Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:3055

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-12-2017
Datum publicatie
01-12-2017
Zaaknummer
16/05012
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1057, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2016:1692, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Zorgplicht bank bij afsluiten renteswaps. Moest bank waarschuwen voor specifieke gevaren en zich ervan vergewissen dat de beleggers de risico’s kenden? Invloed omstandigheid dat een van de beleggers een professionele belegger is in zin van de Wft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/1283
JOR 2018/71 met annotatie van mr. F.M.A. ’t Hart
NTHR 2018, afl. 1, p. 46
JONDR 2018/420
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 december 2017

Eerste Kamer

16/05012

TT/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. GERANN HOLDING B.V. ,
gevestigd te Rijswijk ,

2. HUNZEDAL HOLDING B.V.,
gevestigd te Rijswijk,

3. [eiseres 3] ,

in haar hoedanigheid van executeur-testamentair in de nalatenschap van [betrokkene 1] ,


wonende te [woonplaats] ,

EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. J.P. Heering,

t e g e n

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., rechtsopvolger onder algemene titel van de Coöperatieve Rabobank Regio Den Haag U.A.,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Gerann c.s. en Rabobank.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/09/447260/HA ZA 13-816 van de rechtbank Den Haag van 30 oktober 2013 en 14 mei 2014;

b. de arresten in de zaak 200.168.014/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 juli 2015 en 21 juni 2016.

Het arrest van het hof van 21 juni 2016 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 21 juni 2016 hebben Gerann c.s. beroep in cassatie ingesteld. Rabobank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Gerann c.s. mede door mr. P.J. Tanja.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De advocaat van Gerann c.s. heeft bij brief van 27 oktober 2017 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt Gerann c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 1 december 2017.