Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2479

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
27-09-2017
Zaaknummer
15/04867
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:953, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:3860, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Diefstal van geldbedragen door met creditcard van toenmalige vriendin zonder toestemming geldopnames te doen. Schadevergoedingsmaatregel. Schade die door het strafbare feit is toegebracht, art. 36f.2 Sr. Hof heeft geldopnames waarvoor verdachte is vrijgesproken en betalingen waarvoor verdachte niet is veroordeeld betrokken bij opgelegde svm. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG moet worden aangenomen dat het Hof kennelijk bij vergissing bij de oplegging van de svm mede bedragen in aanmerking heeft genomen die geen betrekking hebben op de bewezenverklaarde feiten. HR verbetert bestreden uitspraak met herstel van deze misslag. CAG: Ex art. 36f.2 Sr kan het Hof een svm opleggen indien en v.zv. verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Aangezien alleen schade die “door het strafbare feit is toegebracht” in aanmerking komt, kan het Hof slechts een svm opleggen t.z.v. een feit dat in de bewezenverklaring is opgenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2017-0399

Uitspraak

26 september 2017

Strafkamer

nr. S 15/04867

KD/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 oktober 2015, nummer 20/004369-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij en de daaraan verbonden vervangende hechtenis, tot verbetering door de Hoge Raad van de bestreden uitspraak op de wijze zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 46, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het vierde middel

3.1.

Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte geldopnames waarvoor verdachte is vrijgesproken en betalingen waarvoor verdachte niet is veroordeeld in aanmerking heeft genomen bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr.

3.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 33 tot en met 38 moet worden aangenomen dat het Hof kennelijk bij vergissing bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel mede bedragen in aanmerking heeft genomen die geen betrekking hebben op de bewezenverklaarde feiten. De Hoge Raad zal, met herstel van deze misslag, de bestreden uitspraak verbeteren als hierna te melden.

4 Beoordeling van het vijfde middel

4.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

4.2.

Het middel is gegrond. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

5 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak voor zover daarin aan de verdachte de verplichting is opgelegd tot betaling aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, van een bedrag van € 7.527,90, bestaande uit € 7.277,90 materiële schade en € 250,- immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 72 dagen hechtenis;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, van een bedrag van € 6.530,-, bestaande uit € 6.280,- materiële schade en € 250,- immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 67 dagen hechtenis;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-presiden W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.