Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2547

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
04-10-2017
Zaaknummer
16/03164
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1013, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2016:2192, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen van: poging tot moord, poging tot doodslag en voorhanden hebben van machinegeweer. Falende bewijsklachten m.b.t. poging tot moord en poging tot doodslag en falende klachten over het niet hebben voorgelezen van de schriftelijke vordering AG tz., het zich niet bij de stukken bevinden van deze vordering en het niet hebben acht geslagen op hetgeen in e.a. is voorgevallen. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/1091
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 oktober 2017

Strafkamer

nr. S 16/03164

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 juni 2016, nummer 20/002216-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2017.