Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:3206

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
19-12-2017
Zaaknummer
15/03449
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1378, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Medeplegen valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) en medeplegen gewoontewitwassen. Falende klachten m.b.t. de bewijsconstructie, waarbij de door het Hof bevestigde aanvulling op het verkorte vonnis van de Rb inhoudt dat delen van de b.m. in fotokopie aan de uitspraak zijn gehecht, terwijl niet redengevende passages uit de fotokopieën zijn gestreept. HR: art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/91
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 december 2017

Strafkamer

nr. S 15/03449

AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 maart 2015, nummer 20/002977-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, een schriftuur en een aanvullende schriftuur ingediend. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.