Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2481

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
27-09-2017
Zaaknummer
16/03859
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:955, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:5907, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen doodslag door vader en zoon. Ondervragingsrecht, art. 6.3 onder d EVRM. Heeft de verdediging een behoorlijke en effectieve gelegenheid gehad om medeverdachte (zoon van verdachte) als getuige te horen? HR: art. 81.1 RO. CAG: Verdediging heeft voldoende gelegenheid gehad om medeverdachte te ondervragen teneinde de betrouwbaarheid van deze getuige aan te vechten en effectieve gelegenheid gehad tot het stellen van vragen. Geen schending art. 6.3 onder d EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

26 september 2017

Strafkamer

nr. S 16/03859

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 20 juli 2016, nummer 21/005148-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.