Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2606

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-10-2017
Datum publicatie
13-10-2017
Zaaknummer
16/03033
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2016:1628
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: art. 81.1 RO.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:7
Algemene wet bestuursrecht 6:9
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Algemene wet bestuursrecht 7:1
Algemene wet bestuursrecht 8:29
Algemene wet bestuursrecht 8:31
Algemene wet bestuursrecht 8:42
Algemene wet inzake rijksbelastingen 22j
Algemene wet inzake rijksbelastingen 26c
Algemene wet inzake rijksbelastingen 67e
Algemene wet inzake rijksbelastingen 67f
Algemene wet inzake rijksbelastingen 69
Wet op de omzetbelasting 1968 7
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2017/2413
Viditax (FutD), 13-10-2017
FutD 2017-2531
NTFR 2017/2568
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 oktober 2017

nr. 16/03033

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 13 mei 2016, nr. BK-14/01190, op het hoger beroep van belanghebbende alsmede het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 13/10301) betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 januari 2006 tot en met 31 december 2008 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij drie middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.