Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:243

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
15-02-2017
Zaaknummer
16/03431
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:65, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Executieverjaring WOTS. Verjaring recht tot tenuitvoerlegging i.c. beoordeeld naar het recht van de staat van tenuitvoerlegging. HR: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: op de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraak is het Nederlandse recht, waaronder de Nederlandse verjaringsregels, van toepassing. Ingevolge die regels is het recht tot uitvoering van de door Rb. opgelegde straf niet door verjaring vervallen. Volgt verwerping van het beroep. CAG: Vervolg op HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8291, NJ 2013//204. Bulgarije verzocht op 4 september 2008 om de overdracht van de tenuitvoerlegging van een Bulgaars vonnis van 28 september 1992 waarbij X wegens (kortgezegd) moord was veroordeeld tot zeventien jaren en zes maanden gevangenisstraf. De Nederlandse Rb. verleent bij vonnis van 22 juni 2016 verlof tot tenuitvoerlegging en veroordeelt X tot een gevangenisstraf voor de duur van 826 dagen gevangenisstraf waarvan 720 voorwaardelijk. In de schriftuur wordt aangevoerd dat tijdens de cassatieprocedure het recht tot tenuitvoerlegging naar Bulgaars recht is verjaard. CAG: middel faalt omdat in Nederland de vrijheidsstraf die de Nederlandse exequaturrechter heeft uitgesproken ten uitvoer wordt gelegd en niet de Bulgaarse straf. Verjaring van het recht tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende sanctie naar het recht van de veroordelende staat is relevant tot het moment waarop die sanctie is omgezet naar het recht van de staat van tenuitvoerlegging. Naar Nederlands recht is het recht tot tenuitvoerlegging niet verjaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/293

Uitspraak

14 februari 2017

Strafkamer

nr. S 16/03431 W

SG/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 22 juni 2016, nummer 18/810045-10, omtrent een verzoek van de Republiek Bulgarije tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:

[veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen. Daarbij heeft de Hoge Raad in aanmerking genomen dat op de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraak het Nederlandse recht, waaronder de Nederlandse verjaringsregels, van toepassing is en dat ingevolge die regels het recht tot uitvoering van de door Rechtbank opgelegde straf niet door verjaring is vervallen.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2017.