Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2586

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-10-2017
Datum publicatie
10-10-2017
Zaaknummer
16/00285
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1037, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

N-o verklaring in h.b. Het Hof heeft vastgesteld dat de mededeling uitspraak is uitgereikt aan een ander dan verdachte op het adres waarop verdachte in de GBA (thans BRP) was ingeschreven. Die uitreiking heeft het Hof kennelijk aangemerkt als een omstandigheid waaruit voortvloeit dat de einduitspraak verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv. Dat oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2017-0420
NJB 2017/2048
RvdW 2017/1123
NBSTRAF 2017/376
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 oktober 2017

Strafkamer

nr. S 16/00285

SEU/JHO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 januari 2016, nummer 23/002184-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.B. Schmidt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep.

2.2.

Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Amsterdam van 31 maart 2015, waarbij de verdachte ter zake van - kort gezegd - poging tot diefstal met braak is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf weken. De bestreden uitspraak houdt dienaangaande het volgende in:

"De verdachte is bij vonnis op 31 maart 2015 bij verstek veroordeeld.

De mededeling uitspraak is op 21 april 2015 aan een ander op het vermelde adres, te weten het GBA-adres van de verdachte [a-straat 1] te [plaats], uitgereikt.

Tegen dit vonnis heeft de verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar eerst op 28 mei 2015.

Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard."

2.3.

Art. 408, eerste en tweede lid, Sv luidt, voor zover hier van belang:

"1. Het hoger beroep moet binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien:

a. de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend;

b. de verdachte op de terechtzitting of nadere terechtzitting is verschenen;

c. zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was;

(...)

2. In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde moet het hoger beroep worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is."

2.4.

Het Hof heeft vastgesteld dat de mededeling uitspraak betreffende voormeld vonnis van de Politierechter op 21 april 2015 is uitgereikt aan een ander dan de verdachte op het adres waarop de verdachte in de GBA (thans BRP) was ingeschreven. Die uitreiking heeft het Hof kennelijk - gezien de overweging dat de verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis in eerste aanleg - aangemerkt als een omstandigheid waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is, als bedoeld in art. 408, tweede lid, Sv. Dat oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

2.5.

Het middel is gegrond.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2017.