Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2447

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-09-2017
Datum publicatie
22-09-2017
Zaaknummer
16/04486
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:514, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2016:2062, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Levensverzekering, aanvraagformulier, verzwijging, art. 7:928 BW. Verandering gezondheidstoestand tussen invullen vragenformulier en acceptatie. Kenbaarheidsvereiste; gevolg van uitdrukkelijke vermelding op formulier dat wijzigingen moeten worden doorgegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2017, afl. 5, p. 321

Uitspraak

22 september 2017

Eerste Kamer

16/04486

LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. K. Aantjes,

t e g e n

SRLEV N.V., handelend onder de naam Reaal Levensverzekeringen,
gevestigd te Alkmaar,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaten: mr. C.J.A. Seinen en mr. D. Rijpma.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Reaal.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/14/148885/HA ZA 13-278 van de rechtbank Noord-Holland van 29 januari 2014 en 4 maart 2015;

b. het arrest in de zaak 200.174.293/01 van het gerechtshof Amsterdam van 31 mei 2016.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Reaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 22 juni 2017 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) [eiseres] heeft met Reaal een levens- of overlijdensrisicoverzekering afgesloten, met als ingangsdatum 1 augustus 2011. Als verzekeringnemer en eerste begunstigde is aangemerkt [eiseres] en als verzekerde [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]), echtgenoot van [eiseres]. Ingevolge de verzekering wordt een bedrag van € 150.000,-- uitgekeerd bij overlijden van verzekerde voor 1 september 2025.

(ii) Op 1 augustus 2011 heeft [betrokkene 1] met het oog op het afsluiten van voormelde verzekering een ‘Uitgebreide gezondheidsverklaring’ ingevuld. Hierin is, voor zover in cassatie van belang, onder het kopje ‘INVULLEN VAN DE VRAGEN’ het volgende vermeld:

“Vermeld al uw klachten, ook als u denkt dat deze niet belangrijk zijn of als u geen arts heeft bezocht. Wanneer na het sluiten van de verzekering blijkt dat één of meer vragen onjuist of onvolledig zijn beantwoord of dat niet alle gevraagde gegevens zijn meegedeeld, kan REAAL de gevolgen inroepen die het Burgerlijk Wetboek, in het bijzonder de artikelen 928-930 en 982-983 van Boek 7 hieraan verbindt, zoals het opzeggen van de verzekering, het weigeren van de uitkering of het beperken van de hoogte van de uitkering.”

Onder het kopje ‘ALS UW GEZONDHEIDSTOESTAND VERANDERT’ is vermeld:

“Als uw gezondheidstoestand verandert na het invullen van dit formulier, maar vóórdat de verzekering totstandkomt, dan moet u dit direct aan REAAL doorgeven. Definitieve acceptatie blijkt uit een definitieve acceptatiebevestiging van REAAL of uit een polis of acceptatieblad dat u wordt toegestuurd.”

Onder “3 UW GEZONDHEIDSTOESTAND” staat onder meer:

“Let op!

U moet ook een rubriek aankruisen als u:

* een huisarts, hulpverlener of arts heeft geraadpleegd

(…)”

Tevens is hier onder meer de volgende vraag opgenomen:

“Lijdt u of heeft u geleden aan één of meer van de volgende aandoeningen, ziekten en/of gebreken (hier vallen ook klachten onder)

(…)

f) aandoeningen van slokdarm, maag, darmen, lever, galblaas, alvleesklier

(…)”

Het voor deze vraag staande hokje heeft [betrokkene 1] niet aangekruist.

(iii) Reaal heeft bij de gezondheidsverklaring een toelichting gevoegd. Hierin is, voor zover in cassatie van belang, het volgende vermeld:

“Er zit meestal enige tijd tussen het moment waarop u de gezondheidsverklaring invult en het moment waarop REAAL laat weten uw aanvraag te accepteren/ weigeren. In die periode kan uw gezondheid veranderen (verbeteren of verslechteren). U moet die verandering doorgeven aan de geneeskundig adviseur van REAAL. Daarvoor zijn twee redenen.

De eerste is dat de verandering van uw gezondheid van invloed kan zijn op de beoordeling van uw aanvraag. Is uw gezondheid verslechterd, dan moet de geneeskundig adviseur daarmee rekening houden bij zijn advies aan REAAL.

De tweede reden om een verandering in uw gezondheidstoestand te melden is misschien nog wel belangrijker; geeft u dit niet door, dan maakt u zich schuldig aan verzwijging. U loopt dan de kans dat u geen uitkering en/of premievrijstelling krijgt als het erop aan komt. U heeft dan voor niets premie betaald.

Zodra REAAL u heeft laten weten dat u definitief bent geaccepteerd, vervalt uw plicht om veranderingen in uw gezondheidstoestand te melden. (…).”

(iv) Op 15 augustus 2011 heeft [betrokkene 1] zijn huisarts geraadpleegd in verband met slikklachten. De huisarts heeft [betrokkene 1] doorverwezen naar een specialist voor een gastroscopie. In de verwijsbrief heeft de huisarts vermeld dat patiënt sinds een half jaar klaagt over retrosternale passageproblemen van het voedsel en inmiddels 4-5 kg is afgevallen.

(v) Het onderzoek door de specialist heeft op 13 september 2011 plaatsgevonden.

(vi) Op 18 september 2011 heeft Reaal het risico voor de overlijdensrisicoverzekering geaccepteerd. De verzekering is met terugwerkende kracht ingegaan per 1 augustus 2011.

(vii) Op 29 september 2011 is bij [betrokkene 1] de diagnose slokdarmkanker gesteld. Op 17 mei 2012 is hij overleden.

(viii)[eiseres] heeft Reaal verzocht een overlijdensuitkering te doen. Reaal heeft aan de Toetsingscommissie Gezondheidsgegevens (hierna: de Toetsingscommissie) verzocht de rechtmatigheid van de claim te onderzoeken. De Toetsingscommissie heeft geoordeeld dat [betrokkene 1] jegens de verzekeringsmaatschappij in gebreke is geweest, doordat hij de spontane mededelingsplicht niet is nagekomen.

(ix) Reaal heeft, onder verwijzing naar het oordeel van de Toetsingscommissie, aan [eiseres] meegedeeld de claim niet te zullen honoreren. Zij heeft daartoe aangevoerd dat als haar medisch adviseur bij het accepteren van de verzekering in 2011 op de hoogte zou zijn geweest van de medische situatie op dat moment, hij zou hebben geadviseerd de verzekering niet te accepteren.

(x) In reactie op een namens [eiseres] gedaan verzoek tot herziening van haar standpunt, heeft de Toetsingscommissie meegedeeld dat zij haar beslissing handhaaft. De Toetsingscommissie heeft hierbij geconcludeerd dat [betrokkene 1] aan Reaal voor 18 september 2011 had moeten mededelen dat zijn huisarts hem had verwezen naar een specialist in verband met passageproblemen en gewichtsverlies.

3.2.1

In de onderhavige procedure vordert [eiseres] veroordeling van Reaal tot betaling van een bedrag van € 150.000,--. De rechtbank heeft de vordering toegewezen.

3.2.2

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering alsnog afgewezen. Daartoe heeft het hof overwogen:

“3.5.1. Voor de beoordeling acht het hof de volgende feiten en omstandigheden van belang:

- in de Gezondheidsverklaring staat de gezondheidstoestand van [betrokkene 1] centraal: duidelijk is daarin te kennen gegeven dat alle klachten moeten worden vermeld, ook wanneer degene die de opgave doet denkt dat de klachten niet belangrijk zijn of wanneer hij geen arts heeft bezocht. De achterliggende reden van het onderzoek naar zijn gezondheidstoestand moet [betrokkene 1] ook duidelijk zijn geweest, namelijk dat Reaal op basis van juiste (en recente) gegevens een inschatting kon maken van het door haar in het kader van de levensverzekeringsovereenkomst te lopen risico;

- ook bij vraag 3, waarin de vragen naar de gezondheidstoestand van [betrokkene 1] worden gesteld, is duidelijk vermeld dat het bij de beantwoording van de vragen niet alleen gaat om aandoeningen, ziekten en/of gebreken, maar ook om klachten dienaangaande; tevens is daar vermeld dat een rubriek moet worden aangekruist als een huisarts is bezocht;

- onmiskenbaar heeft Reaal (…) in de Uitgebreide gezondheidsverklaring opgenomen dat, indien na het invullen van de vragen (maar vóór de acceptatie door Reaal) de gezondheidstoestand zou veranderen, die wijziging onmiddellijk aan Reaal moet worden doorgeven. Aan [betrokkene 1] moet aldus redelijkerwijze duidelijk zijn geweest dat het Reaal ging om zijn gezondheidstoestand ten tijde van het nemen door Reaal van het besluit over het wel/niet c.q. onder nadere voorwaarden dan wel na nader onderzoek accepteren van de verzekering;

- op 15 augustus 2011, ruimschoots voor de acceptatie door Reaal, heeft [betrokkene 1] in verband met zijn al twee maanden lang bestaande slikklachten en een gewichtsafname van 4-5 kg, een bezoek gebracht aan zijn huisarts. Daarbij is het niet gebleven, de huisarts heeft [betrokkene 1] in verband met die klachten voor onderzoek doorverwezen naar een specialist.

3.5.2.

Naar het oordeel van het hof moet van het voorgaande de conclusie zijn dat [betrokkene 1], voor zover hij in de gezondheidsverklaring al geen melding had moeten maken van zijn toen al bestaande klachten, in ieder geval op of zeer kort na 15 augustus 2011 aan Reaal opgave had moeten doen van het bezoek aan zijn huisarts en de doorverwijzing naar een specialist. Door dat niet te doen heeft [betrokkene 1] aan Reaal voor het aangaan van de verzekeringsovereenkomst wezenlijke informatie onthouden. [betrokkene 1] heeft redelijkerwijze moeten begrijpen dat van een (relevante) wijziging in zijn gezondheidstoestand sprake zou zijn wanneer zich na de invulling van het vragenformulier omstandigheden zouden voordoen als gevolg waarvan de in de gezondheidsverklaring gegeven antwoorden niet meer of een niet meer volledig juist beeld gaven van zijn gezondheidstoestand.”

3.3.1

Onderdeel 1 van het middel klaagt onder meer dat het hof heeft miskend dat in de periode tussen het invullen van het vragenformulier en de acceptatie zwaardere eisen aan het kenbaarheidsvereiste moeten worden gesteld dan bij het invullen van dat formulier.

3.3.2

Art. 7:928 BW regelt de omvang van de precontractuele mededelingsplicht van de verzekeringnemer en, bij een persoonsverzekering, van degene op wiens risico de verzekering betrekking heeft (de aspirant-verzekerde).
Op grond van het in art. 7:928 BW tot uitdrukking gebrachte kenbaarheidsvereiste geldt de mededelingsplicht slechts voor die feiten die de verzekeringnemer of de aspirant-verzekerde kent of behoort te kennen, en waarvan hij weet of behoort te begrijpen dat zij relevant (kunnen) zijn voor de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja op welke voorwaarden, hij de verzekering zal willen sluiten.

3.3.3

Als de verzekeraar in het vragenformulier uitdrukkelijk erop heeft gewezen dat in de periode tussen het invullen van het vragenformulier en het accepteren van de verzekering mededeling dient te worden gedaan van wijziging in de relevante feiten of omstandigheden waarnaar in het formulier wordt gevraagd, dienen, bij de beantwoording van de vraag of de mededelingsplicht in die periode is nagekomen, geen zwaardere eisen te worden gesteld aan het kenbaarheidsvereiste ten aanzien van die feiten en omstandigheden dan bij het invullen van dat formulier. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de verzekeringnemer of de aspirant-verzekerde moet begrijpen dat feiten waarnaar gevraagd wordt voor de verzekeraar van belang (kunnen) zijn bij zijn beslissing over het aangaan van de verzekering. Beslissend is dan ook hoe de verzekeringnemer of de aspirant-verzekerde de aanwijzing om mededeling te doen van gewijzigde feiten of omstandigheden onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs in de context van het gehele vragenformulier heeft behoren op te vatten (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.4 en de aldaar vermelde rechtspraak).

3.3.4

Het hof heeft vastgesteld dat Reaal in de gezondheidsverklaring uitdrukkelijk erop heeft gewezen dat wijzigingen in de gezondheidstoestand (zoals nader omschreven in die verklaring) onmiddellijk aan Reaal moeten worden meegedeeld. Gelet op hetgeen hiervoor in 3.3.3 is overwogen, betoogt onderdeel 1 dan ook ten onrechte dat het hof voor de periode tussen het invullen van het formulier en de acceptatie zwaardere eisen had moeten stellen aan het kenbaarheidsvereiste dan bij het invullen van dat formulier. Deze klacht faalt.

3.4

De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Reaal begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 september 2017.