Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2498

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
27-09-2017
Zaaknummer
15/05456
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:971, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op geldbedrag van € 105.000,- onder zoon van klaagster t.b.v. ontnemingszaak tegen zoon. HR: art. 80a RO. CAG: Oordeel Hof dat niet buiten redelijke twijfel staat dat klaagster, een derde niet-beslagene, als eigenaresse van het geldbedrag dient te worden aangemerkt, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

26 september 2017

Strafkamer

nr. S 15/05456 B

SSA

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 9 november 2015, nummer AVNR 1392-15, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klaagster] , geboren op [geboortedatum] 1936.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.