Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:229

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
15-02-2017
Zaaknummer
15/02916
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:60, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens medeplegen poging tot doodslag door het slachtoffer met messen in de rug en borst te steken. Middelen over verwerping verweer ex art. 359a Sv doordat geen (f)osloconfrontatie heeft plaatsgevonden en bewijsklacht m.b.t. voorwaardelijk opzet op de dood. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2017/282

Uitspraak

14 februari 2017

Strafkamer

nr. S 15/02916

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 mei 2015, nummer 22/004554-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2017.