Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2816

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-11-2017
Datum publicatie
07-11-2017
Zaaknummer
16/01371
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1139, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen van voorbereidingshandelingen a.b.i. art. 10a Opiumwet (voorhanden hebben van stoffen waaruit cocaïne kan worden vervaardigd). Kan door politie uitgevoerde eerste indicatieve test voor het bewijs worden gebruikt? Op gronden die zijn vermeld in de CAG, is zonder nadere motivering die ontbreekt, het gebruik voor het bewijs van het p-v van politie v.zv. dat betrekking heeft op de testuitslag van de bemonstering van de schep, niet begrijpelijk. CAG: Hof heeft dit b.m. gebezigd kennelijk om de stelling te weerleggen dat de aangetroffen grote hoeveelheden stoffen volledig onschuldig zijn. Omdat er op een schep cocaïne is aangetroffen, zijn de stoffen aan te merken als versnijdingsmiddelen die passen bij de tlgd. voorbereidingshandelingen. Het gebruik van de eerste politietest op de aanwezigheid van verdovende middelen is op zichzelf genomen niet in strijd met het recht. I.c. gaf eerste indicatieve test een positieve reactie op cocaïne maar gaven tweede indicatieve test en derde test door NFI een negatieve uitslag op cocaïne. Samenhang met 16/01246.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/1226
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 november 2017

Strafkamer

nr. S 16/01371

JHO/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 januari 2016, nummer 22/005638-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 14, is zonder nadere motivering die ontbreekt, het gebruik van bewijsmiddel 11 voor zover dat betrekking heeft op de testuitslag van de bemonstering van de schep, niet begrijpelijk.

2.3.

Het middel slaagt.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2017.