Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:3150

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-12-2017
Datum publicatie
15-12-2017
Zaaknummer
16/03068
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:898, Contrair
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Schadeloosstelling na onteigening ten behoeve van omlegging Rijksweg A9 en reconstructie knooppunt Badhoevedorp. Samenhang met 16/03032, 16/03063, 16/03077, 16/03078 en 16/03079, en met 16/03065 (HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3107).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/38
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 december 2017

Eerste Kamer

16/03068

LZ/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. Mr. Henri Jacobus Maria VAN SCHIE, in zijn hoedanigheid van derde ex artikel 20 Onteigeningswet voor wijlen [B] ,



kantoorhoudende te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer,

2. N.V. LANDINVEST,
gevestigd te Haarlemmermeer,

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. J.F. de Groot,

t e g e n

de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat),
zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de onteigende (in mannelijk enkelvoud, gezamenlijk) en de Staat.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/15/206169 / HA ZA 13-434 van de rechtbankNoord-Holland van 9 oktober 2013, 18 december 2013, 16 september 2015 en 6 april 2016.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank van 6 april 2016 heeft de onteigende beroep in cassatie ingesteld. De Staat heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping. De onteigende vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Staat mede door mr. S.J.M. Bouwman.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot vernietiging en verwijzing in het principale cassatieberoep en tot verwerping van het incidentele cassatieberoep.

De advocaat van de onteigende en de advocaat van de Staat hebben ieder bij brief van 15 september 2017 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principaal beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen
tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3107).

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt de onteigende in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 856,34 aan verschotten en € 1.100,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-presidentC.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 15 december 2017.