Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2581

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-10-2017
Datum publicatie
10-10-2017
Zaaknummer
16/01994
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1031, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen van witwassen. 1. Ontvankelijkheid van cassatieberoep tegen tussenuitspraak. 2. Niet beslist op verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM op de grond dat OvJ heeft geweigerd gevolg te geven aan bevel van Rb om als getuige te worden gehoord. HR: art. 81.1 RO. CAG: 1. Verdachte kan niet worden ontvangen in beroep v.zv. gericht tegen uitspraak Hof, waarbij zaak is teruggewezen naar Rb. 2. Hof heeft verzuimd een beslissing te geven op verweer. Dit behoeft niet tot cassatie te leiden, omdat Hof het verweer slechts had kunnen verwerpen. Samenhang met 16/01141 en 16/01997. Voorts samenhang met niet gepubliceerde zaken die op 20-12-2016 zijn afgedaan met art. 80a RO: 16/00799, 16/00907, 16/01554, 16/01999, 16/00998, 16/02000, 16/02005, 16/02008 en 16/02009 (geen middelen ingediend).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/1128
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 oktober 2017

Strafkamer

nr. S 16/01994

MD/SA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 11 februari 2016, nummer 21/000475-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J. Jansma, advocaat te Kampen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep voor zover gericht tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 december 2013 en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2017.