Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:3123

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
12-12-2017
Zaaknummer
15/04434
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1345, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Poging zware mishandeling door in een discotheek in Goes een ander met een glas in het gezicht te slaan. Afwijzing ttz. in h.b. gedaan voorwaardelijk getuigenverzoek. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:1015 m.b.t. beoordeling afwijzing getuigenverzoek in cassatie. De afwijzing door het Hof van het verzoek tot het horen van de door de verdediging genoemde personen als getuige is, mede gelet op hetgeen aan dat verzoek ten grondslag is gelegd en in het licht van hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd m.b.t. de door die personen afgelegde verklaringen, zonder nadere, doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. Met de enkele overweging dat het Hof “zich – onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt – gelet op het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht acht”, heeft het ongenoegzaam tot uitdrukking gebracht op welke feitelijke en/of juridische gronden de afwijzing berust. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/46
NJ 2018/20
NBSTRAF 2018/75
SR-Updates.nl 2018-0048
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 december 2017

Strafkamer

nr. S 15/04434

PMO/KD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 juli 2015, nummer 20/003401-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.E.J.E. Kouijzer, advocaat te Middelburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer over de afwijzing door het Hof van het door de verdediging gedane voorwaardelijke verzoek een aantal personen als getuige te horen.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 1 december 2013 te Goes aan een persoon genaamd [betrokkene 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (twee snijwonden op het voorhoofd), heeft toegebracht, door deze opzettelijk een drinkglas tegen het hoofd te slaan."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op onder meer de volgende bewijsmiddelen:

"1. Het ambtsedig proces-verbaal van Regiopolitie Zeeland, district Oosterschelde-bekken, Wijkteam Goes Centrum/West, nr. PL195A-2013082864-1, d.d. 1 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie (p. 5-6 van het proces-verbaal met registratienr. PL195B-2013082864), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 1] :

Op zondag 1 december 2013, omstreeks 01:30 uur, was ik in de rookruimte van discotheek El Toro, gevestigd aan de Oude Vismarkt te Goes. Ik zag dat een vriend van mij, [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2] ), ruzie had met een voor mij onbekende jongen. Ik kwam tussen beiden om de ruzie te stoppen. Ik voelde dat ik opeens een klap kreeg. Ik voelde dat dit geen gewone klap was. Volgens mij kreeg ik een klap met een glas. Ik voelde op dat moment pijn, ik zag en voelde dat ik bebloed was. Ik zag dat [betrokkene 2] ruzie had met licht getinte jongens.

Aanvullende gegevens verstrekt door verbalisant

Door mij, verbalisant, werd geconstateerd dat aangever een hoofdwond had.

2. Het ambtsedig proces-verbaal van Regiopolitie Zeeland, district Oosterscheldebekken, nr. PL1950-2013082864-14, d.d. 1 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 2] , brigadier van politie (p. 7-9 van het proces-verbaal met registratienr. PL195B-2013082864), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 1] :

Ik was in de nacht van 30 november op 1 december 2013 in discotheek El Toro. We waren met een man of zeven op stap.

Ik was met [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2] ), [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en enkele anderen in de rookruimte.

In de rookruimte was er een woordenwisseling tussen [betrokkene 4] en een jongen die ik niet ken. Achteraf hoorde ik dat die jongen mij heeft geslagen. Ik hoorde dit van [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2] ) en anderen die bij [betrokkene 2] stonden.

De woordenwisseling liep uit de hand. Er werd getrokken en geduwd en de jongen ging zijn vrienden erbij halen.

[betrokkene 2] en ik stonden vlakbij, eigenlijk tussen de groep van die jongen in en voordat ik er erg in had kreeg ik een klap op mijn hoofd ter hoogte van mijn linkeroog. Ik werd weggetrokken door iemand. Ik heb, dacht ik, nog een klap gekregen. Ik ben een stukje van de spreekwoordelijke film kwijt. Ik weet nog dat ik uiteindelijk door een bewaker/beveiliger naar buiten ben geduwd.

Ik ben in de rookruimte op mijn hoofd geslagen met een glas. Ik heb niet gezien wie me geslagen heeft. Ik heb enkel het glas op mijn hoofd gevoeld. Het bloedde hevig en was behoorlijk pijnlijk.

Ik hoorde later dat de jongen waar [betrokkene 4] woorden mee had dit had gedaan. Ik hoorde dit van [betrokkene 2] en [betrokkene 3] .

De jongen waarmee [betrokkene 4] ruzie/woorden had en die mij later, zoals ik van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] hoorde, had geslagen met het glas, kan ik omschrijven als volgt:

- Marokkaanse afkomst;

- grijs shirt;

- ongeveer 22 jaar;

- donker haar.

Ik ken deze jongen van gezicht maar niet van naam.

(Door mij, verbalisant, wordt een foto getoond van de verdachte)

De foto die u mij toont is de man die, voordat de vechtpartij ontstond, ruzie had met [betrokkene 4] . Dit zou de man zijn die mij heeft geslagen met het glas.

Het begon met een woordenwisseling en het mondde uit in een vechtpartij waarbij ik met een glas werd geslagen.

Ik ben met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht en aldaar heeft men mij verzorgd.

(...)

4. Het ambtsedig proces-verbaal van Regiopolitie Zeeland, stafdienst PENO, nr PL192D-2013082864-5, d.d. 1 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 3] , aspirant van politie (p. 15-16 van het proces-verbaal met registratienr. PL195B-2013082864), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 5] :

Op 1 december 2013, omstreeks 01.45 uur was ik in de uitgaansgelegenheid El Toro te Goes. Ik was samen met een aantal vrienden, waaronder [betrokkene 4] , naar El Toro gegaan. In het rokersgedeelte kreeg [betrokkene 4] een aanvaring met een andere gast. Ik hoorde deze jongen dingen roepen.

Ik zag dat hij wegliep, het rokersgedeelte uit. Het rokersgedeelte in El Toro is van glas, zodoende kon ik de dansvloer op kijken. Ik zag dat deze jongen mensen probeerde te verzamelen. Vervolgens zag ik hem terug komen lopen met een aantal van zijn maten. Zodra deze in de rookruimte waren, brak de hel los.

Ik heb gezien dat een maat van mij, [betrokkene 1] , op zijn hoofd is geslagen met een longdrinkglas. Ik zag dat er een vloeistof in het longdrinkglas zat en dat er nog een rietje in zat. [betrokkene 1] stond buiten de groep, hij had met dit hele voorval niks te maken.

5. Het ambtsedig proces-verbaal van Regiopolitie Zeeland, District Oosterscheldebekken, wijkteam Goes Zuid/Oost/Dorpen Oost, nr. PL195B-2013082864-28, d.d. 15 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 4] , hoofdagent van politie (p. 17-19 van het proces-verbaal met registratienr. PL195B-2013082864), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 5] :

Ik was op 1 december 2013 in El Toro (het hof begrijpt: in Goes), samen met vrienden. We waren in het rokersgedeelte.

Ik zag dat [betrokkene 4] ruzie kreeg met een jongen. Hij stond te schreeuwen naar ons. De jongen ging toen de ruimte uit.

Toen hij naar buiten liep, kon ik zien wat er gebeurde, door de ruiten. Ik zag dat hij vrienden riep, ik bedoel dat ik zag dat hij een beweging maakte met zijn arm, hij wenkte dat zijn vrienden moesten komen. Ik zag dat er een groep met een hoop kabaal de rokersruimte binnen kwam. De ene jongen was daar uiteraard ook bij.

Ik zat op dat moment op de bank. Er werd getrokken en geduwd, gelijk toen ze binnenkwamen. Gelijk ging het mis.

Ik zag vervolgens dat hij, die jongen, in zijn rechter hand een longdrinkglas had, waarmee hij een zwaaiende beweging maakte. De jongen sprong naar voren, hij stond met zijn gezicht naar [betrokkene 2] , links van hem stond [betrokkene 1] .

Ik zag dat de drank uit het glas tegen de muur zat achter [betrokkene 1] . Ik heb de beweging gezien van de hand en vervolgens zag ik bloed op het gezicht van [betrokkene 1] .

Ik zag dat [betrokkene 1] hevig bloedde.

De jongen had eigenlijk ruzie met [betrokkene 4] .

De jongen, waarmee het allemaal begonnen is, kan ik omschrijven. Hij droeg een grijze polo. Hij is getint, ik dacht dat hij Turks of Marokkaans was.

6. Het ambtsedig proces-verbaal van Regiopolitie Zeeland, District Oosterscheldebekken, wijkteam Goes Centrum/West, nr. PL195A-2013082864-6, d.d. 1 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie (p. 21 van het proces-verbaal met registratienr. PL 195B-2013082864), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 6] :

Op 1 december 2013, omstreeks 01:30 uur, was ik in discotheek El Toro te Goes. Ik zag dat er in de rookruimte aldaar een onenigheid was tussen enkele personen. Een van de jongens ken ik, dit is [betrokkene 1] . Ik zag dat een getinte jongen, die gekleed was in een grijs shirt ruzie had met iemand. Ik zag dat [betrokkene 1] tussen mensen wilde komen die ruzie hadden. Ik zag dat de jongen met het grijze shirt met volgens mij een longdrinkglas tegen het hoofd van [betrokkene 1] sloeg. Ik zag dat [betrokkene 1] nadat hij geslagen was door die jongen begon te bloeden. De jongen met het grijze shirt is later door de politie aangehouden.

7. Het ambtsedig proces-verbaal van Regiopolitie Zeeland, District Oosterscheldebekken, wijkteam Goes Zuid/Oost/Dorpen Oost, nr. PL195B- 2013082864-29, d.d. 16 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 4] , hoofdagent van politie (p. 22-23 van het proces-verbaal met registratienr. PL195B-2013082864), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 6] :

Het gaat over de vechtpartij op 1 december 2013, in El Toro.

Ik was omstreeks 1.30 uur in de rokersruimte in El Toro. Ik was samen met [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 4] .

Er was een gast, ik ken hem, genaamd [verdachte] . Er was iets gezegd wat hem niet aanstond. Hij zocht ruzie. Hij kwam toen terug met anderen. Dit was ook een groepje.

Toen die groep het rokersgedeelte binnen kwam, werd er gelijk geduwd en getrokken.

Ineens zag ik dat [verdachte] met een glas in zijn hand een slaande beweging maakte, ik zag zijn arm door de lucht gaan. Ik zag dat het glas op het voorhoofd van [betrokkene 1] kapot ging, toen het glas zijn hoofd raakte.

Ik trok [betrokkene 1] direct opzij, alles zat gelijk onder het bloed, mijn kleren en mijn armen ook. Ik trok [betrokkene 1] mee achter de tafel.

[verdachte] was erg agressief.

Hij heeft [betrokkene 1] zomaar met een glas geslagen terwijl er niks aan de hand was tussen die twee.

Ik ben er zeker van dat [verdachte] [betrokkene 1] in zijn gezicht geslagen heeft met het glas. Het was een longdrinkglas. Ik zag dit en hoorde het glas kapot gaan.

Ik heb [betrokkene 1] afgelopen weekend nog gezien, hij heeft een behoorlijk groot litteken en twee kleinere littekens op zijn voorhoofd.

8. Het ambtsedig proces-verbaal van Regiopolitie Zeeland, District Oosterscheldebekken, wijkteam Goes Zuid/Oost/Dorpen Oost, nr. PL195B- 2013082864-17, d.d. 2 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 4] , hoofdagent van politie (p. 31-32 van het proces-verbaal met registratienr. PL195B-2013082864), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 4] :

Ik kan het volgende verklaren over de vechtpartij bij El Toro, van zaterdag op zondagnacht (het hof begrijpt: de nacht van 30 november op 1 december 2013).

Ik was in de stad in Goes, ik was samen met een paar vrienden. We waren bij El Toro, in de rokersruimte. Het was tussen 2.00 uur en 2.30 uur. De Marokkaan die nu vastzit, kwam naar ons toe, hij was vervelend. Hij zocht ruzie.

Hij begon ineens tegen mij te schreeuwen. Tevens begon hij te duwen en te trekken.

Toen begon hij ineens om zich heen te slaan, hij ging helemaal door het lint. U vraagt of hij mensen geslagen heeft, hij heeft toen klappen uitgedeeld. Het ging allemaal heel snel.

Er kwamen nog meer buitenlanders, die begonnen ook in het rond te slaan. Ik zag dat de jongen die vast zit, een glas pakte van een tafeltje. Ik zag dat hij dat glas kapot sloeg op het hoofd van [betrokkene 1] , één van mijn maten.

9. Het ambtsedig proces-verbaal van Regiopolitie Zeeland, District Oosterscheldebekken, wijkteam Goes Zuid/Oost/Dorpen Oost, nr. PL195B- 2013082864-27, d.d. 10 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 4] , hoofdagent van politie (p. 43-45 van het proces-verbaal met registratienr. PL 195B-2013082864), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 2] :

Ik wil een verklaring afleggen over een vechtpartij in El Toro (het hof begrijpt: te Goes), zondag 1 december 2013, omstreeks 1.52 uur.

Ik was uit met een groep. We waren met ongeveer 7 mensen, onder wie mijn vriendin [betrokkene 7] , [betrokkene 8] , [betrokkene 3] en [betrokkene 1] .

[betrokkene 3] , [betrokkene 8] , [betrokkene 1] en [betrokkene 7] waren aan het roken in de rookruimte. [betrokkene 4] was daar ook. [betrokkene 7] kwam naar me toe en zij vertelde me dat er een opstootje was in de rookruimte. Ik ben met haar meegegaan.

Ik zag [verdachte] heel dreigend staan tegenover [betrokkene 3] en [betrokkene 4] . [verdachte] was alleen, hij wilde vechten. Ik wist niet wat er aan de hand was, ik dacht dat hij ruzie zocht.

Ik ken [verdachte] een beetje van uitgaan.

[verdachte] was niet aanspreekbaar. [verdachte] was heel kwaad.

Toen kwam [verdachte] terug met een groep anderen. Ik denk wel zeven anderen. Ze kwamen de rookruimte binnen. Er werd wat geduwd en getrokken. Toen ging het heel snel.

[betrokkene 4] stond achter [betrokkene 1] , ik voor hem, [verdachte] voor mij. [verdachte] wilde perse naar [betrokkene 4] toe, dat wilden wij voorkomen.

Vervolgens zag ik in een flits een bewegende arm naar het gezicht van [betrokkene 1] . Ik zag dat het de arm van [verdachte] was, dit kon niet anders, want [verdachte] stond voor me. Ik zag dat [verdachte] met een glas in zijn rechter hand een slaande beweging maken naar het gezicht van [betrokkene 1] , vervolgens zag ik dat hij met het glas sloeg. Ik hoorde het glas stuk gaan. Ik heb vervolgens gezien dat het gezicht van [betrokkene 1] direct onder het bloed zat.

Ik weet echt heel zeker dat hij [betrokkene 1] geslagen heeft met dat glas.

10. Het ambtsedig proces-verbaal van Regiopolitie Zeeland, District Oosterscheldebekken, wijkteam Goes Noord/Dorpen West, nr. PL 195C-2013082864-7, d.d. 1 december 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 5] , hoofdagent van politie (p. 47 van het proces-verbaal met registratienr. PL195B- 2013082864), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van eigen waarneming(en) en/of bevinding(en) van desbetreffende verbalisanten en/of één van hen:

Op zondag 1 december 2013, omstreeks 01:52 uur, bevond ik mij, op de Oude Vismarkt te Goes, gemeente Goes. Ik bevond mij hier samen met een aantal collega's, na een melding dat een jongen in discotheek El Toro was mishandeld, met een bloedende hoofdwond als gevolg. Door mijn collega's werd de latere aangever [betrokkene 1] opgevangen en overgedragen aan ambulancepersoneel.

Ik werd aangesproken door een man die later bleek te zijn [betrokkene 8] . [betrokkene 8] verklaarde mij het volgende:

"Ik was zojuist in de rookruimte in café El Toro. Ik rookte daar een sigaretje samen met [betrokkene 9] . Ik zag dat de mij bekende [betrokkene 4] en een jongen in een grijs shirt ruzie hadden. Hierna gingen zij uit elkaar, maar kort hierop kwam de jongen in het grijze shirt weer terug.

Ik zag dat er ruzie ontstond tussen de jongen in het grijze shirt en mijn vriend [betrokkene 1] . Ik zag dat de jongen in het grijze shirt met een longdrinkglas in zijn hand, [betrokkene 1] in het gezicht sloeg. Ik zag dat [betrokkene 1] hierdoor bloedende verwondingen in zijn gezicht op liep.

Hierna ontstond een grote vechtpartij. De jongen met het grijze shirt, die met het longdrinkglas geslagen heeft, staat nu bij uw collega's."

Ik zag dat [betrokkene 8] wees naar een jongen in een grijs shirt, die later bleek te zijn [verdachte] . Samen met collega [verbalisant 6] hield ik [verdachte] aan terzake zware mishandeling. Kort hierop meldde zich bij mij een vrouw die opgaf te zijn [betrokkene 9] . [betrokkene 9] gaf aan gezien te hebben dat de jongen in het grijze shirt de latere aangever [betrokkene 1] met een glas in zijn gezicht sloeg."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts nog het volgende overwogen:

"Aangever [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij op 1 december 2013, omstreeks 01.30 uur, met glas op zijn hoofd is geslagen, ten gevolge waarvan hij twee snijwonden in zijn gezicht heeft opgelopen. De getuige [betrokkene 6] heeft op 1 december 2013, drie kwartier na het voorval, verklaard dat zij heeft gezien dat de jongen met het grijze shirt, zijnde verdachte, met een glas tegen het hoofd van aangever heeft geslagen. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaring van de getuige [betrokkene 2] , die heeft verklaard dat aangever door verdachte met een glas tegen het hoofd is geslagen. De aangifte en de verklaringen van [betrokkene 6] en [betrokkene 2] zijn duidelijk, consistent en komen op essentiële punten met elkaar overeen. Voorts worden deze verklaringen ondersteund door de waarnemingen van de verbalisant van het letsel bij aangever tijdens het opnemen van de aangifte en de medische informatie die zich in het dossier bevindt. Het hof acht deze verklaringen dan ook redengevend en als zodanig bruikbaar. Dat zich in het dossier ook verklaringen bevinden van getuigen die andersluidend verklaren, doet naar het oordeel van het hof niet af aan de bewijskracht van de eerdergenoemde bewijsmiddelen. Gelet op het vorenstaande, in samenhang en (tijds)verband bezien met de wettige bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met een glas tegen het hoofd van aangever heeft geslagen."

2.3.1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"De advocaat-generaal voert het woord als volgt.

(...) Indien uw hof de verdachte integraal zou willen vrijspreken, dan acht ik het noodzakelijk dat de getuigen [betrokkene 10] , [betrokkene 6] , [betrokkene 4] , [betrokkene 2] , [betrokkene 8] en [betrokkene 11] alsnog door een rechter zullen worden gehoord na heropening van het onderzoek.

(...)

De verdachte en de raadsvrouwe voeren het woord tot verdediging.

De raadsvrouwe pleit daartoe overeenkomstig de inhoud van de door haar overgelegde pleitnota, die aan dit proces-verbaal is gehecht en waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

In aanvulling op de pleitnota verklaart de raadsvrouwe als volgt.

(...)

Indien uw hof in raadkamer tot een bewezenverklaring zou komen, dan verzoek ik u om na heropening van het onderzoek de door de advocaat-generaal genoemde getuigen te horen alsook de getuigen [betrokkene 12] , [betrokkene 13] en [betrokkene 14] .

(...) Er is sprake van zoveel tegenstrijdigheden in de getuigenverklaringen en er staat veel voor cliënt op het spel."

2.3.2.

De aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehechte pleitnota houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, in:

"De politierechter geeft (...) aan dat de verklaringen van de getuigen (niet zijnde familie of vrienden van cliënt) eenzelfde situatie vertellen. De politierechter achtte deze verklaringen betrouwbaar. De verdediging is een andere mening toegedaan. (...) Na de verklaring van [betrokkene 2] op 10 december 2014, ruim 10 dagen na het incident, heeft de politie een aantal getuigen opnieuw gehoord.

Zo weet [betrokkene 10] op 1 december niet door wie [betrokkene 1] op zijn hoofd is geslagen met een longdrinkglas. Hij geeft aan dat hij slechts de beweging heeft gezien. Op 15 december verklaart hij opeens te hebben gezien dat cliënt in zijn rechterhand een longdrinkglas had waarmee hij een zwaaiende beweging zou maken. Ook gaat hij ervan uit dat [betrokkene 1] door dit glas geraakt is. Hij heeft het niet gezien. Hij veronderstelt dit. De verdediging vindt deze wijziging opmerkelijk en niet betrouwbaar. [betrokkene 10] is een vriend van aangever.

[betrokkene 6] verklaart op 1 december de jongen met het grijze shirt een longdrinkglas tegen het hoofd van aangever sloeg. Dit zou meerdere malen zijn gebeurd, ongeveer twee a drie keer. Op 16 december 2013 wordt [betrokkene 6] opnieuw gehoord. Opvallend is dat zij opeens de exacte naam van cliënt kent. Eerder was hij nog de jongen met het grijze shirt. Het wekt de schijn dat er in ieder geval over het incident is gepraat. Zij geeft ook aan dat zij aangever afgelopen weekend nog heeft gezien en dat hij een groot litteken heeft. Zij geeft daarnaast aan dat zij ook had gedronken en dat alles erg snel ging. In haar verklaring van 16 december geeft zij aan dat ze heeft gezien dat cliënt met een glas in zijn hand een slaande beweging maakte. Het glas ging kapot op het voorhoofd van aangever. Zij heeft het nu niet meer over twee a drie keer tegen het hoofd slaan.

Als bewijsmiddel heeft de politierechter vervolgens ook het getuigenverhoor van getuige [betrokkene 14] gebruikt. Zij verklaart dat ze heeft gezien dat de jongen met het grijze shirt een soort cocktailglas gooide naar de andere jongen. De afstand tussen hen was ongeveer twee meter. Dit is dus weer een ander verhaal. Het gaat hier om het gooien met een glas over een afstand van twee meter, in plaats van het slaan met een glas in de hand.

Voorts haalt de politierechter de verklaring van getuige [betrokkene 4] aan. [betrokkene 4] is de jongen met wie cliënt een discussie had. Hij is, volgens de verdediging, de aanstichter van het conflict. Hij verklaart dat cliënt een glas pakte van het tafeltje en dat glas kapot sloeg op het hoofd van [betrokkene 1] , een van zijn maten.

Vervolgens verklaart hij echter tweemaal dat hij het niet 100% zeker weet. "Het ging allemaal zo snel, het kan niet anders". Hij trekt hier een conclusie. Het gaat niet om een eigen waarneming. Vervolgens verklaart hij nogmaals "ik weet niet 100% zeker of die gast het geeft gedaan". Naar mening van de verdediging kan hier geen wettig en overtuigend bewijs worden afgeleid.

Dan is er nog de verklaring van getuige [betrokkene 2] . Deze verklaring lijkt op het eerste gezicht een stellige verklaring. Echter, ook deze verklaring bevat weer veronderstellingen in plaats van duidelijke eigen waarnemingen. [betrokkene 2] stelt dat hij in een flitsende beweging een arm naar het gezicht van [betrokkene 1] zag gaan. "Ik zag dat het de arm van [verdachte] was, dat kon niet anders want hij stond voor me". Naar mening van de verdediging is ook deze verklaring niet overtuigend.

De politierechter stelt in haar vonnis vervolgens dat de verklaringen van de broer en vrienden van cliënt een ander verhaal vertellen. Deze verklaringen worden door de politierechter niet betrouwbaar geacht. De reden hiervoor blijft de verdediging onduidelijk. Juist de vrienden van cliënt zijn allen na het incident snel gehoord. Client was toen al opgepakt en met hem hebben ze het verhaal in ieder geval niet kunnen afstemmen.

De broer van cliënt, [betrokkene 12] geeft aan dat het glas juist hun kant op werd gegooid.

Ten aanzien van getuige [betrokkene 13] geeft de politierechter aan dat deze getuige zou hebben verklaard dat niemand met een glas gegooid heeft en dat dit niet zou kunnen kloppen. De verdediging leest de verklaring van [betrokkene 13] anders. Hij heeft verklaard: "Ik heb geen idee wie er een glas gegooid heeft, als wij dat gedaan zouden hebben was die jongen voor ons geraakt, die met het witte shirt". Tevens verklaart hij dat glas zag vliegen en glas kapot hoorde vallen en dat het glas van achter hen vandaan kwam. De overweging van de politierechter is onduidelijk.

Getuige [betrokkene 14] verklaart dat hij het breken van glas heeft gehoord, maar dat het aan de andere kant van de rokersruimte was. Hij was samen bij [verdachte] .

[betrokkene 11] verklaart soortgelijk. Hij voelde iets langs zijn hoofd gaan. Langs achter gooide er iemand een longdrinkglas dat kapot ging tegen het hoofd van die jongen. Als er gezegd wordt dat [verdachte] die jongen heeft geslagen met een glas is dat niet waar. Ik stond tegenover [verdachte] en die lange jongen, ik voelde het glas direct nadat [verdachte] die klap kreeg. [verdachte] kan het niet gedaan hebben. Toegegeven: ook hier gaat om een veronderstelling.

Verder bevinden zich in het dossier verklaringen van [betrokkene 1] (aangever). [betrokkene 9] en [betrokkene 8] . Geen van allen hebben gezien wie er heeft geslagen gegooid.

De verdediging is dan ook van mening dat er te veel onduidelijkheid bestaat over wat er exact is gebeurd. Is er met een glas geslagen, is er met een glas gegooid?"

2.4.

Het bestreden arrest houdt als beslissing van het Hof op het door de verdediging gedane verzoek het volgende in:

"Met betrekking tot het verzoek van de raadsvrouw tot het (doen) horen van getuigen, indien het hof tot een bewezenverklaring mocht komen, overweegt het hof het volgende. Het hof acht zich - onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt - gelet op het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht en is de noodzakelijkheid van het gevraagde (doen) horen van getuigen niet gebleken. Derhalve wijst het hof het verzoek af."

2.5.

In zijn arrest van 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015, heeft de Hoge Raad onder meer het volgende overwogen:

"3.8.1. Of een verzoek tot het horen van getuigen naar behoren is onderbouwd alsook of het dient te worden toegewezen, zal de rechter in het licht van alle omstandigheden van het geval - en met inachtneming van het toepasselijke criterium - moeten beoordelen. De rechter dient, indien hij een verzoek afwijst, de feitelijke en/of juridische gronden waarop die afwijzing berust, in het proces-verbaal van de terechtzitting dan wel de uitspraak op te nemen. Die rechterlijke motiveringsplicht steunt mede op art. 6 EVRM.

3.8.2.

In cassatie gaat het bij de beoordeling van de afwijzing van een verzoek tot het horen van getuigen in de kern om de vraag of de beslissing begrijpelijk is in het licht van - als waren het communicerende vaten - enerzijds hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en anderzijds de gronden waarop het is afgewezen."

2.6.

De afwijzing door het Hof van het verzoek tot het horen van de door de verdediging genoemde personen als getuige is, mede gelet op hetgeen aan dat verzoek ten grondslag is gelegd en in het licht van hetgeen door de raadsvrouwe is aangevoerd omtrent de door die personen afgelegde verklaringen, zonder nadere, doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. Met de enkele overweging dat het Hof "zich - onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt - gelet op het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht acht", heeft het immers ongenoegzaam tot uitdrukking gebracht op welke feitelijke en/of juridische gronden de afwijzing berust.

2.7.

Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof ꞌs-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2017.