Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:506

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-01-2017
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
16/03159
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2013:7001, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 januari 2017

Strafkamer

nr. S 16/03159

MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 juni 2013, nummer 20/004124-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.M. ten Velde, advocaat te Tilburg, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2017.

SCHRIFTUUR

Nadat ik namens mijn cliënte [verdachte] beroep in cassatie heb ingesteld, stel ik mij voor cliënte en verklaar ik hierbij door [verdachte] bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd om onderhavige schriftuur in te dienen.

[verdachte] kan zich niet vinden in de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, gewezen op 10 juni 2013 met parketnummer 20- 004124-12, op grond van onderstaand middel van cassatie en verzoekt daarom die uitspraak te vernietigen.

Inleiding

Op 10 juni 2013 is er door het gerechtshof verstek verleend aan [verdachte] en is zij veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf van 20 uur.

Er is weliswaar een akte uitreiking ondertekend. [verdachte] stelt dat zij niet de persoon is geweest die deze akte heeft ondertekend. Voor toetsing van dit feit is echter geen plaats in cassatie.

[verdachte] stelt evenwel dat de betreffende akte dermate veel vraagtekens oplevert dat het gerechtshof ten onrechte heeft geoordeeld dat de dagvaarding correct was betekend. [verdachte] is van mening dat het gerechtshof had moeten oordelen dat de dagvaarding nietig is.

Middel 1

Ten onrechte concludeert het gerechtshof dat de oproeping voor de zitting correct was betekend en dat er verstek verleend kon worden. Deze beslissing is onbegrijpelijk, onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 6 EVRM.

Toelichting

Vanwege het zwaarwegende belang dat moet worden toegekend aan artikel 6 EVRM (recht op een fair trail) en het recht op een tweede feitelijke instantie, moet er tevens zware eisen worden gesteld aan de kwaliteit van de akte van uitreiking.

Uit de akte van uitreiking blijkt niet dat de oproeping is betekend, alleen dat er een stuk is betekend. Voorts is het gedeelte onder I ingevuld en staat er te lezen dat er een uitreiking aan [verdachte] in persoon zou hebben plaatsgevonden op 19 april 2013 om 09:59 uur. Echter, het gedeelte onder II is eveneens ingevuld en wel door dezelfde persoon die het gedeelde onder I heeft ingevuld. Het gedeelte onder II is doorgehaald met een akkoord van een derde. Vervolgens is een en ander bijna drie weken blijven liggen en is pas op 6 mei 2013 onder verantwoording van weer een derde persoon het stuk afgetekend en ingezonden.

Een deel van de akte is doorgehaald. Dit is door een derde met de initialen ' [initialen] ' geaccordeerd. Of er nader onderzoek is gedaan naar de juistheid van hetgeen staat vermeld is onduidelijk. Vervolgens tekent een zekere [betrokkene] namens PostNL voor akkoord. Het blijft echter volstrekt onduidelijk welk onderzoek er is gedaan naar de juistheid van de doorhalingen en waarom dit stuk zolang is blijven liggen.

Een akte is correct of is niet correct. [verdachte] stelt dat nu er zaken zijn doorgehaald en zonder duidelijk onderzoek dit door onbekenden is geaccordeerd, de akte niet langer als bewijs kan dienen dat er iets op de juiste wijze is betekend.

Het gerechtshof heeft op geen enkele wijze gemotiveerd waarom deze akte met deze gebreken zou kunnen leiden tot de conclusie dat de oproeping correct is betekend aan de juiste persoon. Het arrest is daarmee onbegrijpelijk.

Voorts is het arrest in strijd met artikel 6 EVRM nu het recht op een fair trail is geschonden,. Immers, aan [verdachte] is nu het recht zich te verweren voor de rechter onthouden op grond van een onduidelijke akte. Tevens is ongemotiveerd aangenomen dat deze onduidelijke akte dient te leiden tot de conclusie dat er correct is betekend.

Conclusie

Nu er onherstelbare gebreken kleven aan de akte van uitreiking en het onduidelijk is wat er door wie aan wie is uitgereikt, is het oordeel van hete gerechtshof dat er correct is betekend en dat er dus verstek kan worden verleend, onbegrijpelijk. De beslissing is tevens niet nader gemotiveerd. Tot slot is dit in strijd met artikel 6 EVRM.

Het is op grond van bovengenoemde middelen dat [verdachte] verzoekt het arrest van het gerechtshof Den Haag te vernietigen wegens schending van het recht dan wel verzuim van vormen.