Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:410

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-03-2017
Datum publicatie
10-03-2017
Zaaknummer
16/01087
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:131, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2015:2413, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht, procesrecht. Geding na cassatie en verwijzing door HR 2 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1056, NJ 2014/250. Weigering integriteitsverklaring onrechtmatig? Werknemer niet integer in de zin van de toepasselijke Integriteitscode?

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/347
JWB 2017/103
AR 2017/1235
JAR 2017/93
AR-Updates.nl 2017-0273
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 maart 2017

Eerste Kamer

16/01087

TT/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,

t e g e n

ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.P. Heering.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en ABN AMRO.

1 Het geding

Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het arrest in de zaak 106.006.035/01 van het gerechtshof Amsterdam van 7 oktober 2008;

b. het arrest in de zaak 13/02964, ECLI:NL:HR:2014:1056 van de Hoge Raad van 2 mei 2014;

b. het arrest in de zaak 200.150.834/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 september 2015.

De arresten van de hoven zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 7 oktober 2008 en het arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 september 2015 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep voor zover dat zich richt tegen het arrest van het hof Amsterdam van 7 oktober 2008 en verwerping van het cassatieberoep van [eiser] voor zover dat zich richt tegen het arrest van het hof Den Haag van 15 september 2015.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 2 februari 2017 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 maart 2017.