Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:321

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-02-2017
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
15/00654
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:154, Niet ontvankelijk
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:88, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Serie vermogensdelicten regio Den Bosch. HR: art. 80a RO. Samenhang met 15/00382 en 15/00651.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/328
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 februari 2017

Strafkamer

nr. S 15/00654

NA/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 januari 2015, nummer 20/000762-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van deze straf in de mate die de Hoge Raad gepast voorkomt en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.

Het eerste middel klaagt over de bewezenverklaring van de in de zaak met parketnummer 01-879003-13 onder 1 tenlastegelegde overval.

2.2.

Voor zover het middel een beroep doet op de omstandigheid dat de verdachte om 3.40 uur te Eindhoven in een Seat is waargenomen eraan in de weg staat dat hij kort tevoren nog aanwezig was in 's-Hertogenbosch op de plaats waar de overval plaatsvond, steunt het op een feitelijke redenering waarop in feitelijke aanleg geen beroep is gedaan. Voor het overige behelst het middel enkel vertogen van feitelijke aard die zijn gericht tegen geenszins onbegrijpelijke oordelen van feitelijke aard.

2.3.

Het tweede en het derde middel, die klagen over de bewezenverklaring van de in de zaak met parketnummer 01-879003-13 onder 4 en 7, respectievelijk 9, bewezenverklaarde diefstallen, bevatten enkel vertogen van feitelijke aard die zijn gericht tegen geenszins onbegrijpelijke oordelen van feitelijke aard.

2.4.

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (vgl. HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005, NJ 2016/430, rov. 2.3.1). De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 februari 2017.