Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:2331

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-09-2017
Datum publicatie
15-09-2017
Zaaknummer
14/02778
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2014:1367, Bekrachtiging/bevestiging
Na prejudiciële beslissing van : ECLI:EU:C:2017:362
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Uitspraak na prejudiciële beslissing
Inhoudsindicatie

Douanerechten; art. 32, lid 1, aanhef en letter e, onder i en ii, CDW. Tot de kosten van vervoer behoort ook de in rekening gebrachte toeslag die overeenkomt met de winst en de kosten in verband met de organisatie van het vervoer. Eindarrest na HvJ 11 mei 2017, The Shirtmakers BV, C-59/16, ECLI:EU:C:2017:362, BNB 2017/147.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 15-09-2017
FutD 2017-2267 met annotatie van Fiscaal up to Date
DouaneUpdate 2017-0504

Uitspraak

15 september 2017

nr. 14/02778bis

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van The Shirtmakers B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 17 april 2014, nrs. 12/00572 en 12/00573, na beantwoording van de door de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vraag.

1 Geding in cassatie

Voor een overzicht van het geding in cassatie tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 29 januari 2016, nr. 14/02778, ECLI:NL:HR:2016:133, BNB 2016/102, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vraag.

Bij arrest van 11 mei 2017, The Shirtmakers B.V., C‑59/16, ECLI:EU:C:2017:362, BNB 2017/147, heeft het Hof van Justitie, uitspraak doende op die vraag, voor recht verklaard:

“Artikel 32, lid 1, onder e), i), van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „kosten van vervoer” in de zin van die bepaling zich uitstrekt tot de door de expediteur aan de importeur in rekening gebrachte toeslag die overeenkomt met de winst en de kosten van die expediteur in verband met zijn organisatie van het vervoer van de ingevoerde goederen naar het douanegebied van de Unie.”

De Staatssecretaris heeft schriftelijk gereageerd op dit arrest.

2 Nadere beoordeling van het middel

2.1.

Het middel betoogt dat het Hof ten onrechte de door [X2] B.V. aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten voor het organiseren van het vervoer van de textielgoederen naar het douanegebied van de Unie alsmede de daarbij aan belanghebbende in rekening gebrachte winstopslag heeft beschouwd als kosten van vervoer in de zin van artikel 32, lid 1, letter e, onder i, van het Communautair douanewetboek (hierna: het CDW) die voor de vaststelling van de douanewaarde van de textielgoederen in aanmerking moeten worden genomen.

2.2.

In het hiervoor in onderdeel 1 vermelde arrest heeft het Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip kosten van vervoer in de zin van artikel 32, lid 1, letter e, onder i, van het CDW zich uitstrekt tot de door de expediteur aan de importeur in rekening gebrachte toeslag die overeenkomt met de winst en de kosten van die expediteur in verband met zijn organisatie van het vervoer van de ingevoerde goederen naar het douanegebied van de Unie. Hieruit volgt dat het middel faalt.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.