Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:408

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-03-2017
Datum publicatie
10-03-2017
Zaaknummer
15/05585
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1337, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:2284, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Hoofdzaak: art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verjaring van vordering tot schadevergoeding na wanprestatie? Onrechtmatige daad? Incident: vordering tot zekerheidsstelling proceskosten; art. 414 jo. 224 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/344
NJB 2017/676
JWB 2017/105
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 maart 2017

Eerste Kamer

15/05585

TT/JS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. OBJECTIVE FINANCE S.A.,
gevestigd te Majuro, Marshalleilanden,

2. CONBULK SHIPPING S.A.,
gevestigd te Piraeus, Griekenland,

3. NMS LIMITED,
gevestigd te Limassol, Cyprus,

EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, verweersters in het incident tot zekerheidstelling,

advocaten: aanvankelijk mr. M.J.E. Harmsen, thans mr. D. Rijpma en mr. D.M. de Knijff,

t e g e n

1. [verweerster 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [verweerster 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. MARITIME LOGISTICS B.V.,
gevestigd te Vlissingen,

VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, eiseressen in het incident tot zekerheidstelling,

advocaat: mr. N.T. Dempsey.

Eiseressen zullen hierna ook worden aangeduid als Objective Finance c.s. Verweersters zullen hierna ook worden aangeduid als [verweerster] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/12/82763 HA ZA 12-49 van de rechtbank Middelburg van 4 juli 2012 en de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 juli 2013 en 29 januari 2014;

b. de arresten in de zaak 200.153.899/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 juni 2015 en 11 augustus 2015.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof hebben Objective Finance c.s. beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld alsmede een incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten op de voet van art. 414 lid 1 in verbinding met art. 224 Rv. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep en tevens houdende incidentele vordering tot zekerheidstelling zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

[verweerster] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping. Objective Finance c.s. hebben in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep en in de incidentele vordering tot zekerheidstelling geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid, althans tot verwerping.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerster] c.s. mede door mr. C. Oude Elferink.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt in het principale cassatieberoep tot verwerping en in het incident tot zekerheidstelling tot afwijzing van de vordering.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beoordeling van de incidentele vordering

4.1

[verweerster] c.s. vorderen Objective Finance c.s. op de voet van art. 414 lid 1 Rv in verbinding met art. 224 Rv te veroordelen tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten door middel van een deugdelijke bankgarantie. Zij leggen daaraan ten grondslag dat Objective Finance c.s. vennootschappen naar buitenlands recht zijn zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland en dat geen van de vennootschappen verhaal biedt voor een proceskostenveroordeling in Nederland, aangezien zij geen eigen of onzelfstandig filiaal of vestiging in Nederland hebben alwaar op basis van EEX Vo. 44/2001 een Nederlands vonnis ten uitvoer kan worden gelegd zonder vorm van proces.

4.2

Objective Finance c.s. hebben onder overlegging van daarop betrekking hebbende e-mailcorrespondentie gesteld (a) dat hun advocaat zekerheid heeft aangeboden, inhoudende dat de proceskosten in cassatie door zijn kantoor zouden worden betaald indien het (principale) cassatieberoep zou worden verworpen, een en ander tegen intrekking door [verweerster] c.s. van de incidentele vordering, en (b) dat [verweerster] c.s. de incidentele vordering niettemin hebben gehandhaafd zonder daarvoor een relevante reden te geven.

4.3

[verweerster] c.s. hebben bij schriftelijke toelichting laten weten bereid te zijn af te zien van een bankgarantie indien de Hoge Raad bepaalt dat de advocaat van Objective Finance c.s. garant staat voor de betaling van de proceskostenveroordeling op het eerste verzoek van [verweerster] c.s. zonder enige voorwaarde of beperking.

4.4

Aangezien heden uitspraak in de hoofdzaak wordt gedaan, hebben [verweerster] c.s. geen belang meer bij hun vordering, zodat deze reeds hierom zal worden afgewezen.

Ook overigens zou de vordering bij gebrek aan belang niet toewijsbaar zijn, nu [verweerster] c.s. zonder opgave van reden het hiervoor in 4.2 vermelde aanbod van Objective Finance c.s. hebben afgewezen.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Objective Finance c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] c.s. begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Objective Finance c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;

in het incident:

wijst de vordering van [verweerster] c.s. tot zekerheidstelling af;

veroordeelt [verweerster] c.s. in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van Objective Finance c.s. begroot op € 800,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 maart 2017.