Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:3125

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
12-12-2017
Zaaknummer
15/05507
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1347, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen van schuldwitwassen. Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:804. Falende middelen over 1. afwijzing (voorwaardelijk) verzoek deskundigenonderzoek te gelasten naar het bestaan van cognitieve stoornissen bij verdachte. 2. bewijsmotivering redelijkerwijs moeten vermoeden dat tlgd. geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf. 3. afwijking uos m.b.t. medeplegen. 4. bewijs medeplegen in Liechtenstein en Duitsland. 5. grondslagverlating. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/52
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 december 2017

Strafkamer

nr. S 15/05507

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 24 november 2015, nummer 21/003795-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1937.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.L.E. Marchal, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2017.