De politie reed rechts van ons op de voor hun juiste weghelft en wij reden daar links naast op de weghelft voor de tegenliggers. Toen ik voor mij keek, zag ik opeens dat een auto op ons kwam afrijden.

[betrokkene 1] zei dat er iets moest gebeuren en dat die auto aangereden moest worden. Ik ben daarop ingesprongen en heb [betrokkene 2] gebeld.

Het klopt dat ik verschillende keren met [betrokkene 2] heb gebeld.

U houdt mij een citaat voor (...) van het dossier. Ik ben steeds de NN-man en [betrokkene 1] is steeds de man op de achtergrond. Ik was steeds degene die belde. U vraagt mij wat ik bedoel met "knallen". De bedoeling daarvan was dat [betrokkene 2] tegen de bumper van de surveillanceauto zou tikken, zodat die zou stoppen. Op dat moment rijdt [betrokkene 2] nog achter ons en zit de politieauto tussen [betrokkene 2] en ons in.

Het gesprek dat een minuut later plaatsvindt is op een moment dat de politie ons waarschijnlijk heeft ingehaald. Met "knallen" is dan bedoeld het raken van de ene auto tegen de andere. Niet een heel heftige botsing.

[betrokkene 2] was ons inmiddels voorbij gereden en hij was uit het zicht verdwenen. Wij wisten niet wat hij deed. Daarom zei ik "kom, draaien".

U houdt mij een citaat voor (...) van het dossier. Hieruit blijkt wel dat we het allemaal met z'n drieën deden.

Op vragen van de advocaat-generaal verklaar ik dat ik heb gezegd dat [betrokkene 2] 180 moest gaan rijden om weer bij ons te komen en met 'knal die scotoe keihard' bedoelde ik dat hij de politie keihard moest aanrijden."

2.2.3.

Ten aanzien van de bewezenverklaring heeft het Hof voorts het volgende overwogen:

"Bewijsverweer

Verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan hetgeen onder 1 primair tot en met meest subsidiair aan hem is ten laste gelegd. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte van die feiten moet worden vrijgesproken, op gronden zoals aangevoerd in de pleitaantekeningen die door de raadsvrouw ter zitting aan het hof zijn overhandigd. Kort weergegeven, komt het verweer op de volgende punten neer:

- medeplegen kan niet bewezen worden, omdat geen sprake is van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte;

- het weggedrag van medeverdachte [betrokkene 2] kan niet gekwalificeerd worden als poging tot doodslag/zware mishandeling nu niet kan worden bewezen dat [betrokkene 2] daarop het opzet had;

- verdachte had niet het opzet op de dood of zwaar lichamelijk letsel van de aangevers [verbalisant 1] en [verbalisant 2];

- verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat hij in paniek handelde, dat de hele rit hectisch verliep. Hij heeft niet tijdens de gehele rit gezien hoe [betrokkene 2] heeft gereden. Daarnaast is niet vast te stellen op welke gebeurtenissen verdachtes uitspraken precies betrekking hadden en is onvoldoende duidelijk of [betrokkene 2] zijn gedragingen in opdracht van verdachte heeft verricht.

(...)

De feiten

In de vroege ochtend van 17 oktober 2014 heeft verdachte, samen met medeverdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2], in Nieuw-Weerdinge een groot aantal hennepplanten uit een hennepkwekerij gestolen. Zij maakten daarbij gebruik van twee auto's, te weten een witte Mercedes Sprinter (hierna: de witte bus) en een Renault Laguna. [betrokkene 1] was bestuurder van de witte bus, verdachte was bijrijder. [betrokkene 2] bestuurde de Laguna.

Na de diefstal trokken beide voertuigen de aandacht van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], die in hun dienstvoertuig achter beide voertuigen reden. De verbalisanten gaven de witte bus uiteindelijk op de N34, bij de afrit Gasselte, een stopteken. De witte bus voldeed niet aan dat teken en ging ervandoor. In de volgende, relatief korte, periode van ongeveer zeventien minuten, waarin de verbalisanten met hun dienstvoertuig trachtten de witte bus te achterhalen en te laten stoppen voerde de bestuurder van de Renault Laguna een aantal levensgevaarlijke manoeuvres uit jegens de verbalisanten. De verbalisanten zagen gedurende deze rit dat de bestuurder van de Renault Laguna verschillende keren aan het telefoneren was.

Achteraf bleek dat op de telefoon van medeverdachte [betrokkene 2], uit hoofde van een ander strafrechtelijk onderzoek een tap liep. Hierdoor kon worden vastgesteld dat gedurende rit van ongeveer zeventien minuten veertien maal telefonisch contact is geweest tussen de inzittenden van de witte bus en [betrokkene 2], de bestuurder van de Renault Laguna. Bijeengenomen hebben verdachte en [betrokkene 2] in die rit gedurende in totaal ongeveer 8 minuten met elkaar in contact gestaan en gesproken. Hoewel de exacte locatie van de verschillende aangestraalde zendmasten niet uit het dossier kan worden afgeleid volgt uit de processen-verbaal wel dat de in die tapgesprekken aangeduide zendmasten dat de gereden route past bij de in die gesprekken genoemde locaties, namelijk plaatsen of gemeenten. Verdachte heeft erkend de gesprekken te hebben gevoerd en de route over de N 34 vanaf Borger, via Gasselte, Annen, Zuidlaren te hebben gereden waarna op de A 28 verdachte zijn weg heeft vervolgd.

Uit de verklaring van de verdachte op de terechtzitting van het hof blijkt dat hij degene was die [betrokkene 2] telkens belde en de gesprekken met [betrokkene 2] voerde. Uit de vastlegging van de tapgesprekken blijkt dat verdachte tijdens de achtervolging onder meer tegen [betrokkene 2] heeft gezegd:

- Bij aanstraling van de zendmast Drouwen, om 4:31:04 uur:

- Verdachte: "Oooh hey luister"

- [betrokkene 2]: "Ja"

- Verdachte: "Ja kom die auto knallen voor ons nu"

- [betrokkene 2]: "Vol gas voor jullie aan"

- Verdachte: "Ja kom voor ons knallen nu"

- [betrokkene 2]: "Oké, ik kom er aan"

- Verdachte: "[betrokkene 2] kom ze knallen"

- Bij aanstraling van de zendmast Drouwen, om 4:32:10 uur:

- Verdachte: "He kom die skowtoe (fon) nu knallen voor ons nu"

- [betrokkene 2]: "Wat"

- "Nu nu kom die skowtoe (fon) nu knallen met die auto knal op hun"

- [betrokkene 2]: "Oké"

- Verdachte: "Is goed kom op hun knallen nu"

- Verdachte: "He kom draaien kom draaien"

- Bij aanstraling van de zendmast Drouwen, om 4:33:06 uur:

- Verdachte: "He knal die skowtoe (fon) nu [betrokkene 2] ik maak alles met je goed rij hem nu aan snel draai auto en knallen"

- [betrokkene 2]: "Wat moet ik doen moet ik knallen"

- Verdachte: "Ja nu met die auto gewoon tegen die auto aan snel"

- Verdachte: "Ja knal die auto met de auto schiet op"

- [betrokkene 2]: "Oké, is cool ik hoop dat het me lukt man"

- Verdachte: "Jo"

- Bij aanstraling van de zendmast Gieten, om 4:34:00 uur:

- Verdachte: "Is goed rij honderdtachtig en knal die skowtoe (fon) keihard"

- [betrokkene 2]: "Ja, ik doe mijn best"

- Bij aanstraling van de zendmast Annen, om 4:37:26 uur:

- Verdachte: "He waar ben je dan ben je achter ons ja he"

- [betrokkene 2]: "Ja, ik ben achter jullie"

- Verdachte: "Oké, doe je ding, ja doe je ding"

- [betrokkene 2]: "Ja, ik ga mijn best doen ja"

- Verdachte: "Ja, ga daarnaast rijden, wij moeten iets langzamer"

- Verdachte: "Achterwiel aanraken dan spint ie doe wat je moet doen"

- [betrokkene 2]: "Ja, ik ga mijn ding doen, ja"

- Verdachte: "Ja, wij rijden langzaam, kom gewoon ervoor en knal ze gewoon dat ze niet verder kunnen, oké"

- [betrokkene 2]: "Ik laat ze anders wel achterin mij klappen"

- Verdachte: "Oké, is goed jo"

- Bij aanstraling van de zendmast Zuidlaren, om 4:38:35 uur:

- Verdachte: "Man, eeh haal ze in doe dan jonge waar wacht je op"

- [betrokkene 2]: "Bocht man ik (...) en ze gaan blokkeren mij"

- Verdachte: "Doe hoe je het moet doen snel ga ervoor pressure (fon) op de achterkant weet ik veel doe wat"

- Bij aanstraling van de zendmast Zuidlaren, om 4:39:28 uur:

- [betrokkene 2]: "Jo, versterking is er al man"

- Verdachte: "Wat ja doe wat dan jonge knal ze rij ze blokkeer ze man

- [betrokkene 2]: "Ja, ik wil niet gepakt worden kerel"

- Verdachte: "Maakt niet uit broer, ik regel dat met jou hou ze nou maar tegen "aben" (fon) laten we wegrennen laten deze bus achter met die wierie desnoods"

- [betrokkene 2]: "Ja beter doe dat ik knal hem ook door"

- Verdachte: "Ja nee luister blokkeer hun ja voor hun en blokkeer ze dat ze er niet langs kunnen nu"

- [betrokkene 2]: "Ja"

- Verdachte: "Je hoeft ze niet tegen te houden maar ga gewoon ervoor en schud heen en weer zodat ze er niet langs kunnen schiet op schiet op"

- [betrokkene 2]: "Jo is goed is goed niet meer bellen"

- Bij aanstraling van de zendmast A28/Eelde, om 4:40:39 uur:

- Verdachte: "Eeh, ga ze voor en ga ze afsnijden schiet op"

- [betrokkene 2]: "Ik doe me ding man maar er zit ook al 1 achter mij alles ik wil niet gepakt worden voor deze kankershit" (....)

- [betrokkene 2]: "Weet je hoe kanker lang ik hiervoor ga vriend"

- Verdachte: "En je krijgt even veel jonge doe nu maar wat ik je zeg man skowtoe (fon) voor ons"

- [betrokkene 2]: "Ik doe mijn ding ja"

- Verdachte: "Ja doe je ding gewoon ik bouw op jou ik heb je niet voor niets meegenomen snij ze af".

Gedurende deze periode waarin de politie [betrokkene 2] heeft getapt namen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] gelet op hun processen-verbaal van bevinding onder meer het volgende waar:

- terwijl de verbalisanten met een snelheid boven de maximaal toegestane snelheid van 100 km/u over de N34 reden, zagen zij in de verte de voor hen rijdende Renault Laguna op de weg keren en vervolgens met hoge snelheid over de door hen bereden weghelft op hen af komen rijden. Op dat moment rijdt de witte bus zodanig links naast de verbalisanten, dat zij niet naar links konden uitwijken. Door hard te remmen en in de richting van de berm te sturen waardoor de auto aldaar ook belandde, kon [verbalisant 1], die de dienstauto bestuurde, op het nippertje een aanrijding voorkomen.

Verbalisant [verbalisant 1] is ter zitting van het hof gehoord. Over dit onderdeel van de tenlastelegging heeft hij verklaard dat hij zeker wist dat de Laguna op de weghelft van de verbalisanten reed, dat de snelheid van de Laguna hoog was, dat de Laguna recht op hen af kwam, dat hij niet naar links kon uitwijken omdat de witte bus naast hem reed, dat hij heel hard geremd heeft en de berm is ingereden. Net voordat hij remde dacht hij "dit was het". Verbalisant [verbalisant 2] is eveneens ter zitting van het hof gehoord. Hij heeft in dezelfde zin als [verbalisant 1] verklaard, maar ook verklaard dat toen ze met het dienstvoertuig de berm inreden, de Laguna heel hard rakelings langs hen schoot.

- verderop op de N34 werden de verbalisanten met hoge snelheid ingehaald door de Renault Laguna, die na de confrontatie weer was gekeerd. Op het moment dat de Laguna naast de politieauto reed, maakte de auto een beweging naar rechts. Door met kracht te remmen wist [verbalisant 1] een aanrijding te voorkomen;

- op de snelweg, A28, rijdende in de richting Groningen, maakte de Renault Laguna, op het moment dat de politieauto hem aan de linkerkant wilde passeren en de verbalisanten minstens honderdtwintig kilometer per uur reden, een beweging naar links, waarbij de politieauto door de Renault Laguna werd geraakt. Dit gebeurde op een moment dat in de middenberm, links van de politieauto, betonblokken stonden ter afscheiding van de rijbanen, en achter de politieauto en de Renault Laguna andere voertuigen reden, zodat het voor de politieauto niet mogelijk was om naar links of naar achteren uit te wijken.

Ter zitting van het hof heeft verbalisant [verbalisant 2] verklaard dat de Laguna probeerde het dienstvoertuig tegen de railing te duwen, dat de afstand tussen het dienstvoertuig en de betonnen railing ongeveer een meter was en dat dat met een plotselinge beweging gebeurde, die hij niet had verwacht.

Vrijspraak van onderdelen van de tenlastelegging

In de primaire tenlastelegging worden achtereenvolgens 4 verschillende feitelijke gedragingen ten laste gelegd als gedragingen die met het opzet op de dood dan wel zware mishandeling door verdachten zouden zijn uitgevoerd. Het hof zal verdachte vrijspreken van hetgeen als tweede en derde feitelijke gedraging is opgenomen omdat het hof van oordeel is dat van die onderdelen niet bewezen kan worden dat zij zijn uitgevoerd met de (voorwaardelijke) opzet op het doden dan wel zware mishandeling. Uit de hiervoor weergegeven feitelijke vaststelling van de gedragingen van [betrokkene 2] en hetgeen verdachte door de telefoon heeft gezegd blijkt weliswaar dat verdachten alles in het werk stelden om zich van de politieauto te ontdoen en dat daarbij onverantwoorde risico's in het verkeer zijn genomen maar dat acht het hof onvoldoende voor het bewezen verklaren van het hebben van (voorwaardelijk) opzet op de dood dan wel zware mishandeling.

Medeplegen

De deelnemingsvorm 'medeplegen' ziet op een bewuste en nauwe samenwerking gericht op de totstandkoming van een strafbaar feit. Aan het bewijs van medeplegen hoeft het niet zelfstandig verrichten van een uitvoeringshandeling niet zonder meer in de weg te staan, zoals evenmin lijfelijke afwezigheid een beletsel hoeft te vormen. Een vooropgezet plan hoeft aan het medeplegen niet ten grondslag te liggen, want medeplegen kan ook als een opwelling uit de situatie voortspruiten en zelfs stilzwijgend plaatsvinden. Evenmin hoeft iedere medepleger exact op de hoogte te zijn van de bijdragen van de andere medepleger(s) aan het strafbare feit. Wel dient er bij de medepleger sprake te zijn van een zogenoemd 'dubbel' opzet dat bestaat in een wilsgerichtheid, zowel op het tot stand brengen van het feit als op de samenwerking met de andere dader of daders.

Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte als bijrijder van de witte bus de uitvoeringshandeling in de tenlastelegging die met de Renault Laguna zijn uitgevoerd niet zelf heeft verricht.

Uit de telefoongesprekken blijkt echter dat verdachte kort ervoor [betrokkene 2] belde. Verdachte gaf [betrokkene 2] aanwijzingen of instructies over de wijze waarop [betrokkene 2] zijn auto tegen de politieauto moest inzetten. Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden volgt ook dat [betrokkene 2] de handelingen ('draaien', (pogen om) de politieauto aan te rijden ('knallen') heeft verricht. Verdachte en [betrokkene 2] hebben over en weer gesproken over 'je/mijn ding doen' hetgeen naar het oordeel van het hof gezien de inhoud van de gesprekken alleen maar kan hebben betekend dat verdachte en [betrokkene 2] tezamen en in vereniging hebben geprobeerd via het gebruik van de [betrokkene 2]' auto met hoge snelheid op de politieauto in te rijden.

Uit de weergegeven tapgesprekken blijkt dat verdachte meermalen heeft gezegd dat [betrokkene 2] met zijn auto op de politieauto moest knallen. Bovendien heeft hij gezegd dat [betrokkene 2] daarbij een snelheid van 180 kilometer per uur moest rijden. [betrokkene 2] voert dit uit en rijdt met hoge snelheid recht op de politieauto af terwijl verdachte dit waar kan nemen omdat de auto waar hij in zit dicht bij die politieauto rijdt. Op geen enkel moment laat hij [betrokkene 2] weten dat die met zijn handelingen moet stoppen terwijl hij ziet dat [betrokkene 2] op de politieauto inrijdt en ook blijkt niet dat verdachte de bestuurder van de auto waar hij in zat heeft gezegd dat die de mede gevaar zettende situatie ontstaan door hun eigen voertuig moest veranderen. Het gedrag van [betrokkene 2] op aanwijzing van verdachte uitgevoerd is naar het oordeel van het hof naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op de dood van de inzittenden van de politieauto dat zowel [betrokkene 2] als verdachte in hun samenwerking de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood als gevolg van die handeling hebben aanvaard. Dat de beoogde botsing niet heeft plaatsgevonden is slechts het gevolg van een ingrijpende uitwijkmanoeuvre van de bestuurder van de politieauto. Het hof is derhalve van oordeel dat verdachte en [betrokkene 2] het tenlastegelegde opzet in de vorm van voorwaardelijk opzet op de dood van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben gehad.

Voor zover de raadsvrouw door het enkele noemen van het Porsche-arrest bij wijze van verweer een beroep heeft willen doen op de inhoud van dit arrest, passeert het hof dit verweer. De onderhavige casus wijkt feitelijk zodanig veel af van de casus van het Porsche-arrest dat zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, het hof niet inziet waarom een beroep op dit arrest leidt tot vrijspraak van hetgeen verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd.

Verdachte heeft ter zitting van het hof weliswaar bekend dat hij de betreffende telefoongesprekken heeft gevoerd, maar dat hij in paniek handelde, dat de hele rit hectisch verliep. Het feit dat verdachte in paniek handelde en dat de rit hectisch verliep, sluit op zichzelf niet uit dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Die opzet wordt immers zoals hierboven overwogen bewezen verklaard aan de hand van het geconstateerde gedrag van verdachte en medeverdachte [betrokkene 2] en het oordeel dat dit gedrag naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht is op de dood van de inzittenden van de politieauto.

(...)

Het hof verwerpt de bewijsverweren en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander heeft geprobeerd opzettelijk [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van het leven te beroven."

2.3.

Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals hier de dood - is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van voorwaardelijk opzet zal, indien de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele getuigenverklaringen geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard (vgl. HR 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9049, NJ 2003/552).

Ook zeer gevaarlijke gedragingen in het verkeer kunnen onder omstandigheden (poging tot) doodslag opleveren, met dien verstande dat in een geval waarin de gebezigde bewijsmiddelen nopen tot de gevolgtrekking dat de verdachte door zijn handelwijze ook zelf aanmerkelijk levensgevaar heeft gelopen, de rechter in zijn oordeel dient te betrekken dat - behoudens aanwijzingen voor het tegendeel - naar ervaringsregelen niet waarschijnlijk is dat de verdachte de aanmerkelijke kans dat een frontale botsing met een tegemoetkomende auto zal plaatsvinden, en hij als gevolg van zijn gedraging zelf het leven zal verliezen, eveneens op de koop toe neemt (vgl. HR 15 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0139, NJ 1997/199).

2.4.

Gelet op de door het Hof gebezigde bewijsvoering waaronder de verklaring van de verdachte dat hij "met 'knal die scotoe keihard' bedoelde (...) dat hij ([betrokkene 2]) de politie keihard moest aanrijden", getuigt het oordeel van het Hof dat het gedrag van [betrokkene 2], uitgevoerd op aanwijzing van de verdachte, naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer is gericht op de dood van de inzittenden van de politieauto dat de verdachte in de samenwerking met de mededader de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood als gevolg van die handeling heeft aanvaard, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd.

2.5.

Het middel faalt.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2.

Nu de Hoge Raad de zaak binnen veertien maanden na het instellen van het cassatieberoep afdoet, waardoor de overschrijding van de inzendtermijn in voldoende mate wordt gecompenseerd, kan - wat betreft de totale duur van de behandeling in cassatie - niet worden gesproken van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM.

3.3.

Het middel faalt derhalve.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2017.