Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2362

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-09-2017
Datum publicatie
15-09-2017
Zaaknummer
17/01997
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

HR verklaart het verzoek tot herziening n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

15 september 2017

Nr. 17/01997

Arrest

gewezen op het verzoek van [X] te [Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 10 maart 2017, nr. 16/03953, ECLI:NL:HR:2017:391.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

Belanghebbende heeft niet domicilie gekozen in Nederland.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 24 mei 2017 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Blijkens de hierna te noemen brief van belanghebbende van 19 juni 2017 is deze brief door belanghebbende ontvangen. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 juni 2017, welke brief eveneens per gewone post is verzonden aan het door belanghebbende opgegeven adres in het buitenland, in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na dagtekening van deze brief mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn brieven van 19 juni 2017 en 10 juli 2017 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

Aan het vorenstaande wordt het volgende toegevoegd. Uit bij het Landelijk Diensten Centrum voor Rechtspraak te Utrecht ingewonnen informatie is niet gebleken dat belanghebbende in november 2016 in contanten een bedrag aan griffierecht heeft betaald ter zake van de procedure met nummer 16/03953. Er bestaat daarom evenmin reden het arrest waarvan herziening wordt verzocht, vervallen te verklaren.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.

Het door belanghebbende op 16 augustus 2017 als griffierecht betaalde bedrag van € 124 wordt door de Griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.