Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2017:227

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
15-02-2017
Zaaknummer
15/01781
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:59, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Alternatieve bewezenverklaring diefstal en gekwalificeerde verduistering. Keuze is van belang voor de strafrechtelijke betekenis van het bewezenverklaarde. Het hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als “diefstal en/of verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft”. Het hof heeft m.b.t. de in de tenlastelegging omschreven alternatieven (diefstal dan wel gekwalificeerde verduistering) geen keuze gemaakt. Die keuze had niet achterwege mogen blijven nu deze gelet op de aan het feit te geven kwalificatie van belang is voor de strafrechtelijke betekenis van het bewezenverklaarde. Hof heeft niet op de grondslag van de tenlastelegging beslist. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 321
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2017/88
SR-Updates.nl 2017-0122
JIN 2017/61 met annotatie van C.J.A. de Bruijn
RvdW 2017/270
NJB 2017/494
NJ 2017/137

Uitspraak

14 februari 2017

Strafkamer

nr. S 15/01781

SG/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 27 maart 2015, nummer 22/001152-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.R. van der Plas, advocaat te Katwijk, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel beoogt kennelijk mede te klagen over het oordeel van het Hof dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal en/of verduistering.

2.2.1.

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 augustus 2013 tot en met 12 september 2013 te Ter Aar (gemeente Nieuwkoop), althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) een geldbedrag (van in totaal 28660 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende(n) aan Aldi (filiaal Westkanaalweg) en/of [betrokkene], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

en/of

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 augustus 2013 tot en met 12 september 2013 te Ter Aar, gemeente Nieuwkoop, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk een geldbedrag (van in totaal 28660 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan Aldi (filiaal Westkanaalweg) en/of [betrokkene], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als vervangend filiaalleider/assistent filiaalleider, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend."

2.2.2.

Daarvan heeft het Hof bewezenverklaard dat:

"hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 30 augustus 2013 tot en met 12 september 2013 te Ter Aar (gemeente Nieuwkoop), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) een geldbedrag toebehorende aan Aldi (filiaal Westkanaalweg)

en/of

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 30 augustus 2013 tot en met 12 september 2013 te Ter Aar, gemeente Nieuwkoop, (telkens) opzettelijk een geldbedrag dat toebehoorde aan Aldi (filiaal Westkanaalweg), welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als vervangend filiaalleider onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, tot een totaal van 28.660 euro."

2.2.3.

Het Hof heeft omtrent de bewezenverklaring het volgende overwogen:

"Het hof gaat er op grond van het dossier zoals daarvan is gebleken tijdens het onderzoek op de terechtzitting van uit dat de verdachte zich de stortingszakjes op twee verschillende manieren kan hebben toegeëigend. Hij kan op de dagen dat hij die taak had, de stortingszakjes niet hebben afgestort in de kluis, hetgeen verduistering oplevert. De andere mogelijkheid - op dagen dat een van zijn collega's moest afstorten - is dat hij de stortingszakjes met geld achteraf, nadat deze waren gestort, weer uit de kluis heeft gehengeld, hetgeen diefstal oplevert. Nu niet precies kan worden vastgesteld op welke manier de verdachte zich telkens de zakjes heeft toegeëigend heeft het hof diefstal en/of verduistering bewezen verklaard."

2.2.4.

Het Hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als:

"diefstal en/of verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft."

2.3.

Het Hof heeft met betrekking tot de in de tenlastelegging omschreven alternatieven (diefstal dan wel gekwalificeerde verduistering) geen keuze gemaakt. Die keuze had echter niet achterwege mogen blijven nu deze - gelet op de aan het feit te geven kwalificatie - van belang is voor de strafrechtelijke betekenis van het bewezenverklaarde. Uit het vorenoverwogene volgt dat het Hof niet op de grondslag van de tenlastelegging heeft beslist, zodat het bestreden arrest niet in stand kan blijven. Het middel slaagt.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2017.