Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2809

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-11-2017
Datum publicatie
07-11-2017
Zaaknummer
16/00664
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1160, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen hekwerken en prikkeldraad rondom detentiecentrum, art. 141.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AW3560 m.b.t de uitleg van ‘openlijk’ in de zin van art. 141.1 Sr. Het Hof heeft vastgesteld dat het geweld tegen de goederen vermeld in de bewezenverklaring plaats heeft gevonden aan de openbare weg, in een gebied dat feitelijk voor het publiek toegankelijk was en bij een locatie waar uitgeprocedeerde gezinnen verblijven in afwachting van hun uitzetting. Het op deze vaststellingen gebaseerde oordeel van het Hof dat sprake is van ‘openlijk’ geweld in de zin van art. 141 Sr, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet ontoereikend gemotiveerd. CAG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2017-0449
RvdW 2017/1216
NJB 2017/2191
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 november 2017

Strafkamer

nr. S 16/00664

CB/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 30 november 2015, nummer 21/004409-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat het in de bewezenverklaring vermelde geweld 'openlijk' is gepleegd.

3.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 16 april 2015 te Zeist, met anderen, aan de openbare weg, Laantje zonder Eind, (meermalen) openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen hekwerken en prikkeldraad rondom detentiecentrum Kamp Zeist, welk geweld bestond uit

- het op verschillende plaatsen vernielen/doorknippen van het hekwerk en

- het hekwerk op verschillende plaatsen lostrekken van de ijzeren staanders en

- het vernielen/doorknippen van de concertinas/het NATO prikkeldraad gelegen achter het hekwerk."

3.2.2.

Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte aldaar het woord gevoerd overeenkomstig de aan het proces-verbaal gehechte pleitnota. Deze pleitnota houdt – voor zover voor de beoordeling van het middel van belang – in:

"55. Voor openlijke geweldpleging is vereist dat het geweld - inderdaad - openlijk is gepleegd. Dat kan in deze gevallen niet worden bewezen.

56. Niet openlijk was volgens de Hoge Raad geweld dat de drie verdachten hadden bedreven in het donker, op een eenzame plaats in het openbare wandelpark de Haarlemmerhout, alwaar zich slechts de verdachten en het slachtoffer bevonden, wie het schreeuwen ook nog werd belet. Zie HR 29 maart 1966, ECLI:NL:HR:1966:AB6310, NJ 1966/399.

57. Zie ook HR 26 juni 1979, ECLI:NL:HR:1979:AC6636, NJ 1979/618: dit arrest betrof daders die iemand in het holst van de nacht in het water van de Amsterdamse Prinsengracht hadden gegooid, terwijl uit de bewijsmiddelen niet bleek dat derden dit hadden gezien of gehoord.

58. Als het publiek toevallig niet aanwezig is ten tijde van het geweld, is dat niet voldoende. Daarom was volgens HR 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ3681, NJ 2011/380, van openlijke geweldpleging sprake bij geweld dat zich door onverholen, niet-heimelijk bedreven daden openbaarde in een treincoupé. Er was feitelijk vrije toegang en er bestond zicht op hetgeen gebeurde.

59. In de zaken van cliënten kan het volgende, worden vastgesteld:

- gewoonlijk is geen publiek aanwezig langs het hek van Kamp Zeist;

- in ieder geval is daar geen publiek aanwezig in de nacht;

- daar mág ook geen publiek aanwezig zijn. Uit de bijgevoegde foto's blijkt dat tussen zonsondergang en zonsopgang de toegang in dit gebied is verboden. Dat is uitdrukkelijk aan het publiek kenbaar gemaakt door Stichting Het Utrechts Landschap en Staatsbosbeheer. De uitingen zijn voorzien van de bedreiging 'verboden toegang' zoals bedoeld in artikel 461 Sr. Meer specifiek is ook de Oude Postweg tussen zonsondergang en zonsopgang niet toegankelijk. Dat is uitdrukkelijk aan het publiek kenbaar gemaakt door Recreatie Midden-Nederland.

- het ging om het holst van de nacht terwijl derden het publiek het geweld niet hebben gezien of gehoord;

- er bestond voor het publiek geen zicht op het gebeuren. Volgens het dossier was het die nacht aardedonker buiten (zie bevindingen [verbalisant 7] , pagina 33).

60. Gezien deze omstandigheden kan openlijke geweldpleging niet worden bewezen."

3.2.3.

De bewezenverklaring steunt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, op de volgende bewijsvoering:

"Ten slotte heeft de raadsman betoogd dat niet kan worden bewezen dat het geweld "openlijk" is gepleegd.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van de primair tenlastegelegde openlijke geweldpleging wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen.(...)

De Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft op woensdagmiddag 15 april 2015 een ambtsbericht uitgebracht aan de burgemeester van de gemeente Zeist, inhoudende: "Actievoerders tegen het asiel- en vreemdelingenbeleid zijn voornemens om in deze week 's nachts vernielingen aan te richten bij kamp Zeist, bij de locatie waar uitgeprocedeerde gezinnen verblijven in afwachting van hun uitzetting uit Nederland.

Naar aanleiding van dit ambtsbericht heeft de politie actie ondernomen in de nacht van 15 op 16 april 2015. Verbalisant [verbalisant 1] bevond zich op een centrale post. Hij was als groepscommandant belast met de aansturing van de politieambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (koppel 1), [verbalisant 4] en [verbalisant 5] (koppel 2), [verbalisant 6] en [verbalisant 7] (koppel 3), [verbalisant 8] en [verbalisant 9] (koppel 4), [verbalisant 10] en [verbalisant 11] (koppel 5), [verbalisant 12] en [verbalisant 13] (koppel 6), [verbalisant 14] , [verbalisant 15] en [verbalisant 16] (koppel 7).

Uit het proces-verbaal van [verbalisant 1] en de daarbij gevoegde luchtfoto volgt dat de koppels zich bevonden op locaties met direct zicht op het hekwerk rondom Kamp Zeist. Op de luchtfoto is verder zichtbaar dat er een recht voetpad (het Laantje zonder Eind) loopt tussen het hekwerk en de posities waar de koppels 2, 3, 4, 5 en 6 zich bevonden.

Via de portofoon hoorde [verbalisant 1] omstreeks 01:54 uur dat koppel 6 diverse personen over het voetpad zag lopen. De personen liepen in de richting van koppel 5 en verdwenen uit zicht van koppel 6. [verbalisant 1] hoorde vervolgens dat koppel 5 ook personen zag lopen over het voetpad. De personen verplaatsen zich in de richting van koppel 4 en verdwenen uit beeld van koppel 5. Daarna hoorde [verbalisant 1] dat koppel 4 personen over het voetpad zag lopen. De personen verdwenen uit zicht van koppel 4. Hierop meldde koppel 3 dat zij geen zicht kregen op de personen.

Na enkele minuten hoorden de koppels 4 en 3 een metalen tikkend geluid. Dit geluid werd met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid herkend als het geluid van het stukknippen van het hekwerk.

[verbalisant 1] heeft hierop tegen de politieambtenaren gezegd dat zij naar de locatie moesten gaan waar de personen zich vermoedelijk bevonden. De politieambtenaren zagen dat het hekwerk kapot was geknipt. Het hekwerk was nog onbeschadigd toen koppel 3 omstreeks 00:50 uur langs het desbetreffende deel van het hekwerk was gelopen.

Verbalisant [verbalisant 12] (koppel 6) zag een groep personen over het Laantje zonder Eind lopen. Na het passeren van de kruising met de Oude Postweg kwam de groep aan bij het hek rondom Kamp Zeist. Eén persoon uit deze groep bleef daar achter terwijl de overige personen hun route over het Laantje zonder Eind voortzetten (het hof begrijpt: in de richting van de positie van koppels 5 en 4). [verbalisant 12] verloor de achtergebleven persoon geen enkel moment uit het oog. Hij zag dat deze persoon herhaaldelijk heen en weer liep en veelvuldig om zich heen keek.

De verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] (koppel 4) zagen een groep bestaande uit zes personen langs het hek lopen. Even later hoorden zij meerdere malen knipgeluiden. Dit gaven zij door aan commandant [verbalisant 1] die vervolgens opdracht gaf om tot aanhouding over te gaan. De verbalisanten zagen dat de groep wegrende in de richting van koppel 5. Hierop zijn de verbalisanten achter de groep aangerend.

De knipgeluiden werden ook gehoord door verbalisant [verbalisant 7] die samen met [verbalisant 6] koppel 3 vormde. [verbalisant 7] en [verbalisant 6] hoorden nog steeds knipgeluiden op het moment dat zij zich samen met de collega's van de koppels 1 en 2 sluipend in de richting van de knipgeluiden begaven. [verbalisant 7] hoorde via de portofoon dat een collega riep: "ze gaan rennen", waarop zij ook begon te rennen samen met [verbalisant 6] en de collega's van de koppels 1 en 2. Op enig moment stond [verbalisant 7] even stil samen met [verbalisant 3] (koppel 1) om te luisteren. Toen zagen zij personen liggen. [verbalisant 7] zag de personen plat op de grond liggen aan de rechterzijde van het bospad naast de omheining van Kamp Zeist. Samen met [verbalisant 3] is [verbalisant 7] op deze vier personen afgestapt. Direct kwamen er collega's bij. [verbalisant 7] , [verbalisant 3] en hun collega's hebben vervolgens in totaal zeven verdachten aangehouden.

(...)

Verdachte [verdachte]

Verbalisant [verbalisant 12] zag dat de in zijn nabijheid achtergebleven persoon, die zich nog altijd in zijn gezichtsveld bevond, terugliep in de richting waar hij eerder samen met de andere personen vandaan was gekomen. Zodra de verbalisant hem deze beweging zag maken, hoorde hij herhaaldelijk een hard geluid, gelijkend op het blazen op een fluitje. Enkele seconden later, omstreeks 02:25 uur, zag [verbalisant 12] zag dat deze persoon werd aangehouden.

De verdachte [verdachte] is omstreeks 02:25 uur aangehouden door de verbalisanten [verbalisant 14] en [verbalisant 15] . Deze verbalisanten zagen [verdachte] staan bij de kruising van het Laantje zonder Eind met de Oude Postweg. Hij droeg donkere/zwarte kleding en een zwarte muts. De verbalisanten zagen dat hij hen aankeek, dat hij zich vervolgens omdraaide en van hen wegliep. Ook hoorden de verbalisanten dat hij meerdere malen hard op een scheidsrechtersfluit blies. Bij de fouillering van [verdachte] werden een scheidsrechtersfluit, een lokfluitje, een paar handsschoenen, een rood- en een wit ledlampje aangetroffen.

Aangifte van [betrokkene 1]

heeft namens detentiecentrum Kamp Zeist aangifte gedaan. Uit de aangifte volgt dat de hekwerken rondom het gehele terrein tijdens de ochtend- en avonddienst worden bekeken door het personeel van het detentiecentrum. Op woensdagochtend 15 april 2015 waren de hekwerken nog in orde.

Het Heras hekwerk aan de zijde van het Laantje zonder Eind bestaat uit ijzeren staanders, waaraan groen geplastificeerd gaas is vastgemaakt. Bovenop dit hekwerk is een klimbeveiliging, bestaande uit drie rijen prikkeldraad, bevestigd. Direct achter dit hekwerk zijn boven elkaar drie rollen concertinas bevestigd. Dit zijn rollen prikkeldraad waarbij de prikkels zijn vervangen door kleine scheermesjes (NATO-prikkeldraad).

De hekwerken waren vernield op twee locaties aan de zijde van het Laantje zonder Eind. Bij het voetbalveld was het Heras hekwerk over een lengte van 15 meter doorgeknipt en losgetrokken van de ijzeren staanders. De drie rijen prikkeldraad bovenop dit hekwerk waren doorgeknipt over een lengte van 9 meter. De concertinas achter dit hekwerk waren doorgeknipt op tenminste 35 plaatsen. Bij het bos was het Heras hekwerk over een lengte van 12 meter doorgeknipt en losgetrokken van de ijzeren staanders. De drie rijen prikkeldraad bovenop dit hekwerk waren doorgeknipt over een lengte van
3 meter. De concertinas achter dit hekwerk was doorgeknipt op 1 plaats.

Sporenonderzoek

Verbalisant [verbalisant 17] heeft de locaties 1 en 2 waar de hekwerken zijn vernield nader omschreven in het proces-verbaal van het sporenonderzoek en gemarkeerd op de daarbij gevoegde luchtfoto. Op de luchtfoto is zichtbaar dat locatie 1 is gelegen nabij de positie waar koppel 3 zich bevond. Locatie 2 is gelegen tussen de posities waar de koppels 5 en 4 personen over het voetpad zagen lopen in de richting van koppel 3. Langs de looproute van de personen heeft verbalisant [verbalisant 17] drie tangen aangetroffen. Hij trof een betonschaar aan tussen het looppad en het hekwerk. Circa 30 meter verderop lag een kniptang. Op het pad aan de binnenzijde van het hekwerk lag een soortgelijke kniptang.

Aantreffen fietsen en auto

De verbalisanten [verbalisant 18] en [verbalisant 19] zagen vier fietsen gestald staan in een bosperceel in de buurt van Kamp Zeist. Op een van de fietsen zat een fietstas waarin een reçu zat. Daarop stonden de voorletters en de achternaam van verdachte [betrokkene 2] .

De verbalisanten vervolgden hun weg in het bosperceel en kwamen bij uit bij het Laantje zonder Eind. Aldaar zagen zij op een parkeerplaats, grenzend aan het bosperceel, een personenauto staan. De auto was voorzien van het kenteken [AA-00-BB] . Dit kenteken stond op naam van verdachte [medeverdachte] . In de auto - een Fiat Panda - lag een geografische kaart van de Utrechtse Heuvelrug, waarop met een zwarte pen een route was getekend tussen de Biltseweg te Soest en het Laantje zonder Eind te Zeist.

Conclusie

Het hof stelt vast dat het tenlastegelegde werd gepleegd tussen het tijdstip waarop het hekwerk nog onbeschadigd bleek te zijn (omstreeks 00:50 uur) en de tijdstippen waarop voormelde verdachten op heterdaad werden aangehouden (omstreeks 02:23-2:30 uur). Gedurende dit tijdsbestek hebben de verbalisanten voortdurend zicht gehad op het voetpad langs het hekwerk, waar zij zes personen zagen lopen in de richting van de locaties waar even later het hekwerk bleek te zijn doorgeknipt en losgetrokken. Kort na de waarneming van de knipgeluiden werden in de (directe) omgeving van het vernielde hekwerk zes verdachten aangetroffen, te weten [medeverdachte] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] , [betrokkene 6] en [betrokkene 2] . Zij waren in het bezit van voorwerpen die geschikt zijn om hekwerk/prikkeldraad door te knippen en/of los te trekken en om daarbij beveiliging aan het lichaam te bieden. Het gaat hierbij om tangen, handschoenen en brillen. In de buurt van het hekwerk werden later ook tangen aangetroffen langs de looproute van deze verdachten. De gereedschappen waren gelijksoortig van aard. Ook waren vrijwel alle verdachten in het bezit van één of meer soortgelijke fietslampjes.

Uit het vorenstaande leidt het hof af dat de aangehouden verdachten als groep optraden met als gezamenlijk doel het beschadigen/vernielen van een deel van de terreinafzetting van Kamp Zeist. Verdachte [verdachte] bleef achter nabij de kruising en ging daar op de uitkijk staan met fluitjes om de overige verdachten zo nodig te kunnen waarschuwen, terwijl de andere verdachten doorliepen over het voetpad in de richting van de locaties waar het geweld werd gepleegd tegen het hekwerk. De verdachten [medeverdachte] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] , [betrokkene 6] en [betrokkene 2] werkten nauw en bewust samen bij het plegen van tegen de afzetting gerichte gewelddadige handelingen. De omstandigheid dat niet kan worden vastgesteld wie van de verdachten welke beschadigingen heeft aangebracht is naar het oordeel van het hof van ondergeschikt belang, nu uit de voorwerpen die onder de verdachten in beslag zijn genomen kan worden afgeleid dat ieder der verdachten een significante bijdrage heeft geleverd aan het bewezen te verklaren openlijke geweld tegen goederen.

(...)

Naar het oordeel van het hof bestaan er geen aanwijzingen die reden vormen om aan te moeten nemen dat de beschadigingen/vernielingen van de terreinafzetting zijn gepleegd door anderen dan een of meer van de aangehouden verdachten.

Voor het bewijs van het bestanddeel "openlijk" is niet vereist dat ten tijde en ter plaatse van de geweldpleging publiek aanwezig was. Het is evenmin beslissend of het ter plaatse al dan niet was toegestaan om in het tijdvak, waarin het geweld gepleegd werd, daar aanwezig te zijn. Het verbod het bosgebied tussen zonsondergang en zonsopkomst te betreden belemmert of beperkt de feitelijke toegankelijkheid van het gebied voor het publiek immers niet. Integendeel, de omstandigheid, dat een afzonderlijk verbod nodig is om te bewerkstelligen dat het publiek 's nachts het bos niet in mag, onderstreept de publieke toegankelijkheid van dat bosgebied. Daar komt bij dat -anders dan bij geweld tegen personen- geweld tegen goederen (het hekwerk) nog steeds zichtbaar is in het tijdsbestek waarin de bevoegdheid het bos te betreden niet is beperkt.

Naar het oordeel van het hof is er derhalve sprake van "openlijke" geweldpleging als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht."

3.3.

De tenlastelegging is toegesneden op art. 141, eerste lid, Sr. Daarom moet de in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende term "openlijk" geacht worden aldaar te zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in dat artikel. Daarvan is sprake bij geweld dat zich door onverholen, niet-heimelijk bedreven daden heeft geopenbaard, zodat daardoor de openbare orde is aangerand, zonder dat evenwel is vereist dat ten tijde en ter plaatse van het plegen van het geweld publiek aanwezig was of dat er toen en daar feitelijk vrije toegang en zicht op wat er gebeurde bestond. (Vgl. HR 13 juni 2006, ECLI:NL: HR:2006: AW3560, NJ 2006/345.)

3.4.

Het Hof heeft vastgesteld dat het geweld tegen goederen zoals vermeld in de bewezenverklaring heeft plaatsgevonden aan de openbare weg, Laantje zonder Eind, in een gebied dat feitelijk voor het publiek toegankelijk was en bij een locatie waar uitgeprocedeerde gezinnen verblijven in afwachting van hun uitzetting. Het op deze vaststellingen gebaseerde oordeel van het Hof dat sprake is van 'openlijk' geweld in de zin van art. 141 Sr, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet ontoereikend gemotiveerd.

3.5.

Het middel faalt.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2017.