Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:304

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-02-2017
Datum publicatie
24-02-2017
Zaaknummer
16/06133
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:10, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad; hersteltermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2017/91
RvdW 2017/310

Uitspraak

24 februari 2017

Eerste Kamer

16/06133

EV/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[verzoekster],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

t e g e n

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Verzoekster tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoekster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 409281 CV EXPL 2663-12 van de kantonrechter te Almelo van 22 oktober 2013;

b. het arrest in de zaak 200.145.110 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 september 2016.

Het arrest van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt ertoe dat [verzoekster] niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het bij brief van 29 november 2016 ingekomen verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoekster] in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 februari 2017.