Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:505

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-01-2017
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
16/02874
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:10668, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 januari 2017

Strafkamer

nr. S 16/02874

AGE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 9 mei 2016, nummer 21/005831-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.A. Bakker, advocaat te Utrecht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2017.

Aan de Hoge Raad der Nederlanden Zaaknummer: S 16/02874

Geeft eerbiedig te kennen:

[verdachte], geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], ter zake dezer domicilie kiezende te 3581 SH Utrecht, Maliestraat 5, ten kantore van zijn raadsman mr. M.J.A. Bakker die door hem bepaaldelijk is gevolmachtigd dit schriftuur te ondertekenen en in te dienen;

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden, locatie Arnhem, d.d. 9 mei 2016 met parketnummer: 21-005831-15.

inleiding:

Aan verzoeker is tenlastegelegd dat - kortweg - een ambtenaar in functie heeft beledigd door hem kankerlijer, je kankermoeder en ik neuk je moeder toe te voegen.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij voornoemd arrest belediging bewezen verklaard en verzoeker veroordeeld tot een geldboete van € 400,-. Tevens is de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 5 dagen gelast.

Verzoeker heeft tegen het arrest van het gerechtshof cassatie aangetekend.

MIDDEL I:

Schending van het recht en/of verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, daar het gerechtshof bewezen heeft verklaard dat verzoeker de woorden “je kankermoeder” en “ik neuk je moeder” heeft gebezigd.

Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen als opgenomen in de aanvulling op het arrest is volgt niet dat verzoeker alle bewezenverklaarde woorden heeft gebezigd. In de bewijsmiddelen wordt immers enkel gesproken over kankerlijer en niet over de andere woorden. Aldus volgt de bewezenverklaring niet uit de gebezigde bewijsmiddelen.

MIDDEL II:

Schending van het recht en/of verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, daar het gerechtshof ten onrechte heeft aangenomen dat sprake is geweest van opzet, althans ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom dit het geval is.

Toelichting

Allereerst spreken de voor het bewijs gebezigde processen-verbaal van bevindingen elkaar tegen. Immers schrijft [verbalisant 1] in zijn proces-verbaal dat verzoeker vanaf een afstand van 50 meter kankerlijer roept. Verbalisant [verbalisant 2] zegt dat de belediging op een korte afstand heeft plaatsgevonden. Dit maakt de gebezigde bewijsmiddelen innerlijk tegenstrijdig.

Voorst heeft verzoeker verklaard dat hij uit frustratie het een en ander heeft geroepen op geruime afstand van de aangever. Hierbij keek hij - zo volgt uit de gebezigde bewijsmiddelen - in de richting van aangever. Echter stonden in diezelfde richting nog vele anderen.

Gezien de grote afstand en de omstandigheid dat nog vele anderen in dezelfde richting als aangever stonden, volgt niet dat de gebezigde woorden zich tot de aangever richtten.

Hiermee kan ook niet worden vastgesteld dat sprake is van opzet op de belediging.

REDENEN WAAROM:

Verzoeker uw Raad eerbiedig verzoekt het bestreden arrest te vernietigen althans een zodanige beslissing te nemen als uw Raad in goede justitie gerade acht.