Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:526

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-03-2017
Datum publicatie
28-03-2017
Zaaknummer
16/00778
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:196, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Klacht over gebruik tot bewijs van schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt a.b.i. art. 344a.1 en 3 Sv zonder de ex art. 360.1 Sv vereiste motivering. HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/442
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 maart 2017

Strafkamer

nr. S 16/00778

CB/EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 november 2015, nummer 23/000402-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 maart 2017.