Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2393

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-09-2017
Datum publicatie
19-09-2017
Zaaknummer
15/04812
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:799, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid verdachte in cassatieberoep, art. 432.1.a Sv. Is de akte van uitreiking behorende bij de appeldagvaarding door verdachte ondertekend? HR is van oordeel dat op de akte van uitreiking geplaatste handtekening niet zodanig afwijkt van de op de identiteitsbewijzen van verdachte geplaatste handtekeningen en van de handtekeningen die door de verdachte zijn gezet op, in de CAG genoemde, andere stukken die zich in het dossier bevinden, dat moet worden aangenomen dat het niet verdachte is die de handtekening op de akte van uitreiking heeft geplaatst. Nu het cassatieberoep niet binnen 14 dagen na het arrest van het Hof is ingesteld, kan verdachte niet in dat beroep worden ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2017-0368

Uitspraak

19 september 2017

Strafkamer

nr. S 15/04812

EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 september 2015, nummer 23/001703-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.

Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep is onder meer het volgende van belang:

(i) het bestreden arrest, waarbij de verdachte bij verstek tot straf is veroordeeld, is uitgesproken op 15 september 2015;

(ii) bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, inhoudende dat die appeldagvaarding op 31 juli 2015 aan de verdachte in persoon is uitgereikt; deze akte is onder "Handtekening voor ontvangst" voorzien van een handtekening;

(iii) blijkens de daarvan opgemaakte akte is het beroep in cassatie ingesteld op 13 oktober 2015.

2.2.

In de cassatieschriftuur is aangevoerd dat de verdachte niet degene is aan wie voormelde appeldagvaarding in persoon is uitgereikt en die de akte van uitreiking heeft ondertekend. Daartoe zijn een kopie van een ten name van de verdachte gestelde, op 7 juni 2012 afgegeven, identiteitskaart en een kopie van een ten name van de verdachte gesteld, op 7 juni 2012 afgegeven, paspoort overgelegd.

2.3.

De Hoge Raad is van oordeel dat - anders dan is betoogd - de op voormelde akte van uitreiking geplaatste handtekening niet zodanig afwijkt van de op voornoemde identiteitsbewijzen geplaatste handtekeningen en van de handtekeningen die door de verdachte zijn gezet op, in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 vermelde, andere stukken die zich in het dossier bevinden, dat moet worden aangenomen dat het niet de verdachte is die de handtekening op de akte van uitreiking heeft geplaatst.

2.4.

Gelet hierop had het beroep ingevolge art. 432, eerste lid aanhef en onder a, Sv moeten zijn ingesteld binnen veertien dagen na 15 september 2015, de datum waarop het bestreden arrest is uitgesproken. Nu het beroep eerst is ingesteld op 13 oktober 2015, kan de verdachte in dat beroep niet worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A van Dorst en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2017.