Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2398

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-09-2017
Datum publicatie
19-09-2017
Zaaknummer
15/05757
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:848, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:9216, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Medeplegen van discriminatie in de uitoefening van beroep, art. 137g Sr. Portier. Toepassen zgn. ‘allochtonentaks’ bij discotheek. Middel i.h.b. over onbegrijpelijkheden in de bewijsoverweging van het Hof. HR: art. 80a RO. Samenhang met 16/00841 en 16/00843.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

19 september 2017

Strafkamer

nr. S 15/05757

ABG/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 7 december 2015, nummer 21/006277-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A. Muntjewerf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-presiden W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2017.