Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2411

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-09-2017
Datum publicatie
19-09-2017
Zaaknummer
15/05673
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:846
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid in h.b. i.v.m. onvolkomenheid in de schriftelijke volmacht bij het instellen van h.b., art. 451.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357 m.b.t. de eisen waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om h.b. in te stellen dient te voldoen en de gevallen waarin een verzuim in de volmacht voor gedekt kan worden gehouden. In aanmerking genomen dat de schriftelijke volmacht tot het instellen van h.b. niet voldoet aan de eisen, alsmede dat verdachte noch een gemachtigde raadsman ttz. in h.b. is verschenen, had het Hof verdachte niet behoren te ontvangen in het h.b. HR verklaart verdachte (alsnog) n-o in h.b.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 450
Wetboek van Strafvordering 451
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2017-0372
NBSTRAF 2017/340

Uitspraak

19 september 2017

Strafkamer

nr. S 15/05673

AGE/LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 augustus 2015, nummer 20/003622-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1982.

1 De bestreden uitspraak

De Politierechter in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, heeft de verdachte bij vonnis van 19 november 2014 ter zake van "diefstal door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in haar vordering. Het Hof heeft in hoger beroep dit vonnis vernietigd en de verdachte ter zake van voormeld feit veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden.

2 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. van Eenennaam, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

3.1.

Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte heeft ontvangen in het hoger beroep, omdat de schriftelijke volmacht onvolkomen was.

3.2.

Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken van het geding bevinden zich, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang.

(i) De "Akte instellen hoger beroep" inhoudende:

"Parketnummer 02-186886-14

Op 24 november 2014 kwam ter griffie van deze rechtbank, locatie Middelburg, [betrokkene 1], griffiemedewerkster bij deze rechtbank, die - daartoe gemachtigd blijkens de aan deze akte gehechte brief welke dient te worden beschouwd als een bijzondere volmacht - verklaarde namens

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te Land onbekend

wonende te [woonplaats]

hoger beroep in te stellen tegen het eindvonnis, door de politierechter in deze rechtbank, locatie Middelburg, op 19 november 2014 gewezen.

Aan de comparant is meegedeeld, dat de verdachte bevoegd is toevoeging van een raadsman te verzoeken.

Waarvan akte. (...)"

(ii) Een aan de "akte instellen hoger beroep" gehecht faxbericht van mr. S.J. Nijssen inhoudende:

"referentie: 20140354

zaaknaam: [verdachte] /OM

uw referentie: parketnummer: 02/186886-14

Zierikzee, 24 november 2014

Geachte heer, mevrouw,

In opgemelde zaak bericht ik u namens cliƫnt, [verdachte], wonende te [woonplaats] een de [a-straat 1], voor zover noodzakelijk stel ik mij als raadsman.

Conform het bepaalde in de artikelen 449 lid 2, 450 en 451 sv machtig ik als gemachtigd raadsman van [betrokkene 2] een griffiemedewerk(st)er van de rechtbank Zeeland - West-Brabant, locatie Middelburg, sector strafrecht, om een akte op te maken als bedoeld in artikel 451 Sv ten behoeve van het instellen van hoger beroep tegen het vonnis d.d. 19 november 2014 welke is gewezen door de Politierechter van de rechtbank Zeeland - West-Brabant, locatie Middelburg.

Ik verzoek u deze akte, gelet op de termijn, zo mogelijk heden op te maken. Graag zie ik een afschrift van de akte gaarne spoedig tegemoet.

Bij voorbaat dankend.

Met vriendelijke groet,

mr S.J. Nijssen."

(iii) Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep inhoudende:

"De verdachte genaamd:

[verdachte] (...)

is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

(...)

De raadsman van verdachte mr. J. Looman, advocaat te 's-Gravenhage, is evenmin ter terechtzitting verschenen.

De benadeelde partij is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De voorzitter deelt mede:

De dagvaarding is op correcte wijze betekend. De raadsman van verdachte heeft naar het hof gebeld dat hij met autopech langs de weg staat. Hij verklaarde niet gemachtigd te zijn en niet om aanhouding te verzoeken.

De advocaat-generaal vordert dat het hof verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep wegens het niet indienen van grieven.

Na kort beraad deelt de voorzitter mede dat het hof, ondanks het ontbreken van grieven, van oordeel is dat de zaak inhoudelijk behandeld dient te worden. Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte. (...)"

3.3.

In zijn arrest van 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009: BJ7810, NJ 2010/102 heeft de Hoge Raad eisen geformuleerd waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen dient te voldoen. Zo moet die volmacht inhouden:

(i) de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep (art. 450, eerste lid sub a, Sv);

(ii) de verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de medewerker ter griffie aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep (art. 450, derde lid, Sv);

(iii) het adres dat door de verdachte is opgegeven voor de toezending van het afschrift van de appeldagvaarding (art. 450, derde lid, Sv).

Die eisen dienen te worden bezien tegen de achtergrond van de aanscherping van de wettelijke regeling voor het instellen van hoger beroep. Die aanscherping had tot doel problemen met betrekking tot de betekening van appeldagvaardingen te voorkomen althans te verminderen. Gelet op deze ratio van de eisen waaraan een door een advocaat verstrekte volmacht moet voldoen, is in zaken waarin ter terechtzitting in hoger beroep noch de verdachte noch een door hem op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman is verschenen, daarom in de regel het door een advocaat door middel van een schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker ingestelde beroep niet-ontvankelijk indien die volmacht niet aan alle voormelde voorwaarden voldoet. Gelet op diezelfde ratio bestaat evenwel onvoldoende grond voor de niet-ontvankelijkverklaring van het appel op de grond dat de volmacht niet voldoet aan de hiervoor onder (i) genoemde voorwaarde ingeval ter terechtzitting in hoger beroep wel de verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman is verschenen en deze aldaar - zonodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd - heeft verklaard dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen, zodat dat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6999, NJ 2012/426), en evenmin op de grond dat de volmacht niet voldoet aan de onder (ii) en (iii) vermelde voorwaarden ingeval de verdachte dan wel een op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, aangezien het belang dat met die voorwaarden is gediend, in zo een geval niet is geschaad, zodat het verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8357, NJ 2013/75).

3.4.

In aanmerking genomen dat voormelde schriftelijke volmacht niet voldoet aan de onder 3.3 genoemde eisen, alsmede dat de verdachte noch een gemachtigde raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, had het Hof de verdachte niet behoren te ontvangen in het hoger beroep in plaats van te beslissen als hiervoor onder 1 is weergegeven.

3.5.

Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de bestreden uitspraak vernietigen en zelf de zaak afdoen.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is vastgesteld op 29 augustus 2017 en gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2017.