Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:334

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-02-2017
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
15/05678
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen van poging tot afpersing (meermalen gepleegd), art. 317 Sr. 1. Medeplegen. 2. Opzet.

Ad 1. ’s Hofs oordeel dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander heeft schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, is niet onbegrijpelijk, gelet op ’s Hofs vaststellingen in zijn bewijsvoering en de bedreigende aard van het bewezenverklaarde feit (vgl. ECLI:NL:HR:2016:1322).

Ad 2. Gelet op bewijsvoering is ’s Hofs oordeel dat het opzet van verdachte erop was gericht A te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, toereikend gemotiveerd. Samenhang met 15/04604. CAG: anders t.a.v. medeplegen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2017-0132
NBSTRAF 2017/111
NJ 2017/245 met annotatie van Redactie
RvdW 2017/321
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 februari 2017

Strafkamer

nr. S 15/05678

MD/AGE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 september 2015, nummer 22/002294-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.M. Witjens, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover inhoudende de beslissingen over feit 1 en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Bewezenverklaring en bewijsvoering

2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard:

- onder 1 dat:

"hij op 27 september 2013 te Schiedam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [betrokkene 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag toebehorende aan voornoemde [betrokkene 2] , met zijn mededader

- naar de woning van die [betrokkene 2] is gegaan en

- de woning van die [betrokkene 2] heeft doorzocht en

- die [betrokkene 2] tegen het lichaam heeft geslagen en geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid."

- onder 3 dat:

"hij op 30 september 2013 te Delft ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [betrokkene 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag toebehorende aan voornoemde [betrokkene 2] , met zijn mededaders

- samen met zijn, verdachtes medeverdachten rondom die [betrokkene 2] aan een tafel is gaan zitten en

- die [betrokkene 2] tegen het lichaam heeft geslagen en

- (daarbij) die [betrokkene 2] dreigend de woorden heeft toegevoegd "ik ben klaar met jou", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid."

2.2.1.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"Feit 1

1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 30 september 2013 van de politie Haaglanden met nr. PL1581-2013191862-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 75 e.v.):

als de op 30 september 2013 afgelegde verklaring van [betrokkene 2] :

Op 29 september 2013 (het hof begrijpt: 27 september 2013) omstreeks 06:00 uur werd er hard op mijn voordeur te Schiedam geklopt. Ik opende de deur en zag twee mannen staan. Ze kwamen heel intimiderend over. Ze stonden breed en keken streng uit hun ogen. Ze gaven aan te willen spreken over [betrokkene 5] . Ik gaf aan daar wel over te willen spreken. Ze liepen mijn woning in. De twee mannen doorzochten mijn woning.

Ze gaven aan dat er een bedrag betaald moest worden aan [betrokkene 5] .

Verschillende malen ben ik tijdens het gesprek geslagen, gestompt en geschopt tegen schouders, zij, benen, enkel en scheenbeen. Dat ging met volle kracht. Ik voelde veel pijn. En aan het slaan en schoppen heb ik blauwe plekken overgehouden.

Noot verbalisant [verbalisant 1] bij dit proces-verbaal:

Ik, verbalisant, zie diverse blauwe plekken over het onderlichaam van de aangever.

2. De verklaring van de verdachte.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 27 augustus 2015 verklaard - zakelijk weergegeven - :

De medeverdachte [medeverdachte 1] had mij gevraagd om mee te gaan naar de woning van [betrokkene 2] . We stonden op 27 september 2013 om ongeveer half zeven, zeven uur in de ochtend in Schiedam voor zijn deur. We klopten aan bij hem, maar hij deed niet open. Uiteindelijk deed [betrokkene 2] de deur open. We gaven aan dat we kwamen praten en toen mochten we binnenkomen. Toen we binnen waren ben ik op zijn aandringen gaan rondlopen in zijn huis. Hij zei: 'kijk maar rond, als je spullen ziet dan neem je die maar mee, maar ik heb niets.'

Ik kan mij voorstellen dat hij angstig is geweest.

3. Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 11 oktober 2013 van de politie Haaglanden met nr. PL1581-2013191862-33. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 134 e.v.):

als de op 1 oktober 2013 afgelegde verklaring van de verdachte:

Op 27 september 2013 ben ik samen met [medeverdachte 1] naar de woning van [betrokkene 2] in Schiedam gegaan. We klopten aan en de deur ging open. [medeverdachte 1] zei tegen hem dat hij een vonnis van [betrokkene 5] bij zich had, dat [betrokkene 5] door hem zwaar in de shit zat en dat we daarover kwamen praten. Uiteindelijk gingen we naar boven. We gingen weer praten. [betrokkene 2] gaf toe dat [betrokkene 5] recht had op het geld maar dat hij gewoon geen geld had om haar te betalen. Ik ben zijn woning gaan doorzoeken. Ik heb een paar boeken vernield, omdat ik moe werd van dat leugenachtige gepraat van [betrokkene 2] en omdat ik Servië plat heb zien liggen.

4. Een proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 1 oktober 2013 van de politie Haaglanden met nr. PL1581-2013191862-35. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 125 e.v.):

als de op 1 oktober 2013 afgelegde verklaring van [medeverdachte 1] :

[betrokkene 5] had problemen met haar werkgever over geld. Ik zei tegen haar: "Geef mij je papieren maar mee." Op donderdagavond 26 september 2013 heb ik besloten te gaan vragen of [betrokkene 2] [betrokkene 5] wilde gaan betalen. Ik heb toen [verdachte] gevraagd of hij met mij mee wilde rijden naar [betrokkene 2] . Op 27 september zijn we samen naar de woning van [betrokkene 2] in Schiedam gereden. Ik heb daar vervolgens aangeklopt. Ik heb aan [betrokkene 2] gevraagd, ik had de gerechtelijke papieren van [betrokkene 5] bij me, of hij geld wilde overmaken naar [betrokkene 5] . Hij vroeg of we binnen wilden komen. Ik heb de deur achter mij dichtgegooid. In de woonkamer heb ik gevraagd of hij zou kunnen betalen. Ik heb gevraagd of ik voor [betrokkene 5] iets mocht meenemen om als borgstelling te gebruiken. Ik heb wat spullen meegenomen. Ik heb gezegd dat hij het met [betrokkene 5] moest afhandelen. Ik heb tegen [betrokkene 5] gezegd dat hij maandag zou gaan betalen. Dat was zijn belofte.

5. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 8 oktober 2013 van de politie Haaglanden met nr. PL1581-2013191862-57. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2 2 4 e.v.):

als de op 8 oktober 2013 afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :

Ik werk samen met [betrokkene 2] . Op 27 september 2013 kwam ik omstreeks 10.30 uur op kantoor, maar [betrokkene 2] was er tot mijn verbazing nog niet. Hij is er eigenlijk altijd al wanneer ik aankom op mijn werk. Toen hij omstreeks 12.15 uur aankwam, zag en merkte ik dat [betrokkene 2] verward was. Ik vroeg hem wat er aan de hand was. Hij vertelde mij toen een heel heftig verhaal en liet mij zijn arm en romp zien. Ik zag dat hij allemaal rode plekken had op zijn armen en op één van zijn zijkanten van het lichaam. Ook zag ik een 'jaap' op één van zijn bovenarmen van ongeveer 20 centimeter lang.

6. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 3] bij de rechter-commissaris d.d. 2 april 2014. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :

Ik werk samen met [betrokkene 2] . Op 27 september 2013 in de ochtend belde hij mij dat ik naar kantoor moest komen. Ik hoorde aan zijn stem dat hij emotioneel was. Op kantoor vertelde hij dat er gedoe geweest was in de zaak [betrokkene 5] , dat er twee mannen bij hem waren geweest die hem bedreigd hadden en zijn huis hadden doorzocht. De lange man had hem enorm hard geslagen in zijn middenrif. Toen heb ik echt krassen op zijn armen gezien. Hij zei dat hij gesneden en geslagen was. Ik heb ook blauwe plekken op zijn bovenarm en scheenbeen gezien. Op zijn scheenbeen zat echt een wond. Op zijn onderarm zaten krassen/strepen.

7. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 4] bij de rechter-commissaris d.d. 2 april 2014. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :

Op 27 september 2013 heb ik [betrokkene 2] aangetroffen op kantoor. Ik merkte dat er iets was. Hij vertelde mij dat hij bedreigd was in zijn huis en dat hij geslagen was. Ik zag dat hij verkrampt, aangeslagen en ontredderd was. Hij heeft aangegeven dat hij geschopt en geslagen is. Aan zijn houding heb ik kunnen waarnemen dat het zo moet zijn geweest.

8. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 oktober 2013 van de politie Haaglanden met nr. PL1581-2013191862-39 (blz. 90 - 91) met als bijlagen onder meer WhatsApp-berichten d.d. 30 september 2013 in de inbeslaggenomen telefoon van [betrokkene 5] (blz. 92-10,9). Het proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 90-91):

Ik heb de inbeslaggenomen telefoon van [betrokkene 5] met telefoonnummer 06- [0001] uitgelezen.

Bij de opgeslagen gegevens staat een APP-chat, beginnende op 19 juni 2013 tot en met 30 september 2013. De APP-chat staat onder de naam " [betrokkene 2] ". In deze chat gaat het over geld en over het maken van afspraken over het teruggeven van geld. Tevens is te zien dat er een afspraak wordt gemaakt. De genoemde chat is als foto-bijlage in dit proces-verbaal gevoegd.

De foto-bijlage inhoudende foto's waarop een mobiele telefoon is weergegeven met op het scherm van die telefoon een weergave van berichten tussen, naar het hof begrijpt, [betrokkene 5] en [betrokkene 2] , houdt onder meer in (blz. 107-109):

[betrokkene 5] : 3 uur bij mij thuis

[betrokkene 2] : Daar heb ik geen goed gevoel bij. Dat snap je wel denk. Ik wil afspreken op neutraal terrein in een openbare, ruimte.

[betrokkene 5] : jij kan ook iemand meenemen toch of de politie ofzo

[betrokkene 2] : nee, geen politie, dat was de afspraak. Wil alleen zeker weten dat het nu bij praten blijft (...)

[betrokkene 5] : Het blijft zeker bij praten.

[betrokkene 2] : Ok doen we de Mac? Dan ben ik daar zo.

[betrokkene 5] : Dat wilde je toch.

Feit 3

1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 30 september 2013 van de politie Haaglanden met nr. PL1581-2013191862-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 75 e.v.):

als de op 30 september 2013 afgelegde verklaring van [betrokkene 2] :

Op 30 september 2013 had ik met [betrokkene 5] bij McDonalds bij Ypenburg afgesproken. Ze zat aan een grote ronde tafel en we hebben samen de bedragen doorgenomen en waren het eens over de hoogte van het bedrag waarvoor zij was gedupeerd door haar voormalige werkgever. Tijdens dit gesprek schoven diverse andere mensen aan tafel aan, waaronder de twee mannen die mij op 27 september thuis hadden bezocht. Ik kreeg klappen. Op een zeker moment kondigde de lange man aan dat hij klaar was met mij.

2. Een proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 30 september 2013 van de politie Haaglanden met nr. PL1581-2013191862-15. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 123 e.v.):

als de op 30 september 2013 afgelegde verklaring van [medeverdachte 1] :

Op 30 september 2013 ben ik met [betrokkene 5] mee gegaan naar haar afspraak met [betrokkene 2] bij Mc Donalds bij Ypenburg. In Mc Donalds zijn wij met z'n vieren naar binnen gegaan. [betrokkene 2] schrok natuurlijk wel dat wij met z'n 4-en zaten. [betrokkene 2] gaf aan dat er maar € 3.000,- aan [betrokkene 5] betaald hoefde te worden. Ik ben toen boos geworden en emotioneel. Ik heb een zwaaibeweging gemaakt, ik weet niet of ik hem heb geraakt. Ik heb wel hard gescholden, ik heb misschien wat kleineerwoorden gebruikt. Ik praat vrij hard. Ik snap dat het snel bedreigend overkomt.

3. Een proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 1 oktober 2013 van de politie Haaglanden met nr. PL1581-2013191862-35. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 125 e.v.):

als de op 1 oktober 2013 afgelegde verklaring van [medeverdachte 1] :

Op 30 september 2013 werd ik boos. Dat had ik niet moeten doen. We waren met zoveel mensen, het kwam intimiderend over. Ik heb in Mc Donalds tegen [betrokkene 2] met verheven stem gezegd dat hij een klootzak was. Ik geloof dat ik hem niet geraakt heb.

4. De verklaring van de verdachte.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 27 augustus 2015 verklaard - zakelijk weergegeven - :

Op 30 september in Mc Donalds bij Ypenburg was ik er ook bij, omdat we dachten dat [betrokkene 2] misschien ook met mensen zou komen om [betrokkene 5] te bedreigen. Dus ik was een soort versterking. Ik dacht inderdaad dat er misschien geweld zou komen. Bij Mc Donalds heb ik alleen aan zijn oor gezeten en zijn oor vastgehouden en ik heb tegen hem gezegd: 'zie je die vrouw niet huilen?'

5. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 30 september 2013 van de politie Haaglanden met nr. PL1581-2013191862-17.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 144 e.v.):

als de op 30 september2013 afgelegde verklaring van [betrokkene 6] :

We zijn met z'n vieren naar Mc Donalds gegaan (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] , [verdachte] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] ). Dat meisje en die man (het hof begrijpt: [betrokkene 5] en [betrokkene 2] ) zaten met elkaar te praten en met papieren heen en weer te schuiven. Misschien is [medeverdachte 1] een beetje te onstuimig geweest. Hij heeft die man (het hof begrijpt: [betrokkene 2] ) een tik gegeven. Op een gegeven moment zei [medeverdachte 1] dat hij er klaar mee was. Er zijn emoties geweest, er zijn wat lelijke dingen heen en weer gezegd. Ik kan mij voorstellen dat het vreemd over kan komen als er plotseling vier mensen tegenover je zitten.

6. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 30 september 2013 van de politie Haaglanden met nr. PL1581-2013191862-6.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 111 e.v.):

als de op 30 september 2013 afgelegde verklaring van [betrokkene 7] :

Op 30 september 2013 was ik aan het werk bij Mc Donalds.

Ik liep naar een klant toe en zag toen dat er een man geslagen werd. Ik zag dat een man met een blauwe trui en een bril de klap gaf aan de andere man. Ik hoorde het woord: 'Geld'. Er zaten drie mensen rondom de tafel: een vrouw, een man die "ondervraagd" werd en de man die een klap gaf. Achter de ondervraagde man stonden nog drie mensen. Ik zag dat een man in werkerskleding de ondervraagde man vast hield aan zijn schouder. Hierdoor kon de ondervraagde man niet opstaan."

2.2.2.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewijsvoering van het onder 1 tenlastegelegde voorts - voor zover in cassatie van belang - het volgende overwogen:

"Het hof overweegt (...) dat uit de whatsapp-berichten tussen [betrokkene 5] en [betrokkene 2] na het incident van 27 september 2013 kan worden afgeleid dat gedurende het incident sprake is geweest van geweld. Immers, [betrokkene 2] reageert, na een voorstel van [betrokkene 5] om bij haar thuis af te spreken met: "Daar heb ik geen goed gevoel bij. Dat snap je wel denk. Ik wil afspreken op neutraal terrein in een openbare ruimte." En even later: "Wil alleen zeker weten dat het nu bij praten blijft en wil dat we tot een oplossing komen." Waarop [betrokkene 5] zonder enige verbazing over die opmerking antwoordt: "Jij kan ook iemand meenemen (...)" en, nadat [betrokkene 2] heeft geantwoord met "Nee (...). Wil alleen zeker weten dat het nu bij praten blijft", schrijft: "Het blijft zeker bij praten." De suggestie van de raadsman dat de opmerking van [betrokkene 2] zou doelen op het eerdere verscheuren van boeken van [betrokkene 2] door de verdachte, schuift het hof als niet aannemelijk terzijde.

Daarnaast neemt het hof in aanmerking de verklaringen van de verdachte en zijn medeverdachte ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat zij zich kunnen voorstellen dat [betrokkene 2] zich door hun komst geïntimideerd voelde en enige druk ervoer.

Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat er voldoende bewijs bestaat dat er sprake is geweest van geweld en bedreiging met geweld door de verdachte en zijn medeverdachte jegens [betrokkene 2] ."

3 Beoordeling van het bij schriftuur voorgestelde middel

3.1.

Het middel klaagt ten eerste dat de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde ten aanzien van het medeplegen niet toereikend is gemotiveerd.

3.2.1.

Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof onder meer vastgesteld dat

- de verdachte in de vroege ochtend van 27 september 2013 samen met zijn mededader [medeverdachte 1] naar de woning van [betrokkene 2] is gereden en dat zij aldaar hard op de voordeur hebben geklopt,

- de verdachte en [medeverdachte 1] breed stonden, streng keken en heel intimiderend overkwamen toen [betrokkene 2] de deur opende,

- de verdachte en [medeverdachte 1] aangaven dat zij wilden praten over [betrokkene 5] en dat een bedrag betaald moest worden aan die [betrokkene 5] ,

- de verdachte en [medeverdachte 1] de woning van [betrokkene 2] hebben doorzocht, waarbij de verdachte een paar boeken heeft vernield en [medeverdachte 1] wat spullen heeft meegenomen,

- [betrokkene 2] tijdens het gesprek verschillende malen met volle kracht tegen het lichaam is geslagen, gestompt en geschopt,

- [betrokkene 2] later die dag aan collega's heeft verteld dat twee mannen bij hem waren geweest die hem hadden bedreigd en zijn huis hadden doorzocht en dat hij was geschopt en geslagen,

- de verdachte zich kan voorstellen dat [betrokkene 2] angstig is geweest.

3.2.2.

In aanmerking genomen hetgeen het Hof, zoals hiervoor onder 3.2.1 is weergegeven, heeft vastgesteld en mede gelet op de bedreigende aard van het bewezenverklaarde feit, is het oordeel dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander heeft schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, niet onbegrijpelijk (vgl. HR 5 juli 2016, ECLI:NL: HR:2016:1322, NJ 2016/419).

3.2.3.

De klacht faalt.

3.3.

Het middel klaagt voorts dat de bewezenverklaring onder 3 ten aanzien van het opzet niet toereikend is gemotiveerd.

3.4.1.

Gelet op de hiervoor onder 2.2.1 weergegeven bewijsvoering, is het oordeel van het Hof dat het opzet van de verdachte erop was gericht [betrokkene 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag zoals is bewezenverklaard, toereikend gemotiveerd.

3.4.2.

De klacht faalt.

4 Beoordeling van het bij aanvullende schriftuur voorgestelde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 februari 2017.