Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:230

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
15-02-2017
Zaaknummer
15/02937
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:61, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:5821
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

H.b. niet binnen 14 dagen na vonnis Pr ingesteld, art. 408.1.a Sv. Betekeningsperikelen: betekening in persoon? Oproeping e.a. in andere, gelijktijdig doch niet gevoegd behandelde, zaak is in persoon uitgereikt aan verdachte. Aan akte van uitreiking is afhaalbericht van onderhavige zaak gehecht. Oproeping e.a. in onderhavige zaak is, na vergeefse aanbieding op een adres van verdachte en terugzending aan afzender, uitgereikt aan griffier, omdat de woon- of verblijfplaats van verdachte niet bekend was. Gelet hierop is het oordeel van het hof dat de oproeping in eerste aanleg in persoon is betekend, zodat h.b. binnen 14 dagen had moeten worden ingesteld, niet zonder meer begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 408
Wetboek van Strafvordering 434
Wetboek van Strafvordering 588
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2017/90
SR-Updates.nl 2017-0124
RvdW 2017/283

Uitspraak

14 februari 2017

Strafkamer

nr. S 15/02937

LBS/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 mei 2015, nummer 23/000236-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel keert zich tegen 's Hofs niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.

2.2.1.

Het bestreden arrest houdt voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 mei 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-160940-12

(...)

De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard (de Hoge Raad begrijpt: opgeroepen) om op 28 mei 2013 te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De dagvaarding (de Hoge Raad begrijpt: de oproeping) is op 11 mei 2013 in persoon aan de verdachte betekend.

De verdachte is op 28 mei 2013 bij verstek veroordeeld.

Tegen dit vonnis heeft verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar eerst op 21 januari 2014."

2.2.2.

Het Hof heeft de verdachte vervolgens niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op de grond dat het niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld.

2.3.

Ingevolge art. 408, eerste lid aanhef en onder a, Sv moet het hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien de dagvaarding - waaronder in voorkomende gevallen mede wordt verstaan de oproeping - om op de terechtzitting te verschijnen aan de verdachte in persoon is betekend.

2.4.1.

Bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv gezonden stukken van het geding bevindt zich het dubbel van de oproeping van de verdachte in de onderhavige zaak met parketnummer 15-160940-12 om op 28 mei 2013 te verschijnen ter terechtzitting van de Politierechter in de Rechtbank Noord-Holland. Aan voormeld dubbel van de oproeping is een akte van uitreiking gehecht, inhoudende - kort weergegeven - dat de oproeping op 2 mei 2013 tevergeefs is aangeboden op het adres van de verdachte met achterlating van een bericht van aankomst in de zin van art. 588, derde lid aanhef en onder b, Sv en dat zij op 10 mei 2013 is teruggezonden aan de afzender.

2.4.2.

Tevens bevindt zich bij de stukken een akte van uitreiking behorend bij een oproeping van de verdachte in een andere zaak met parketnummer 15-003875-13 om - eveneens - op 28 mei 2013 te verschijnen ter terechtzitting van de Politierechter in de Rechtbank Noord-Holland. Deze akte houdt - kort weergegeven - in dat de oproeping op 11 mei 2013 is uitgereikt aan de verdachte in persoon.

2.4.3.

Bij de onder 2.4.2 vermelde akte in de zaak met parketnummer 15-003875-13 is voorts gevoegd een "afhaalbericht" in de zaak met parketnummer 15-160940-12.

2.5.

Gelet op de inhoud van de stukken, zoals onder 2.4 weergegeven, is het oordeel van het Hof dat de oproeping om te verschijnen op de terechtzitting in eerste aanleg in de onderhavige zaak aan de verdachte in persoon is betekend, zodat het hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak had moeten worden ingesteld, niet zonder meer begrijpelijk.

2.6.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2017.