Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:422

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-03-2017
Datum publicatie
14-03-2017
Zaaknummer
15/02458
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:135, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Falende strafmotiveringsklacht. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/02351, 15/02409, 15/02848, 15/03375, 15/04787 en 16/00626.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/396
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 maart 2017

Strafkamer

nr. S 15/02458

EC/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2015, nummer 23/003515-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad zal vaststellen dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 maart 2017.