Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:3191

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
19-12-2017
Zaaknummer
16/03605
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1365, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Schuldheling Iphone door voor € 170,- een telefoon te kopen van een onbekende bij een winkelcentrum, art. 417bis.1.a Sr. Had verdachte redelijkerwijs moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof? Uit de bewijsvoering kan niet z.m. worden afgeleid dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de telefoon in die mate is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht dat hij met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2018/53
RvdW 2018/143
SR-Updates.nl 2018-0014
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 december 2017

Strafkamer

nr. S 16/03605

CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 29 juni 2016, nummer 21/004875-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof Arnhem-Leeuwarden dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de telefoon redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof, onvoldoende is gemotiveerd.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op of omstreeks 18 september 2013 in de gemeente Apeldoorn een Iphone 4s (kleur zwart) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze Iphone 4s redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Het als bijlage bij het onder 1. vermelde proces-verbaal gevoegde door [verbalisant 1] , agent van Regiopolitie IJsselland, in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, genummerd PL14HW 2013076860-1, gesloten en getekend op 12 september 2013 (pagina's 3 tot en met 81), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring, van aangever [betrokkene] :

Ik doe aangifte van diefstal uit mijn woning.

Tussen 10 september 2013 te 23:45 en 11 september 2013 te 06:30 werd in mijn woning [a-straat 1] te Hasselt een gekwalificeerde diefstal gepleegd.

's Morgens toen ik beneden kwam zag ik dat onder meer de Iphone S4 van mij weg was. Deze is zwart van kleur.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

In de "Bijlage weggenomen goederen":

Iphone 4s

Zwart

Imei: [001]

2. Een als bijlage bij het hiervoor onder 1. vermelde proces-verbaal gevoegd proces-verbaal van bevindingen van de politie, Team Analyse & Beheer, met registratienummer BHV 2013076860, en gesloten op 31 maart 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 2] , inspecteur, veiligheidsanalist, Regiopolitie IJsselland, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van verbalisant:

Op woensdag 11 september 2013 werd door [betrokkene] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning. De inbraak vond plaats tussen 10-09-2013 23:45 en 11-09-2013 te 06:30.

Bij deze inbraak werd onder meer een Iphone weggenomen voorzien van IMEI [001] .

Door het woninginbrakenonderzoeksteam zijn de historische printgegevens aangevraagd van het IMEI nummer over de periode van 10 september 2013 te 23.40 uur tot en met 14 oktober 2013. De verkregen printgegevens zijn door mij, verbalisant, met behulp van het programma Digitale Communicatie Sporen (DCS) ingelezen. De gegevens zijn in DCS opgeslagen onder nummer 04H&O2013076860. Daarbij heeft CIOT bevraging plaatsgevonden op 29 oktober 2013. Met behulp van het programma DCS is een contactenlijst opgemaakt.

IMEI [001]

Vanaf 18 september 19:31:35 tot aan het eind van de bevraagde periode was het toestel in gebruik in combinatie met het telefoonnummer [06-001] tnv [verdachte] , [adres] .

3. Een aanvullend proces-verbaal van Regiopolitie IJsselland, Team Zwolle-Oost, met registratienummer PL04ZO-2013076860-15, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 3] , brigadier van politie, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van verbalisant:

Het IMEI-nummer van een mobiele telefoon is een uniek nummer.

Het 15e getal is een Check Digit (controle getal).

Door de providers wordt het Check Digit getal in het mobiele netwerk als een 0 weergegeven. Hierdoor is het verkregen IMEI-nummer van een printlijst niet gelijk aan het werkelijke IMEI-nummer van een mobiele telefoon.

Het IMEI-nummer van de weggenomen toestel betrof [001] (6).

[001] heeft als Luhn check-digit 6.

Rekenkundig heeft een 0 voorafgaand aan een getal geen toegevoegde waarde. Daardoor is de eerste 0 van het IMEI-nummer weggevallen.

In het proces-verbaal met nummer 2013076860 zijn de gegevens van het juiste IMEI- nummer ( [001] ) opgevraagd en verwerkt. Het Check Digit getal is 6 en wordt door de providers als 0 weergegeven.

4. De verklaring van verdachte ter 's hofs terechtzitting, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik de Iphone heb ik gekocht. Ik heb deze voor 170 euro gekocht.

Ik heb het toestel via via gekocht van iemand die het toestel aanbood. Ik kende de verkoper niet. Ik kwam via een vriend van mij in contact met die persoon. De man vroeg aanvankelijk een hogere prijs van iets van 230 euro. Met die persoon had ik afgesproken bij een winkelcentrum bij mij in de buurt in Apeldoorn. Ik had dat liever dan bij hem of bij mij thuis."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"Bij schuldheling gaat het om de vraag of is voldaan aan de onderzoeksplicht. Het hof is van oordeel dat verdachte in de onderhavige strafzaak daarin tekort is geschoten. Naar eigen zeggen heeft hij via via en Marktplaats een telefoontoestel gekocht en ervoor gekozen dat deze werd afgeleverd op wat ongebruikelijke plek bij een winkelcentrum. Verdachte heeft van de vraagprijs van 230 euro tot een koopprijs van 170 euro weten af te dingen. Verdachte had bij deze gang van zaken zich dienen af te vragen of een en ander wel te vertrouwen was. Verdachte heeft daarnaast nagelaten gegevens omtrent de verkoper te verstrekken, waarvan hij beweerde die te kunnen verstrekken."

2.2.4.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer het volgende in:

"De raadsman voert het woord en deelt mee, zakelijk weergegeven:

Anders dan de advocaat-generaal ben ik van mening dat cliënt niet had hoeven weten dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de telefoon die hij kocht niet koosjer was.

Hij heeft een redelijke prijs voor de telefoon betaald. Het was een oud toestel en de omstandigheid dat er van de vraagprijs van 230 euro naar 170 euro werd afgedongen doet niet af aan het gegeven dat 170 euro voor die telefoon een redelijke prijs was. Cliënt heeft het via marktplaats gekocht net zoals zijn zus en daar is geen geheimzinnigheid over geweest."

2.3.

In aanmerking genomen dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de telefoon in die mate is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht dat hij met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

2.4.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers enJ.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.