Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:3228

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-12-2017
Datum publicatie
22-12-2017
Zaaknummer
16/00280
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:80, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:5203, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Douanerechten; postonderverdelingen 8536 69 90 en 8536 90 10 van de GN; tariefindeling van kabelschoentjes; kabelschoentjes zijn geen contactstoppen (stekkers) in de zin van de GN maar contactverbindingen voor draad en kabels.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2018/54
Viditax (FutD), 22-12-2017
FutD 2018-0011
DouaneUpdate 2018-0006
NTFR 2018/29 met annotatie van mr. G. van Dam
NLF 2018/0036 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 december 2017

nr. 16/00280

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 december 2015, nrs. 13/00775 en 13/00776, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord‑Holland (nrs. AWB 12/4994 en AWB 12/4997) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft geconcludeerd tot het gegrond verklaren van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2017:80).

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1.

Belanghebbende handelt in kabelcomponenten zoals kabelverbindingen, bundelsystemen voor kabels en gereedschappen om voornoemde producten te verwerken. Haar assortiment omvat zogenoemde kabelschoenen. Kabelschoenen zijn bestemd om een contactverbinding te maken binnen een elektrische stroomleiding. Belanghebbende verhandelt kabelschoenen in diverse uitvoeringen en afmetingen, al dan niet voorzien van isolatiemateriaal.

2.1.2.

In de jaren 2009 tot en met 2011 hebben verschillende douane-expediteurs in opdracht en op naam van belanghebbende aangiften gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van kabelschoenen (hierna: de kabelschoentjes). De kabelschoentjes betreffen sets kabelschoenen die door middel van in elkaar te schuiven delen (van het type mannetje en vrouwtje) twee draden of kabels met elkaar in contact kunnen brengen. Daartoe is een kabelschoentje aan een zijde voorzien van een aansluitelement in de vorm van een klem die moet worden bevestigd om het uiteinde van een draad of kabel. Aan de andere zijde is datzelfde kabelschoentje voorzien van een contactelement van het type mannetje of vrouwtje. De contactverbinding wordt tot stand gebracht door een op een draad of kabel aangesloten kabelschoentje van het type mannetje – zonder gebruik van enig gereedschap – te schuiven in een op een andere draad of kabel aangesloten kabelschoentje van het type vrouwtje.

De kabelschoentjes zijn vervaardigd van koper en voorzien van een omhulsel van isolatiemateriaal. De contactverbindingen die de kabelschoentjes tot stand brengen zijn zogenoemde eenwegverbindingen.

2.1.3.

In de hiervoor in 2.1.2 bedoelde aangiften is als toepasselijke tariefpost postonderverdeling 8536 90 10 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: de GN) opgegeven. Postonderverdeling 8536 90 10 van de GN betreft “aansluittoestellen en contactverbindingen voor draad en kabels”. Voor goederen van deze tariefpostonderverdeling geldt een tarief van douanerechten van 0 percent.

2.1.4.

Naar aanleiding van een controle na invoer heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat de kabelschoentjes moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 8536 69 90 van de GN als “andere contactdozen en contactstoppen (stekkers)”, waarvoor het tarief van douanerechten 2,3 percent bedraagt. De Inspecteur heeft de meer verschuldigde douanerechten van belanghebbende nagevorderd door uitreiking van de onderhavige, op twee aanslagbiljetten verenigde uitnodigingen tot betaling.

2.2.

Het Hof heeft geoordeeld dat uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 18 mei 2011, Delphi Deutschland GmbH, C-423/10, ECLI:EU:C:2011:315 (hierna: het arrest Delphi), moet worden afgeleid dat de objectieve kenmerken en eigenschappen van de onder postonderverdeling 8536 69 van de GN vallende goederen erin bestaan mogelijk te maken dat op een welbepaalde manier elektrische verbindingen tot stand worden gebracht, te weten door stekkers in contrastekkers te steken zonder verdere montage. Naar het oordeel van het Hof dienen de kabelschoentjes daarom te worden ingedeeld in postonderverdeling 8536 69 90 van de GN. Het Hof heeft – anders dan de Rechtbank - geoordeeld dat uit de GN‑toelichting op de onderverdelingen 8536 69 10 tot en met 8536 69 90 niet volgt dat indeling in postonderverdeling 8536 69 van de GN is beperkt tot (contra)stekkers waarmee meerwegverbindingen tot stand worden gebracht. Steun voor dit oordeel heeft het Hof gevonden in de toelichting op postonderverdeling 8536 69 van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: het GS), opgesteld door de Werelddouaneorganisatie.

2.3.

Het middel richt zich tegen de hiervoor in 2.2 weergegeven oordelen van het Hof. Het middel herhaalt het in beroep en in hoger beroep gehouden betoog dat de kabelschoentjes onder postonderverdeling 8536 90 10 van de GN moeten worden ingedeeld.

2.4.1.

Post 8536 van de GN luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

“8536 Toestellen voor het inschakelen, uitschakelen, omschakelen, aansluiten of verdelen van of voor het beveiligen tegen elektrische stroom (bijvoorbeeld schakelaars, relais, zekeringen, golfafvlakkers, contactdozen en contactstoppen (stekkers), lamp- en buishouders en andere verbindingsstukken, aansluitdozen en –kasten), voor een spanning van niet meer dan 1 000 V; verbindingsstukken voor optische vezels, optischevezelbundels of optischevezelkabels:

(…)

- lamp– en buishouders, contactdozen

en contactstoppen (stekkers):

8536 61 -- lamp- en buishouders:

(…)

8536 69 -- andere:

(…) --- voor coaxiale kabels

(…) --- voor gedrukte schakelingen

8536 69 90 --- andere

8536 90 - andere toestellen:

8536 90 01 -- geprefabriceerde elementen voor elektrische stroomleidingen

8536 90 10 -- aansluittoestellen en contactverbindingen voor draad en kabels

(…)”

2.4.2.

In de GS-toelichting op post 8536 van het GS, zoals weergegeven in onderdeel 6.11 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, wordt binnen de categorie “(III) apparatus for making connections to or in electrical circuits” onderscheid gemaakt tussen onder meer (A) contactdozen en contactstoppen (stekkers) die dienen voor het aansluiten van een verplaatsbaar toestel of een verplaatsbaar deel van een leiding op een doorgaans vaste locatie, en (B) andere contactverbindingen, waaronder zijn begrepen kroonsteentjes of kroonklemmen en draadverbindingsklemmen alsmede eindverbindingstukken (krokodilklemmen, kabelschoenen, enz.) die aan het eind van een draadleiding worden gemonteerd om de aansluiting te vergemakkelijken.

Uit de GN-toelichting op de onderverdelingen van postonderverdeling 8536 69 en op postonderverdeling 8536 90 10 van de GN, zoals weergegeven in onderdeel 6.12 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, moet worden afgeleid dat ook de Unie heeft beoogd bij de onderverdeling in de GN dit onderscheid te volgen. Volgens de hiervoor bedoelde GN-toelichting behoren tot postonderverdeling 8536 69 van de GN elektromechanische stekkers en contrastekkers waarmee meerwegverbindingen tussen bijvoorbeeld apparaten, kabels en printkaarten tot stand kunnen worden gebracht, en omvat postonderverdeling 8536 90 10 alle eindconnectoren die aan de uiteinden van draad of kabels worden bevestigd om een elektrische verbinding tot stand te brengen langs andere weg dan door insteken (bijvoorbeeld met krimp-, klem-, soldeer– of schroefcontacten). Zoals de Advocaat-Generaal in onderdeel 8.3 van de conclusie heeft uiteengezet, dient aan de hiervoor weergegeven zinsnede “langs andere weg dan door insteken” geen andere betekenis te worden toegekend dan dat het oogmerk van de Commissie was om hiermee de onder deze postonderverdeling vallende goederen te onderscheiden van de elektromechanische stekkers en contrastekkers in de zin van postonderverdeling 8536 69 van de GN. Dit strookt met hetgeen het Hof van Justitie in het arrest Delphi heeft geoordeeld (zie onderdeel 7.24 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).

2.4.3.

Gelet op hetgeen hiervoor in 2.4.2 is overwogen, kunnen de kabelschoentjes die aan de uiteinden van een draadleiding of kabel worden bevestigd om een eenwegverbinding tot stand te brengen, niet worden aangemerkt als elektromechanische stekkers en contrastekkers bedoeld in postonderverdeling 8536 69 van de GN. De hiervoor in 2.2 weergegeven oordelen van het Hof geven daarom blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel slaagt.

2.5.

Op grond van hetgeen hiervoor in 2.4.3 is overwogen, kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. Aangezien de kabelschoentjes moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 8536 90 10 van de GN, dient de uitspraak van de Rechtbank te worden bevestigd.

3 Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof,

bevestigt de uitspraak van de Rechtbank,

gelast dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 503,

gelast dat de Inspecteur aan het Hof betaalt het griffierecht ter zake van de behandeling van het hoger beroep ten bedrage van € 478,

veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1857 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en

veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding voor het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1485 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017.