Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:492

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-03-2017
Datum publicatie
24-03-2017
Zaaknummer
16/00464
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:17, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:3932, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Gelijke beloning, maatstaf. Invoering nieuw beloningssysteem; vraag hoe de werknemers moeten worden ingeschaald. Uitleg vordering werknemers.

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 2
Burgerlijk Wetboek Boek 6 248
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/374
AR 2017/1503
JWB 2017/114
JAR 2017/113
AR-Updates.nl 2017-0349
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 maart 2017

Eerste Kamer

16/00464

EV/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [eiseres 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

3. [eiser 3] ,
wonende te [woonplaats] ,

4. [eiser 4] ,
wonende te [woonplaats] ,

5. [eiser 5] ,
wonende te [woonplaats] ,

6. [eiser 6] ,

wonende te [woonplaats] ,

7. [eiser 7] ,

wonende te [woonplaats] ,

8. [eiser 8] ,

Wonende te [woonplaats] ,

9. [eiseres 9] ,

wonende te [woonplaats] ,

10. [eiser 10] ,

wonende te [woonplaats] ,

11. [eiser 11] ,

wonende te [woonplaats] ,

12. [eiser 12] ,

wonende te [woonplaats] ,

13. [eiser 13] ,

wonende te [woonplaats] ,

14. [eiser 14] ,

wonende te [woonplaats] ,

15. [eiser 15] ,

wonende te [woonplaats] ,

16. [eiser 16] ,

wonende te [woonplaats] ,

17. [eiser 17] ,

wonende te [woonplaats] ,

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. J. den Hoed,

t e g e n

N.V. HVC,
gevestigd te Alkmaar,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. S.F. Sagel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de werknemers en HVC.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 2278235 CV EXPL 13-3343 van de kantonrechter te Alkmaar van 18 september 2013 en 22 oktober 2014;

b. het arrest in de zaak 200.164.895/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 september 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben de werknemers beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

HVC heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

De advocaat van de werknemers heeft bij brief van 27 januari 2017 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de werknemers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HVC begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. de Groot, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 maart 2017.