Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2597

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-10-2017
Datum publicatie
13-10-2017
Zaaknummer
16/05823
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 14, lid 1, letter a, Wva. Afdrachtvermindering onderwijs. Verwijzing naar HR 22 september 2017, nr. 16/03857.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2017/225
V-N Vandaag 2017/2337
V-N 2017/51.18.31
Viditax (FutD), 13-10-2017
FutD 2017-2529
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 oktober 2017

nr. 16/05823

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2016, nrs. BK-16/00041 en BK-16/00042, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 15/2775 en SGR 15/2776) betreffende de aan belanghebbende over de tijdvakken 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 en 1 januari 2012 tot en met 30 november 2012 opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door A.J.C. Perdaems, advocaat te Breda en R.W.J. Kerckhoffs, advocaat te Amsterdam.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel, dat zich richt tegen het oordeel van het Hof dat de Inspecteur bevoegd is om te beoordelen of de door de werknemers van belanghebbende gevolgde opleidingen voldoen aan de vereisten van de Wet educatie en beroepsonderwijs, slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest van de Hoge Raad van 22 september 2017, nr. 16/03857, ECLI:NL:HR:2017:2436.

2.2.

Gelet op hetgeen hiervoor in 2.1 is overwogen, kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3 Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissingen omtrent de boeten, de proceskosten en het griffierecht,

verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,

gelast dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 503, en

veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1980 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.