Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:3204

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
19-12-2017
Zaaknummer
16/01901
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1376, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag op geldbedragen onder klager in zijn strafzaak, terwijl geld in (nog niet onherroepelijke) strafzaak verbeurd is verklaard. Ontvankelijkheid hernieuwd beklag. HR: art. 80a RO. CAG: ’s Hofs oordeel dat klager n-o is in het klaagschrift, is hoe dan ook juist, omdat inbeslaggenomen geldbedragen in de strafzaak zijn verbeurd verklaard zodat hij alleen als verdachte in de strafzaak kan opkomen tegen die beslissing. Vervolg op 14/00898 B (niet gepubliceerd, art. 80a RO).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 december 2017

Strafkamer

nr. S 16/01901 B

CB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof Den Haag van 24 maart 2016, nummer AV 001364-15, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft A.F.M. den Hollander, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Namens de verdachte heeft N. Roos, advocaat te Rotterdam, daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.